In Nederland betaalt per inwoner 363 euro per jaar aan Europa

Nederland betaalt meer aan Europa dan het via subsidies ontvangt // Maar per saldo profiteert ook Nederland enorm van het Europese project // Vooral via de interne markt

Euroscepsis in Nederland gaat vaak over geld. Het huidige chagrijn over Europa begon in de jaren negentig met de kritiek van de VVD’ers Frits Bolkestein en Gerrit Zalm op het vermeende teveel aan Nederlandse EU-contributie. Die discussie duurt nog voort.

Hoeveel betaalt Nederland aan de Europese Unie en wat gebeurt er met dit geld? De grafiek op deze pagina gaat over 2012, het meest recente jaar waarover voor de hele EU gegevens bestaan.

In 2012 maakte Den Haag ruim 6 miljard euro over naar Brussel. Dat komt neer op 363 euro per Nederlander.

Over dit bedrag bestaat overigens onenigheid: de Europese Commissie vindt dat Nederland onterecht de geïnde douanegelden aan de Europese buitengrens (Rotterdam!) meetelt als afdracht. Volgens Brussel zijn dit rechtstreekse EU-inkomsten. Zonder die tolheffingen is de Nederlandse afdracht fors lager, zo’n 1,5 miljard.

Alle lidstaten betalen aan de EU, en allemaal krijgen ze iets terug. Meer dan 90 procent van de Europese begroting vloeit terug naar de lidstaten, in de vorm van subsidies. Een euro van nettobetaler Nederland komt vooral in netto-ontvangende landen als Polen en Spanje terecht. Dat geld gaat overigens niet geheel ‘verloren’: de Poolse economie groeit hard, mede door alle EU-miljarden, en de Nederlandse export naar Polen groeit mee.

Het meeste EU-geld gaat nog altijd naar landbouw, hoewel het belang daarvan daalt, van 41 procent van de begroting in 2012 naar 36 procent in 2020. Regionale ontwikkeling (wegen, banenprojecten) vormt daarna de grootste post, gevolgd door innovatie, waar steeds meer geld heen gaat.

Vooral bij regionale projecten verdwijnt soms geld in verkeerde zakken, meldt het Europees anti-fraudebureau OLAF. Een Bulgaars bouwbedrijf streek in 2011 34 miljoen euro op voor de bouw van een industrieel complex (en moest dit terugbetalen).

De Europese Rekenkamer constateerde voor de EU-begroting van 2012 een ‘foutenpercentage’ van 4,8 procent. Dit geld was niet ‘volgens de regels’ besteed. Schrikbarend? Het Nederlandse lid van de Rekenkamer, oud-Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer, onderstreept dat het in de meeste gevallen niet om fraude gaat. „Foutenpercentage vind ik zelf een ongelukkige term. Het gaat hier bijvoorbeeld om openbare aanbestedingen waarbij een tabel ontbreekt, of om een project waarbij niet alle bonnetjes zijn ingeleverd. Slechts bij een fractie van die 4,8 procent hebben wij het vermoeden dat het gaat om fraude. We geven jaarlijks zo’n tien zaken door aan OLAF.”