Mannen en vrouwen zijn echt anders

Hartinfarct, vaatziekten: ze manifesteren zich anders bij vrouwen. Arts en patiënt moeten daar alerter op zijn.

Vrouwen: vaker hogere bloeddruk en versleten knie of heup

Alom bekend: drukkende pijn op de borst kán wijzen op een hartinfarct. Veel minder bekend is dat ook zweten en duizeligheid op een hartinfarct kunnen duiden. Althans: bij vrouwen. En omdát deze symptomen onbekend zijn – bij patiënte en soms bij arts – lopen vrouwen volgens onderzoek een grotere kans na een hartinfarct te overlijden dan mannen.

De gezondheidszorg moet meer aandacht hebben voor dit soort ‘vrouwspecifieke’ gezondheidsklachten, vindt een alliantie van gezondheidsorganisaties. Morgenavond begint daarom een toer langs universitaire medisch centra om ‘gender en gezondheid op de agenda te zetten’. Te beginnen in het UMC Utrecht, met een bijeenkomst over de overgang.

Initiatiefnemers van de alliantie zijn vrouwennetwerk Women Inc. en het ministerie van OCW. „De zorg bedient vrouwen niet goed genoeg”, zegt Marjolein Blüm, programmamaker gezondheid bij Women Inc, en afgestudeerd in genderstudies. „Meer aandacht voor sekseverschillen betekent betere zorg voor vrouwen.”

Neem hart- en vaatziekten. Een vaatziekte bij mannen manifesteert zich vaker in grotere bloedvaten. In een vrouwenlichaam juist in kleinere. Blüm: „Daarom wordt die ziekte bij vrouwen vaak over het hoofd gezien.”

Ook de kennis over louter vrouwelijke gezondheidsproblemen schiet tekort, aldus de alliantie. Zoals klachten rond de overgang. Opvliegers, overmatig zweten: die associaties zijn welbekend. Maar de overgang leidt ook tot een grotere kans op hartklachten. Oestrogeenconcentraties nemen af, en juist dat vrouwelijke hormoon heeft een gunstige invloed op cholesterolgehalte en bloeddruk. Ook het risico op depressies neemt toe. Blüm: „En er is een grotere kans op botontkalking, en een mogelijk verband met hart- en vaatziekten, zo horen wij van specialisten.”

Ook riskant voor vrouwen is de gewoonte onder farmaceuten om medicijnen meer op mannen dan op vrouwen te testen. Vrouwen zijn een minder ‘efficiënte onderzoeksgroep’ door hun hormoonschommelingen, zegt Blüm. „Daardoor zijn medicijnen makkelijker op mannen te testen. Bij vrouwelijke muizen moet je door de wisselende hormonen het medicijn onder een veel grotere populatie testen, voor eenzelfde zeggingskracht van het onderzoek.”

Voor veel medicijnen geldt een standaarddosering, terwijl een mannenlichaam het geneesmiddel anders kan opnemen dan dat van een vrouw. Vrouwen hebben bovendien 1,5 tot 1,7 keer zoveel kans op bijwerkingen als mannen, zo blijkt uit onderzoek. Het gebruik van geneesmiddelen onder vrouwen is hoger dan bij mannen.

Deelnemers van de alliantie ‘gender en gezondheid’ zijn onder meer ZonMw (subsidieverdeler voor gezondheidsonderzoek), en de universitair medisch centra van een zestal universiteiten. Het ministerie van OCW stelt tot eind 2015 een half miljoen euro beschikbaar. Bedoeling van de alliantie – naast ‘bewustwording’ – is een grotere aandacht voor zorg aan vrouwen in het curriculum van de studie geneeskunde. „Wij horen dat in de basisopleiding geneeskunde nu nauwelijks aandacht is voor sekseverschillen”, zegt Blüm. Een advies, uit te brengen over twee jaar, moet duidelijk maken wat per ziekte over sekseverschillen bekend is, en welk nader onderzoek nodig is.