In 24 uur zou alles anders worden/ Ik wilde dat de wereld zag hoe onverschrokken Snowden was

Morgen verschijnt ‘De afluisterstaat’ van Glenn Greenwald over Edward Snowden en de NSA-affaire. ‘We wisten dat we een van de belangrijkste gebeurtenissen van ons leven meemaakten.’

Die donderdag, de vijfde dag in Hongkong, ging ik weer naar de kamer van Snowden, die meteen aangaf dat hij ‘ietwat verontrustend nieuws’ had. Het huis op Hawaï waar hij met zijn vriendin woonde had een beveiligingssysteem dat met het internet was verbonden. Via dat systeem had Snowden gezien dat twee NSA-mensen – een personeelsfunctionaris en een ‘politieagent’ van de dienst – bij hem langs waren geweest.

Volgens Snowden duidde dit er vrijwel zeker op dat de NSA hem als het vermoedelijke lek zag, maar ik betwijfelde dat. „Als ze denken dat jij dit hebt gedaan sturen ze hordes FBI-agenten met een huiszoekingsbevel op je af, plus waarschijnlijk ook nog een arrestatieteam, niet maar een NSA-agent en een of andere P&O- figuur.” Het leek me gewoon zo’n routineonderzoekje dat bijna vanzelf plaatsvindt als een NSA-medewerker een paar weken zonder verklaring wegblijft. Maar Snowden opperde dat ze het misschien opzettelijk zo klein hielden om te voorkomen dat de media er lucht van kregen, of dat mensen zouden proberen bewijsmateriaal te laten verdwijnen.

Snel publiceren

Wat het ook te betekenen had, er bleek wel uit dat we snel moesten beginnen aan ons artikel en de video waarin Snowden werd aangeduid als de bron van de onthullingen. We wilden per se dat de wereld eerst van Snowden zelf zou horen wie hij was, wat hij had gedaan en waarom, niet via een lastercampagne van de Amerikaanse overheid, terwijl hij zich schuilhield, gevangenzat of om andere redenen zijn verhaal niet kon doen.

We waren van plan nog twee artikelen te publiceren, een de volgende dag, vrijdag, het tweede de dag erna. Op zondag zouden we vervolgens een lang stuk over Snowden uitbrengen met daarbij een gefilmd interview en op schrift een aantal vragen van Ewen MacAskill plus Snowdens antwoorden.

Laura was de voorafgaande 48 uur bezig geweest haar filmmateriaal van mijn eerste interview met Snowden te monteren, maar uiteindelijk vond ze het te gedetailleerd, te langdradig en te gefragmenteerd. Ze wilde ter plekke een nieuw interview opnemen dat beknopter en meer to the point was en noteerde een stuk of twintig vragen die ik hem moest stellen. Ik voegde er zelf nog een paar aan toe terwijl Laura haar camera opstelde en ons instrueerde waar we moesten zitten.

„Eh, mijn naam is Ed Snowden”, begint de inmiddels fameuze film. „Ik ben 29. Ik werk namens Booz Allen Hamilton als infrastructuuranalist voor de NSA op Hawaï.”

Vervolgens beantwoordde Snowden helder, stoïcijns en zakelijk elke vraag: waarom had hij besloten de documenten naar buiten te brengen? Waarom vond hij het zo belangrijk dat hij er zijn vrijheid voor wilde opofferen? Wat waren de meest significante onthullingen? Was de inhoud van sommige documenten crimineel dan wel illegaal? Wat zou er nu met hem gebeuren, dacht hij?

Toen hij met voorbeelden van illegale en grootschalige surveillance kwam, werd hij geanimeerd, vertoonde hij passie. Maar pas toen ik hem vroeg welke represailles hij verwachtte gaf hij blijk van nervositeit; hij was bang dat de overheid hem via zijn familie en vriendin wilde straffen voor zijn daad. Om dat risico te verkleinen zou hij het contact met hen tot een minimum beperken, zei hij, maar hij wist dat hij hen niet volledig kon beschermen.

„Dat is het enige waar ik ’s nachts van wakker lig – de vraag wat er met hen zal gebeuren”, zei hij met vochtig wordende ogen; de eerste en meteen ook laatste keer dat ik daar getuige van was.

