De eindexamens zijn begonnen, waarom dromen we daar altijd over?

Foto ANP / Roos Koole

Vandaag beginnen de examens. Ook volwassenen worden er vaak nog lang door achtervolgd: in de vorm van de terugkerende eindexamendroom. Waarom dromen we die angstige droom om te zakken, slecht te zijn voorbereid of het eindexamenlokaal niet te kunnen vinden?

Door Ingmar Vriesema

De fietstocht naar school zullen ze probleemloos afleggen. Het gymlokaal zullen ze vinden. De pen zal het doen. De opgaven zullen goed leesbaar zijn. En over een maand zullen de scholieren geslaagd zijn. De eindexamenperiode, die maandag begint, zal voor de meeste middelbare scholieren verlopen volgens plan. Leren, presteren, slagen en feest vieren, om na de zomer aan het volwassen leven te beginnen. En dan, eenmaal volwassen, zullen ze alsnog zakken voor dat eindexamen. Jaar na jaar, decennialang. In hun dromen.

Zakken voor het eindexamen hoort thuis in het rijtje van veel genoemde droomthema’s, zo blijkt herhaaldelijk uit onderzoek naar dromen. Waarom is dat het geval, volgens de wetenschap? Hoe verloopt die droom precies? En valt er iets aan te doen?

Zakken voor het examen, mislukken, nergens toe

komen, dat is de kern van de eindexamendroom.

De examendroom is zowel een mannen- als een vrouwendroom: recent Duits onderzoek onder bijna drieduizend dromers laat zien dat beide seksen in statistisch gelijke mate over eindexamens dromen. Leeftijd speelt ook geen significante rol: de eindexamendroom is er voor jong en oud. Dus het eindexamen wiskunde dat woensdag op de rol staat voor havisten, zal in 2050 nog echoën in hun nachten.

Die nagalm is geen pretje. Zakken voor het examen, mislukken, nergens toe komen, dat is de kern van de eindexamendroom. Gereed zitten in dat gymlokaal, de opgaven doornemen en dan ontzet vaststellen dat je er geen touw aan kunt vastknopen. Het examenlokaal is onvindbaar, hoeveel deuren je ook probeert.
Of, nog zorgwekkender, je bent het examen helemaal vergeten, zoals een jonge Amerikaanse vrouw wier droom uit de late jaren veertig is opgetekend door onderzoekers: ‘Een jongen vroeg of ik plannen had, die middag. Het was 14.35 uur, zag ik op mijn horloge, en ik zei nee. Toen dacht ik dieper na en herinnerde ik me dat ik die middag een examen had over Duitse grammatica. Maar ik was al in geen weken naar school geweest, en ik had ook niets gestudeerd.’

Notoir slecht voorbereid

“Ik zit in een grote zaal. Er worden examenvragen uitgedeeld. Bij het lezen van de opgaven stel ik met ontzetting vast dat ik ze niet kan oplossen. Ik ben radeloos en kijk hulpbehoevend om me heen. Mijn buren zitten echter ver van mij vandaan. Iedereen is druk bezig met de opgaven.”
32-jarige man (bron: ‘De creatieve kracht van dromen’, Dr. Günter Harnisch, 2000)

Examendromers zijn notoir slecht voorbereid. En tijdens het examen kampen ze steevast met tijdsdruk. Zoals psycholoog Douwe Draaisma het droogjes formuleert in zijn boek De Dromenwever: ‘Soms begint de droom pas een paar minuten voordat de antwoorden ingeleverd moeten worden’.

De examendroom loopt dan ook zelden goed af. Op zich is dat opmerkelijk, want – ook dit blijkt uit onderzoek – we dromen vrijwel altijd over examens die we in het echt hebben afgelegd, met goed gevolg. Die combinatie – zakken in de droom, slagen in het echt – zorgt voor die intense opluchting na het wakker worden. Tegelijkertijd voelt die zojuist gedroomde mislukking vaak nog waarachtig aan, zodat sommige dromers ver na het ontbijt nóg twijfelen of ze dat examen écht hebben gehaald. Er zijn zelfs dromers die het schooldiploma voor de zekerheid uit de stoffige verhuisdoos tevoorschijn halen.

“Ik droomde dat ik een examen had en dat ik te laat was. Ik had nog tien minuten te gaan. (…) De leraar zei dat ik het examen echt moest doen en dat ik zo snel mogelijk moest schrijven om nog wat punten bij elkaar te sprokkelen. Ik ging zitten maar kon mijn pen niet vinden. Panisch doorzocht ik mijn tas, en eindelijk vond ik mijn pen. Maar er zat geen inkt meer in. Ik haalde wat inkt bij een bureau en toen kon ik mijn opgaven niet vinden. Ik had nog een paar minuten toen ik mijn opgaven weer gevonden had. Toen ging de bel. Toen ik mijn opgaven inleverde, voelde ik aan dat ik was gezakt.”
Amerikaanse studente, 24 jaar in 1947. (bron: dreambank.net)

Troost

Waarom dromen we die eindexamendroom? Freud dacht eerst aan een bestraffende functie (je hebt gefaald!), toen dacht hij aan seks, maar uiteindelijk hield hij het op troost. We dromen immers dat we zakken voor een examen dat we eigenlijk hebben gehaald. De droom stelt ons dus gerust: al was onze angst destijds nog zo groot, we zijn geslaagd.

