De Duitse rechter kan Nederland iets leren

Nederland is dus geen land waar je asielzoekers naar kunt terugsturen in het vertrouwen dat ze daar automatisch humanitair worden behandeld. Die boodschap geeft de Duitse bestuursrechter uit het nabije Darmstadt, gelegen op tweeënhalf uur rijden vanaf het drielandenpunt bij Vaals. Dat is vrij dichtbij voor zo’n groot misverstand, dat overigens ook niet helemaal ongegrond is. Tot nu zaten alleen Griekenland en Bulgarije in het EU-strafbankje van defecte rechtsstaten, qua migratiebeleid en asielopvang.

Wie hier uitgeprocedeerd is en niet wil meewerken aan terugkeer, komt op straat te staan en heeft in beginsel nergens recht op. Zo begreep de Duitse rechter, onder meer van de belangengroep Kerk in Actie. Dat is in strijd met fundamentele grondrechten. En die zijn zoals de Duitse rechter het terecht uitdrukt „migrationspolitisch nicht zu relativieren”. Migratiebeleid mag geen mens, EU-burger of niet, onder het fysieke of sociaal-culturele bestaansminimum dwingen. En dus kan Duitsland in gemoede geen vreemdeling naar Nederland terugsturen, waar hem tegelijk werken is verboden en geen enkele opvang wordt geboden.

Eenzelfde boodschap kreeg Nederland van het Europees comité voor de sociale rechten in 2010: u mag geen gezinnen op straat zetten, zeker niet met kinderen. Gevolgd door een poging in 2013 om met een spoedmaatregel dit dwingend op te leggen. De gezamenlijke kerken fungeerden toen als aanklager in Genève. Daar staat tegenover dat geen enkel Europees land álle vluchtelingen, inclusief degenen van wie rechtmatig is vastgesteld dat ze geen recht op asiel hebben, eindeloos onderdak en hulp kan bieden. Alle EU-landen hebben een legitiem belang bij een grens aan opvang.

Met alle respect voor het oordeel van de Duitse rechter – die grens ligt in Nederland inmiddels heus boven het humanitaire minimum. Onder maatschappelijke druk en daartoe gestimuleerd door burgemeesters van steden die werden geconfronteerd met groepen zwervende en dakloze uitgeprocedeerden, is ook voor uitgeprocedeerde weigeraars ten slotte de deur op een kier gezet. Wie meewerkt aan terugkeer, kan terecht in een (open) noodopvang, in beginsel voor een beperkte periode.

De Duitse rechter vindt dat nog te veel een ad-hoc-oplossing. Het is ook onzeker of de migrant die zich tegen terugsturen naar Nederland verzette, er recht op heeft. En dus krijgt die het voordeel van de twijfel en Nederland kritiek, wat allebei te begrijpen is. Nederland moet dus duidelijker maken waar hier de ondergrens ligt en zich royaler bekommeren om de groep die dit treft. Zonder effectieve uitzetting te hinderen. Van dit vonnis kan Den Haag ook leren.