Doelen voor cyberaanvallen

Terwijl Laura het videomateriaal monteerde, legden Ewen en ik de laatste hand aan onze volgende twee artikelen. Het derde artikel beschreef een uiterst geheim presidentieel decreet dat Obama in november 2012 had ondertekend. Hiermee gebood hij het Pentagon en daaraan verbonden diensten om een aantal agressieve cyberaanvallen op mondiale schaal voor te bereiden. „Hooggeplaatste medewerkers op het vlak van nationale veiligheid en inlichtingen”, gaf de eerste alinea te lezen, hebben het verzoek gekregen „een lijst op te stellen met mogelijke overzeese doelen voor Amerikaanse cyberaanvallen, blijkt uit een zeer geheim presidentieel decreet dat The Guardian in handen heeft gekregen”.

Het vierde artikel, dat zoals gepland op zaterdag verscheen, ging over BOUNDLESS IN

FORMANT, het NSA-programma voor data-tracking.

We schreven over de rapporten waaruit bleek dat de NSA miljarden telefoongesprekken en e-mails verzamelde, analyseerde en opsloeg die in de Amerikaanse infrastructuur voor telecommunicatie passeerden. Ook wierpen we de vraag op of NSA-medewerkers tegen het Congres hadden gelogen toen ze senators een antwoord schuldig bleven op hun vragen naar het aantal onderschepte binnenlandse gesprekken en mails; ze beweerden dat ze zulke gegevens niet bewaarden en daar dus ook geen analyses mee konden uitvoeren.

Laura en ik zouden elkaar weer in Snowdens hotel treffen nadat het artikel over BOUNDLESS INFORMANT was verschenen. Maar net voordat ik mijn kamer zou verlaten ging ik opeens op het bed zitten. Ik herinnerde me Cincinnatus, mijn anonieme e-mailcorrespondent van zes maanden daarvoor, die me had overladen met gemailde verzoeken om PGP [een technologie om e-mails te versleutelen, red.] te installeren, zodat hij me belangrijke informatie kon sturen. In alle opwinding schoot het door me heen dat hij misschien ook een waardevol verhaal voor me in petto had. Ik herinnerde me zijn e-mailnaam niet meer, maar wist uiteindelijk een van zijn mails te vinden door op sleutelwoorden te zoeken.

„Hé, goed nieuws”, schreef ik hem. „Ik weet, het heeft lang geduurd, maar nu gebruik ik dan eindelijk PGP-mail. Ik kan dus elk moment met je in gesprek, mocht je nog belangstelling hebben.” Ik klikte op versturen.

Vlak na mijn aankomst in zijn kamer zei Snowden met meer dan iets van spot in zijn stem: „Trouwens, de Cincinnatus die je daarnet hebt gemaild, dat ben ik.”

Het duurde even voordat de boodschap tot me doordrong en ik mezelf weer een houding wist te geven. Degene die maanden geleden wanhopige pogingen had ondernomen om mij versleutelde e-mail te laten gebruiken was Snowden. Mijn eerste contact met hem had niet in mei plaatsgevonden, een maand geleden, maar vele maanden daarvoor. Voordat hij Laura had benaderd over de lekken, voordat hij wie dan ook had benaderd, had hij geprobeerd mij te bereiken.

Vertrouwen en eensgezindheid

Onze onderlinge band werd hechter dankzij al die uren die we dag in dag uit gedrieën doorbrachten. De onhandigheid en de spanning van ons eerste bijeenzijn waren al snel overgegaan in een relatie die gekenmerkt werd door collegialiteit, vertrouwen en eensgezindheid. We wisten dat we samen een van de belangrijkste gebeurtenissen van ons leven meemaakten.