Volgens de Utrechtse psychoanalyticus Harry Stroeken stelt de eindexamendroom ons gerust voor ‘een te verrichten taak waar men tegenop ziet’, schrijft hij in zijn werk Dromen – brein & betekenis. Voor zijn stelling is geen wetenschappelijk bewijs (of tegenbewijs) maar er zijn genoeg anekdotes in de droomliteratuur die zijn standpunt schragen. Een succesvolle advocaat heeft zijn eindexamendroom (hij snapt de simpelste begrippen niet) “meestal” voorafgaand aan “moeilijke rechtszittingen”, met een ongewisse uitkomst voor zijn cliënt.

Ik vouwde het examen open en las de enige vraag die op het papier stond. Er stond: ‘Trek na wat het belang is van een gum voor het beheer van de frequentie van geluidsgolven.’ Vastberaden pakte ik mijn pen en ging aan de slag zoals zo veel leerlingen tijdens een examen: door maar wat raak te bazelen. Ik herinner me dat ik resoluut aan het schrijven was (in de hoop de leraar om de tuin te kunnen leiden): ‘Grif zal door ieder intelligent persoon worden ingezien dat een gum van het grootste belang is, enz.’ Ik was nogal bezorgd dat ik door de mand zou vallen en een laag cijfer zou krijgen.’
Amerikaanse vrouw, eind jaren veertig, begin jaren vijftig (Bron: dreambank.net)

Douwe Draaisma voert in De Dromenwever een vrouw op die haar dromen enkele decennia heeft bijgehouden, en haar ‘repeterende examendroom’ verschijnt en verdwijnt ‘op geleide van spanningen’. Wél als beginnend student, níet vlak na het afstuderen. Wél daags voor de bruiloft, niet daags erna.

Zeker, zegt slaaponderzoeker Jaap Lancee, verbonden aan de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam, het kán zo zijn dat in spannende tijden mensen vaker over eindexamens dromen. Immers, “een droom gaat vaak over hetgeen je overdag bezighoudt. Waar je aan denkt”. Maar, benadrukt Lancee, dromen laten zich lang niet altijd eenvoudig verklaren.

“Al associërend en improviserend kom je terecht in die goede oude examendroom, het gebaande pad dat je al vele malen eerder hebt bewandeld.”

Vaak genoeg zijn dromen niet meer dan “toevallige samenraapsels” van associaties, losjes gebaseerd op de ervaringen van die dag. En al associërend en improviserend kom je dan terecht in die goede oude examendroom, het gebaande pad dat je al vele malen eerder hebt bewandeld. “Je hoofd neemt namelijk de weg van de minste weerstand. Dan droom je bijvoorbeeld over een gebouw dat je die dag hebt gezien. Dat gebouw doet je in die droom denken aan een school. En, hop, dan beland je weer op dat gebaande pad van het eindexamen.”

“Ik zit op een fiets die heel zwaar trapt (….). Ik doe eindexamen in wildernis- en natuurbeheer. Ik moet tien korte vragen beantwoorden plus, naar keuze, een van drie essayvragen. Die essayvraag bestaat uit vijf speelkaarten. Ik kreeg een schoppenaas, en een 10, 4, 5, en 8 van verschillende kleuren. Ik verpruts het examen: ik zak. Op mijn tafeltje is het één grote chaos. De opgaven vallen van mijn tafeltje, ik pak ze beet terwijl ze naar beneden zweven. Ik heb nog vijftig minuten voor twee essayvragen en ik ben nog niet klaar met de korte vragen. Ik voel me vreselijk gejaagd. (…) Ik neem pauze, versnaperingen halen, al doe ik het slecht en heb ik geen tijd. Ik kom erachter dat mijn klasgenoot Kevin Valley mijn examen heeft verscheurd! Ik raak in paniek en schreeuw mijn leraren toe dat ik in de penarie zit, maar mijn mond zit vol met taart. Ik weet dat ik zal zakken, maar ik wil wel punten voor wat ik wél heb opgeschreven. (PS: Ik had deze droom ná mijn examen, en ik ben geslaagd.)”
Kenneth, Amerikaanse student, in 1998 (Bron: dreambank.net)

Overgangsritueel

Blijft de vraag: waarom leidt dat gebaande pad juist naar het eindexamen? En niet naar, zeg, het rij-examen, of het eerste sollicitatiegesprek? Volgens psycholoog Barbara Roukema, voorzitter van de Vereniging voor de Studie van Dromen, heeft bij uitstek het eindexamen in onze cultuur de status van een “overgangsritueel”. “Een proeve van bekwaamheid. Zij die slagen, hebben bewezen te beschikken over genoeg wijsheid en kunde om te worden opgenomen in de samenleving van de volwassenen.”

Draaisma noemt de eindexamendroom de ‘prijs voor het leven in een meritocratie’: inlotingen, sollicitatiegesprekken, functioneringsgesprekken, ze brengen alle spanningen met zich mee. En die voeren we al dromend terug naar die ultieme vuurproef: het eindexamen.

Er is hoop, voor hen die last hebben van een terugkerende eindexamendroom. Voor hen die maar blijven dromen van kapotte pennen, dat doolhof aan gangen, die proefvertaling Latijn die plots blijkt te zijn opgetrokken uit Chinese tekens. Denk overdag aan dat droomscript terug, en knoop er een goed einde aan vast. Beeld je de droom diezelfde dag nóg eens in, en dan weer met dat goede einde. En nog eens. „Zo kun je een nieuw pad banen”, zegt Jaap Lancee. En dan zal je die fietstocht naar school probleemloos afleggen. Het gymlokaal zal je vinden. De pen zal het doen. De opgaven zullen goed leesbaar zijn. En dan ben je voorgoed geslaagd.