Internet verklapt al die examenvragen

Na ‘Ibn Ghaldoun’ is het centraal schriftelijk examen beter beveiligd, maar daarmee staat slechts de helft van toetsen die de eindscore bepalen onder toezicht, waarschuwt Ton van Haperen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het NOS Journaal toont de bezorging van de eindexamens op de scholen. Er komt een busje aanrijden, de kluis gaat open, de verpakking verschijnt in beeld, extra beveiligd, de kluis gaat dicht. De voorzitter van het College voor Examens (CvE) legt uit dat dit het leereffect is van de fraude op het Rotterdamse Ibn Ghaldoun. Vergeten lijkt dat dit centraal schriftelijk examen slechts de helft van de eindscore van de kandidaat bepaalt. De andere helft valt onder verantwoordelijkheid van de school. En daar geen cellofaan en kluizen. In tegendeel, het schoolexamen is een keten van zachte ‘fraude’.

Een paar maanden terug sprak ik de dochter van een vriend. Ze is eindexamenkandidaat, volgt het vak economie en ze vindt het moeilijk. Volgens haar vragen de examens nooit naar wat is geleerd. Ik ken deze redenering, zeg dat ze misschien meer moet doen. Dat wil ze best, maar ze weet niet hoe. Een paar dagen later staat ze op mijn telefoon. Of ik oefenopgaven voor haar heb? Ik surf naar www.alleexamens.nl. Daar staan oude centraal schriftelijke examens, ontwikkeld door toetsspecialist CITO en vastgesteld door het CvE. Ik stuur een aantal opgaven. Met de normantwoorden. Na een paar weken belt ze. Ze heeft een negenpuntvijf. Haar eerste voldoende. Ze klinkt trots.

Ten onrechte, want zij beleefde geen doorbraak in de omgang met economische begrippen, maar kreeg op het schoolexamen de opgaven die ik had doorgestuurd. En als de antwoorden vooraf bekend zijn, gaat de score omhoog. En nee, dit is geen incident. Leraren maken bij de constructie van schoolexamens gebruik van oude opdrachten van het centraal schriftelijk eindexamen, te vinden op het internet. Ik doe dat zelf ook. Mijn laatste schoolexamen voor 6 vwo bestond uit 23 vragen. Vier daarvan kwamen uit een oud centraal schriftelijk examen. De leerlingen van de huiswerkklas scoorden juist op die vragen goed.

Mag dit? Geen idee, maar niemand zegt er iets van. Voor politiek, inspectie, bestuurders en schoolleiding telt slechts één examenresultaat; dat van het centraal schriftelijk in mei. De enige opdracht voor de leraar is; zorg dat je schoolexamenresultaat daar niet te veel van afwijkt. En dan krijg je dit. De examenautoriteit CITO doet elk jaar voor hoe dat moet, betrouwbaar en valide toetsen. Leraren hebben geen tijd voor de constructie van vraagstukken op dat niveau. En dat is niet het zoveelste clichécouplet in de werkdrukblues. Ik probeer het namelijk weleens. Gewoon, omdat het ook leuk is. Eén schoolexamen kost me een weekend. Waarna mijn collega het product aan gort schiet. Na verwerking van zijn opmerkingen ligt er een redelijke toets. Kortom, drie dagen werken levert hetzelfde op als een uurtje internetshoppen. Huiswerkinstituten, ouders en leerlingen weten dit ook. En dus vissen zij in dezelfde vijver naar voorkennis. Het schoolexamen is daardoor een keten van zachte fraude.

Natuurlijk, examenfraude is niet nieuw. Net als kinderen die de grens van wat kan en mag opzoeken. Het is de reactie die telt. Mijn vader was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw rector. Op zijn school werd ingebroken om schoolexamens te stelen en door te verkopen. De daders moesten hun opleiding elders afmaken. Het dagblad De Telegraaf vroeg mijn vader wat nu eigenlijk het probleem was. Zijn antwoord luidde; leerlingen halen hun voldoendes met het willens en wetens debiteren van kennis die niet de hunne is. Met dank aan het internet is wat toen een overtreding was nu staande praktijk.

De oplossing zit in de herijking van gemaakte afspraken. In Nederland zijn scholen pedagogisch en didactisch vrij een weg te kiezen naar het einddoel. Verschillende wegen leiden tot verschillende toetsen en verschillende resultaten. Accepteer daarom afwijkingen met het centraal schriftelijk en geef leraren tijd en ruimte de vorderingen van hun leerlingen, op hun school, in hun lessen, op hun manier zo valide en betrouwbaar mogelijk te beoordelen. Het alternatief is dat toetsspecialist CITO beveiligde schoolexamenbanken ontwikkelt.

Het is één van de twee, want de bestaande situatie is onaanvaardbaar. De middenklasse mag met zachte fraude de kroost over de drempels van het hoger onderwijs duwen. Maar als leerlingen aan de onderkant van de samenleving hetzelfde doen, breekt de hel los. De fraudeurs van het Ibn Ghaldoun zijn op geen school welkom en aangewezen op het staatsexamen. De media zetten deze kinderen neer als doortrapte misdadigers. De rechter eist verantwoording. Het CvE wil een schadevergoeding. Eerlijk en rechtvaardig zijn zo wel erg moeilijke woorden.

    • Ton van Haperen