Maar nu het artikel voor BOUNDLESS INFORMANT in de openbaarheid was, maakte de vrij ontspannen sfeer die we de voorafgaande dagen in stand hadden weten te houden plaats voor tastbare nervositeit. Want minder dan 24 uur later zouden we Snowdens identiteit onthullen, waardoor alles anders zou worden, wisten we, vooral voor hem. Met z’n drieën hadden we een korte maar uitzonderlijk intense en vruchtbare periode van samenwerking meegemaakt. Een van ons, Snowden, zou op korte termijn uit de groep worden gehaald, waarschijnlijk voor een langdurig verblijf in de gevangenis; een besef dat vanaf aanvang als een lagedrukgebied in de lucht had gehangen en de sfeer had getemperd, voor mij althans wel. Alleen Snowden leek er geen last van te hebben gehad. Gaandeweg begonnen we een lichte vorm van galgenhumor te bezigen.

„In Gitmo wil ik het onderste bed”, grapte Snowden toen we het over de nabije toekomst hadden. (Gitmo is de Amerikaanse gevangenis op Guantánamo Bay, red.) Wanneer we onze verdere artikelen bespraken, plaatste hij opmerkingen als: „Dat wordt meegenomen in de aanklacht. De enige vraag is dan nog of het in die tegen jullie of die tegen mij belandt.” Meestal bleef hij ongelooflijk rustig. Zelfs toen het einde van zijn vrijheid steeds dichterbij kwam ging Snowden om half elf naar bed, zoals hij tijdens mijn verblijf in Hongkong elke avond had gedaan. Terwijl ik nauwelijks langer dan twee uur achtereen kon slapen, wist hij zijn patroon vast te houden. „Oké, ik duik maar eens m’n nest in”, verkondigde hij elke avond nonchalant voordat hij rustig zevenenhalf uur ging slapen. Als we Snowden vroegen hoe hij het voor elkaar kreeg om in deze omstandigheden zo goed te slapen, antwoordde hij dat hij volkomen in het reine was met zichzelf en daarom geen moeite had met de nachten. „Ik heb waarschijnlijk nog maar een paar dagen een fatsoenlijk kussen”, grapte hij, „dus moet ik er maar goed van genieten”.

Bekendmaking aan de buitenwereld

Op zondagmiddag – Hongkongse tijd – voltooiden Ewen en ik ons artikel waarin we Snowden bekendmaakten aan de buitenwereld. In de tussentijd maakte Laura de montage van de video af. Janine, die bij het ochtendkrieken in New York inlogde op de chat, liet ik weten dat het essentieel was om het nieuws zo zorgvuldig mogelijk naar buiten te brengen en dat ik me persoonlijk verplicht voelde Snowdens keuzes recht te doen. Ik vertrouwde mijn collega’s van The Guardian steeds meer, zowel redactietechnisch als wat hun moed betrof. Maar in dit geval wilde ik elke redactionele ingreep checken, hoe groot of klein ook, want het ging om het artikel waarin Snowdens identiteit zou worden onthuld aan de hele wereld.

Later diezelfde middag kwam Laura naar mijn hotelkamer om mij en Ewen haar video te laten zien. Gedrieën bekeken we hem in stilte. Laura had fantastisch werk verricht – de stijl was sober en de montage voortreffelijk – maar de kracht van de film school vooral in het feit dat Snowden zelf zijn verhaal vertelde. Met verve bracht hij zijn overtuiging, passie, engagement op de kijker over, alles wat hem ertoe had gebracht in actie te komen. Ik wist dat miljoenen mensen geïnspireerd zouden worden door de moed waarmee hij naar voren trad om zijn daden uit de doeken te doen en er verantwoording over af te leggen, door zijn weigering onder te duiken en zich te laten opjagen.

Voor alles wilde ik dat de wereld zag hoe onverschrokken Snowden was. Het Amerikaanse landsbestuur had het voorafgaande decennium zijn uiterste best gedaan om te laten zien dat zijn macht geen grenzen kende. Het had oorlogen ontketend, had mensen gemarteld en gevangengezet zonder ze in staat van beschuldiging te stellen, had met drones doelen gebombardeerd en zo, buiten de wet om, gemoord. En de boodschappers bleven niet buiten schot; klokkenluiders waren tegengewerkt en vervolgd, journalisten waren bedreigd met gevangenisstraf. Met behulp van een uitgekiend systeem om alle serieuze critici, al dan niet in wording, te intimideren, had de overheid geprobeerd mensen over de hele wereld te laten zien dat haar macht niet gehinderd werd door wetten (inclusief de grondwet), moraal of ethiek; moet je zien wat we allemaal kunnen en zullen doen met degenen die onze plannen dwarsbomen.

