EU is overtreffende trap Haagse verbrokkeling

De Europese verkiezingen op 22 mei zouden de Nederlandse kiezer op het lijf geschreven moeten zijn. Er zijn immers geen andere kiezers in Europa die zo gewend zijn aan het stemmen voor een parlement zonder te weten welke invloed je zult hebben op machtsvorming. Voor landen waar presidentsverkiezingen worden gehouden moeten het net spoken zijn, de Spitzenkandidaten die Europese fracties hebben aangewezen als hun kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie. Alleen Duitsers kunnen echt stemmen op Martin Schulz, de Europawijde sociaal-democratische topman, alleen Vlamingen op liberaal Guy Verhofstadt en niemand op de christen-democraat Jean-Claude Juncker, ook niet in zijn Luxemburg. Bovendien: als hun partijen winnen is het niet eens zeker dat ze ook het worden. Raar misschien, maar niet voor Nederlandse kiezers. Ook in de nationale politiek weet je immers nooit te voren wat je voor je stem krijgt. Het kan samenwerking met de PVV zijn, zoals bij VVD en CDA in 2010. Of een coalitie van de tegenpolen uit de campagne, zoals VVD en PvdA in 2012. Soms wil een Haagse lijsttrekker niet eens premier worden bij winst. Zo wees PvdA-leider Wouter Bos ooit de onverkiesbare Job Cohen aan als kandidaat-premier.

Nederlandse kiezers zijn dus wel gewend aan een los verband tussen hun stem en de samenstelling van de uitvoerende macht. Er zijn maar weinig landen (ja, België) waar winnen zo’n relatief begrip in de politiek is – meer een startpositie in onderhandelingen dan een resultaat waar een partij op kan bouwen. Heel wat kiezers gebruiken hun stem ook niet primair als middel om de macht hun kant op te krijgen – daarom zitten er liefst 11 partijen in de Tweede Kamer (afsplitsers niet meegerekend). Ouderen, dierenliefhebbers, orthodoxe christenen: we willen in het parlement terugzien wie we zijn. Jezelf gelijk geven is belangrijker dan het krijgen. Dat laatste kan ook maar een beetje, via compromissen en gecompliceerde onderhandelingen, met twee, vijf of straks wie weet met zeven partijen. Tegenover een brokje invloed staat altijd een offer, en vaak veel zelfverloochening. Macht kennen wij als een mozaïek van scherven. Niemand vindt het geheel mooi, en losse delen doen vaak pijn. Maar het principe verdedigen we.

Als je gewend bent aan zo’n nationale politieke cultuur, staat het Europees Parlement dichtbij. Het is Haagse verbrokkeling in de overtreffende trap. We stemmen voor 26 zetels op de 751. 19 partijen dingen mee. Daarvan komen er waarschijnlijk tussen de 8 en 10 in het Europees Parlement – de partijen die wij zijn. Met vijf zetels is een lijst volgende week dicht bij een monsterscore, met twee een middenpartij. Voor de europarlementariërs begint dan het onderhandelen. Ze moeten functies veroveren in de Europese fracties. Commissies kiezen waar het parlement zeggenschap heeft, rapporteurschappen scoren.

Geen grand designs of politieke koersdiscussies: het gaat om brokjes invloed. Intussen verdelen de regeringsleiders elders de belangrijkste uitvoerende Europese posten. De PvdA kan de verkiezingen verliezen en daarna aan macht winnen. Met Jeroen Dijsselbloem, die zijn bijbaan in de eurogroep kan offeren, als troef in de stoelendans.

Er zit iets dat vertekent aan het debat over de macht van Europa. Enerzijds wordt die gerelativeerd: alle beslissingen worden door de lidstaten genomen, en die kunnen altijd ingrijpen. We krijgen dus altijd het Europa dat wij willen – wij, de lidstaten. Anderzijds moet je gaan stemmen, want de macht van het Europees Parlement wordt onderschat en miskend – en het Europees Parlement, dat zijn wij ook. Wij, de kiezer. Ons Parlement is de tegenmacht tegen ons intergouvermentele Europa. Net als in eigen land: dit is macht in scherven en brokjes.