Opera van Vinci is stoer en gelaagd

Vijf meesterlijke countertenors op het podium van de Grote Zaal, dat zie je niet dagelijks. Het gebeurde bij de Italiaanse barokopera Artaserse van Leonardo Vinci die concertant werd uitgevoerd in de NTR ZaterdagMatinee.

Ten tijde van de première in 1730 mochten er in Rome geen vrouwen op het toneel. In lijn met die traditie kozen Diego Fasolis en Concerto Köln voor louter mannelijke zangers. Uit alles sprak vertrouwdheid, toewijding en plezier.

Librettist Metastasio beschouwde Artaserse zelf als zijn beste werk. Het verhaal, ingenieus en met veel vaart verteld, gaat over twee grote liefdes aan het hof van de Perzische koning Xerxes die doorkruist worden door moord en intrige. Maar alles komt goed! En dat aan het eind van drie uur verrukkelijke muziek.

Recitatief is schaars en de ene prachtige aria volgt op de andere. Vinci’s muziek is welluidend, stoer, gelaagd en nergens langdradig. Geen wonder dat hij een ster was in zijn tijd en dat zijn oeuvre eeuwen later beetje bij beetje wordt afgestoft.

Hoogtepunten waren er te veel om op te noemen, maar de aria Vo solcando un mar crudele van Arbace (Franco Fagioli) en het liefdesduet Tu vuoi ch’io viva o cara van Arbace en Mandane (Max Emanuel Cencic) vlak voor de ontknoping staken zelfs bij zo veel muzikale weelde nog gunstig af.