Moed is besmettelijk

Snowden had die intimidaties straal genegeerd. Moed is besmettelijk. Ik wist dat hij talloze mensen ertoe kon brengen zijn voorbeeld te volgen.

Zondag 9 juni om twee uur ’s middags Hongkongse tijd publiceerde The Guardian het artikel waarin Snowden werd voorgesteld aan de buitenwereld: Edward Snowden: The Whistleblower Behind the NSA Surveillance Revelations. Boven aan het artikel stond een link naar Laura’s twaalf minuten durende video. De eerste zin luidde: „De persoon die verantwoordelijk is voor een van de omvangrijkste lekken in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek is Edward Snowden, een 29-jarige voormalig technisch medewerker van de CIA en momenteel werknemer van Booz Allen Hamilton, adviesbureau op het vlak van onder meer defensie.” In het artikel werd Snowdens verhaal verteld; zijn drijfveren kwamen aan bod en er viel in te lezen dat „Snowden de geschiedenis in zal gaan als een van Amerika’s invloedrijkste klokkenluiders, naast Daniel Ellsberg en Bradley Manning”. We citeerden uit een eerder bericht van Snowden dat aan Laura en mij was gericht: „Ik weet dat men mij zal laten lijden voor mijn handelingen [...], maar ik ben tevreden als het verbond van geheime wetten, juridische willekeur en losgeslagen machthebbers dat mijn geliefde wereld regeert aan het licht komt, al is het maar voor even.”

‘Geen belangrijker lek dan Snowden’

De reacties op het artikel en de video waren heftiger dan alles wat ik ooit als schrijver had meegemaakt. Ellsberg zelf schreef de dag erna in The Guardian: „De Amerikaanse geschiedenis kent geen belangrijker lek dan Edward Snowden en het door hem onthulde NSA-materiaal – met inbegrip van de Pentagon Papers, veertig jaar geleden, dat staat buiten kijf.”

Alleen al de eerste paar dagen na publicatie van het artikel zetten een paar honderdduizend mensen de link op hun Facebook-pagina. Bijna drie miljoen mensen keken naar het interview op YouTube. Nog veel meer mensen zagen het op de website van The Guardian. Uit de overweldigende respons bleek vooral dat Snowdens moed anderen schokte en inspireerde.

Laura, Snowden en ik volgden samen de reacties op de onthulling van zijn identiteit. In de tussentijd discussieerde ik ook met twee mediastrategen van The Guardian over de vraag met welke tv-interviews ik die maandagochtend zou moeten instemmen. De uitkomst daarvan was: Morning Joe op MSNBC, gevolgd door The Today Show van NBC. Dat waren de twee programma’s die het vroegst werden uitgezonden en voor de rest van de dag de berichtgeving over Snowden grotendeels zouden bepalen.

Maar om vijf uur ’s ochtends, nog voordat ik me richting die interviews kon begeven en maar een paar uur na de publicatie van het Snowden-artikel, werden we opgeschrikt door een telefoontje van een trouwe lezer van me die in Hongkong woont en met wie ik die hele week af en toe had gecommuniceerd. Tijdens dat matineuze telefoontje benadrukte hij dat iedereen binnen de kortste keren in Hongkong op zoek zou gaan naar Snowden en dat hij dringend advocaten moest krijgen, advocaten die om de hoek woonden en de juiste connecties hadden. Hij kon twee van de beste mensenrechtenadvocaten leveren die bereid waren hem te verdedigen. Of ze per direct gedrieën naar mijn hotel konden komen?

Dit is een voorpublicatie uit ‘De afluisterstaat’ die morgen wereldwijd wordt uitgebracht. Journalist Glenn Greenwald ontving maandenlang anonieme mails vol documenten over overheidsspionage. In mei 2013 vertrok hij naar Hongkong om zijn anonieme bron te ontmoeten: Edward Snowden.