Nee, de examens worden niet makkelijker

Gisteren is het eindexamen van start gegaan // Vaak wordt gezegd: vroeger was het onderwijs beter en waren de examens moeilijker // Is dat wel zo? Deze krant vergeleek drie examens van 1993 met die van 2013

Een aantal experts vergeleek de examens van Nederlands, Engels en wiskunde uit 2013 met die uit 1993. Conclusie: het niveau is redelijk gelijkwaardig. Foto Novum

Het is een algemeen erkende waarheid dat het met de schooljeugd de verkeerde kant op gaat. Sinds Socrates brommen oudere generaties dat het onderwijs in ‘hun tijd’ beter was. Neem nou het centraal eindexamen dat deze week van start is gegaan. Dat was vroeger toch veel moeilijker?

Deze krant besloot dit cultuurpessimisme aan een klein onderzoek te onderwerpen. We vroegen een aantal experts de examens van de zogenoemde kernvakken – Nederlands, Engels en wiskunde – van vorig jaar te vergelijken met die uit 1993. Conclusie van deze steekproef: het niveau is redelijk gelijkwaardig – en het examen van de theoretische leerweg van het vmbo uit 2013 steekt zelfs gunstig af bij het mavo-examen van twintig jaar geleden.

Nederlands toen en nu

Over de kwaliteit van het eindexamen Nederlands ontstond vorig jaar commotie. Een groep hoogleraren vond dat dit examen niet voldeed.

Eén van hen was Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands aan de Universiteit Leiden. Hij zegt: „Het examen van nu test examenvaardigheid. Je moet bij het tekstverklaren weten wat voor soort antwoord men van je wil horen. De vraag is of je daar in je verdere leven iets aan hebt.”

havo en vwo: onvergelijkbaar

Bij havo en vwo zijn de verschillen tussen 1993 en 2013 zo groot dat hij de examens eigenlijk niet met elkaar kan vergelijken, zegt Van Oostendorp. Een uitspraak over niveauverschil is daarom moeilijk te doen. „Er werd in 1993 een heel ander soort kennis gevraagd. Volgens mij waren de examens toen zinniger én leuker.”

vmbo: moeilijker geworden

Het examen van het vmbo is daarentegen moeilijker en leuker dan dat van de mavo uit 1993, vindt hij. „De kwaliteit van de teksten die worden gebruikt, is omhoog gegaan; ze zijn gevarieerder en sluiten beter aan bij de praktijk.”

Anne Neijt, hoogleraar Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bevestigt dat. „Het examen van 2013 bevat geschiktere teksten, met een complexere zinsbouw, dan dat van 1993.”

Ook schrikt de examenmaker van 2013 niet terug voor moeilijke woorden, zegt Neijt. „Vergelijk maar: in 1993 had je woorden als ‘underdog’, ‘gedetineerden’ en ‘delinquentie’. In 2013 kwamen termen voor als ‘mobiliteit’, ‘fantoomgeluid’, ‘patroonherkenning’ en ‘funderingsbekistingen’.”

Engels toen en nu

Ton Hoenselaars, hoogleraar Engelse literatuur aan de Universiteit Utrecht, vindt het verschil tussen de examens van 1993 en 2013 „niet zo opzienbarend” als hij had gedacht. „In alle examens wordt gebruikgemaakt van teksten uit vergelijkbare kranten en tijdschriften. De teksten lijken qua niveau erg op elkaar.”

vmbo: beter geworden

De teksten uit het mavo- en vmbo-examen zijn afkomstig uit tabloids. Hoenselaars: „Wat mij opviel: in 1993 was de tekst in het Engels en mochten de antwoorden in het Nederlands gegeven worden. Nu moet alles in het Engels. Dat is een verbetering.”

vwo: moeilijker geworden

Het examen van het vwo is in de loop der jaren misschien iets moeilijker geworden, nog iets vollediger, denkt Hoenselaars. „De leerlingen die dit examen goed maken, kunnen na de zomer bij ons aan de universiteit terecht. Wat ik wel mis bij veel aankomende studenten, ten opzichte van twintig jaar geleden, is de passie voor de taal. Ze hebben nauwelijks boeken gelezen, laat staan klassiekers. Hun taalvaardigheid is in orde, dat wordt met de examens goed getest, maar het ontbreekt aan verdere parate kennis over de literatuur en de cultuur van het land. Dat was vroeger anders met die lange leeslijsten.”

Wiskunde toen en nu

Het examen wiskunde A is volgens Martijn Anthonissen, universitair docent wiskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven en verbonden aan de lerarenopleiding wiskunde als docent vakdidactiek, qua tekst in omvang gegroeid. „Maar het was in 1993 ook al toegepast en talig.”

vmbo: beter geworden

Tussen het mavo-examen en het vmbo-examen zitten grote verschillen, zegt hij. „In 1993 bestond het grootste deel uit meerkeuzevragen en was er nauwelijks sprake van context. Dit examen zou tegenwoordig niet meer dan een tussentoets zijn. Het examen van 2013 is een beter examen. Je wilt van leerlingen dat ze gecijferd zijn en dat ze begrijpen dat je met wiskunde sommige problemen kunt oplossen. Dat vind je terug in de context die in de huidige examens gegeven wordt.”

havo: voorspelbaarder

Jan van Maanen, vakdidacticus wiskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt dat het havo-examen uit 1993 een grotere variatie kende in de formulering van de vragen. „Je moest een berekening maken en daaruit een conclusie trekken. Het was minder voorspelbaar voor de kandidaat wat er van hem werd verwacht. In 2013 staat bij 16 van de 21 vragen: bereken dit of dat. Daar is het antwoord dus een getal, terwijl het in 1993 vaak een hele zin met argumenten was.”

In 2013 begint het examenblad met een overzicht van de formules. „Die moest je in 1993 nog uit je hoofd kennen”, weet Van Maanen. „Als je een probleem aan het oplossen bent, is het goed om parate kennis te hebben waarin je kunt grasduinen naar oplossingsrichtingen. Dat pleit er voor om die formules wél uit je hoofd te leren. Maar dat kost tijd, en die is schaars. Wiskunde A moet het in 2013 met minder lesuren doen dan in 1993.”

Al met al zijn de verschillen tussen toen en nu niet bijster groot. Het lesprogramma voor de examens verschilt van jaar tot jaar, maar met dat verschil in acht genomen concludeert Van Maanen: „Als ze dezelfde stof hadden gehad, had een leerling uit 2013 het examen uit 1993 goed kunnen maken, en omgekeerd.”