Dan ga je toch anders naar die onopvallende ster kijken

Groot nieuws voor wie weleens naar de sterren kijkt: ster HD 162826 blijkt geboren uit dezelfde gaswolk als onze zon // Je kunt hem makkelijk zien, want hij staat op slechts 110 lichtjaar

Foto SDO/NASA

Een vrij nabije, onopvallende ster is vrijwel zeker een direct familielid van de zon. Dat betekent dat ze zijn geboren uit dezelfde gaswolk. Een team van Amerikaanse, Australische en Russische astronomen heeft dat ontdekt. De ontdekking wordt op 1 juni gepubliceerd in het vaktijdschrift The Astrophysical Journal.

Het broertje van de zon is een ster die de aanduiding HD 162826 draagt. Hij bevat 15 procent meer massa dan de zon en staat op een afstand van 110 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Hercules. Als je weet waar je hem moet zoeken, kun je hem al met een eenvoudige verrekijker vinden – met het blote oog is de ster niet te zien.

Dat HD 162826 een directe verwant van onze zon is, blijkt uit een gedetailleerde analyse van dertig sterren die bij eerdere onderzoeken als mogelijke kandidaten waren geselecteerd. Daarbij ging het om sterren die ruwweg de juiste afstand, snelheid en leeftijd hadden om voor verder onderzoek in aanmerking te komen.

De astronomen hebben de dertig sterren nauwkeurig onderzocht met telescopen die in Texas en Chili staan. Daarbij is gebruik gemaakt van een spectrograaf: een instrument dat het licht van een ster in zijn verschillende golflengten (‘kleuren’) ontleedt. Dat levert een spectrum op waaraan kan worden afgelezen welke chemische elementen de ster bevat.

Twee van de kandidaten bleken qua samenstelling opvallend sterke overeenkomsten met onze zon te vertonen. Maar slechts één van beide, HD 162826 dus, bevond zich ten tijde van het ontstaan van de zon – 4,6 miljard jaar geleden – dichtbij genoeg om bij de groep sterren te kunnen horen waar ook onze ster deel van uitmaakte.

Sterren ontstaan doorgaans in grote groepen. Dat gaat als volgt: in een kolossale wolk van gas en stof ontstaan verdichtingen die onder invloed van hun eigen zwaartekracht meer materiaal uit hun omgeving aantrekken. Als druk en temperatuur in het centrum van zo’n verdichting maar hoog genoeg oplopen, ontstaan kernfusiereacties waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen. Dat is het ontstaansmoment van een ster.

Berekeningen die in 2009 zijn uitgevoerd door de Nederlandse astronoom Simon Portegies Zwart geven aan dat de zon nog veel meer ‘broertjes’ heeft gehad. Waarschijnlijk telde de sterrenhoop rond de zon ooit enkele duizenden sterren. De sterren zijn in de loop van de miljarden jaren uiteengedreven.

Dat komt doordat zo’n sterrengroep zich over tientallen lichtjaren uitstrekt. De ene ster zit dichter bij het Melkwegcentrum dan de andere, en maakt kortere rondjes. Volgens de analyse van Portegies Zwart zouden er op dit moment nog maar een stuk of veertig sterren binnen een afstand van een paar honderd lichtjaar met de zon ‘meereizen’.

De verwachting is dat de in december vorig jaar gelanceerde Europese satelliet Gaia, die de posities, afstanden en snelheden van een miljard sterren zal meten, veel van die broertjes kan helpen opsporen – ook de exemplaren die al verder van de zon zijn afgedwaald. De spectrale analyse van de kandidaten die Gaia zal aanwijzen is wel een tijdrovende klus: de sterren moeten stuk voor stuk bestudeerd worden. Daardoor kan het nog jaren duren voordat het volgende broertje van de zon wordt aangewezen.

Om die zoektocht te vergemakkelijken hebben astronomen een manier bedacht om interessante sterren snel te herkennen. Daarbij wordt niet het volledige spectrum van de ster geanalyseerd. In plaats daarvan wordt vooral gelet op de spectrale signaturen van chemische elementen die van ster tot ster verschillen, óók als de samenstellingen van de sterren voor het overige maar weinig uiteen lopen. Met name de elementen barium en yttrium lijken goede verklikkers te zijn bij de zoektocht naar de familie van de zon.