Geef de zolders weer terug aan de kinderen

Schrijfster Hülya Cigdem wordt vaak gevraagd waarom ze niet in de hennepteelt zit // De Turkse gemeenschap in Tilburg doet alsof het de normaalste zaak is // Hoe kan dat?

‘Als jullie willen kweken, ga dan niet naar een vreemde, hè!” Het was op een feestje, alweer zo’n twaalf jaar geleden, dat ik er voor het eerst over hoorde. We klaagden over de euro, dat het leven zo duur was geworden, toen een van mijn vriendinnen zei: „De wietteelt, meiden, daar zit goed geld in. Kijk naar hoe ik leef. Mijn man kan jullie helpen.” Wat gek eigenlijk, dacht ik, dat ik haar al jaren ken maar dat ik dit van haar niet wist. Terwijl ik me afvroeg wat ik ervan moest vinden, veranderde het onderwerp alweer in een Turkse soapserie.

Het bleek een voorbode te zijn. In het land waar hun ouders naartoe zijn gekomen om hard te werken, hebben hun nazaten in Tilburg de hennepteelt ontdekt: het groene goud dat welig tiert op de zolderkamers. Dankzij ons Nederlandse gedoogbeleid is wietteelt een ‘logische’ stap voor velen in mijn omgeving om aan ‘de armoede te ontsnappen’.

Iedere Turk in Tilburg kent wel iemand, of heeft een familielid, met ‘groene vingers’, die tot de ontdekking is gekomen dat je niet per se hard hoeft te werken en te zweten voor je geld. Het verbaast mij allang niet meer als er op feestjes vergoelijkend wordt gesproken over hennepteelt.

Het verspreidde zich de afgelopen tien jaar als onkruid. De economische crisis heeft geholpen het taboe te doorbreken. Afkeuring van wietteelt heeft plaatsgemaakt voor begrip en acceptatie onder alle lagen van de Turkse gemeenschap. De algemene tendens: de overheid vindt het best, het brengt geld in de staatskas. Anders hadden ze de verkoop allang verboden. „Het wordt toch gedoogd?”

Van je buren moet je het hebben

Met hulp van lieve buren Henk en Ingrid, die zo goed waren hun kennis en kunde met hun minder vermogende buren uit Anatolië te delen, besloten steeds meer kennissen rijkdom te vergaren met een beroep dat ze met een twijfelachtige trots beoefenen.

Zo is een nieuwe generatie opgestaan die zich de allure heeft aangemeten van revolutionairen die weten waar Abraham de mosterd haalt. Hou toch op met dat gesappel, ouders, ga voor het grote geld! Wat dat betreft, is de integratie ruimschoots gelukt.

Niets menselijks is mij vreemd. Door het gemak van de wietteelt en de inkomsten die eruit vergaard kunnen worden, ben ik ook in de verleiding geweest. Nog voordat mijn man Ahmet en ik klaar waren met de nokverhoging van ons huis, kregen we vanuit diverse hoeken aanbiedingen.

Een zolder? Nieuw? Dat biedt kansen!

Met het geld dat we zouden verdienen, zouden we de verbouwing kunnen bekorten van vier jaar naar één jaar. Over de pakkans hoefden we ons geen zorgen te maken. „Jullie krijgen hooguit een taakstraf en de boete die betalen wij.”

Ik hoorde de argumenten en moest me inhouden om niet te roepen: „Ja, onze zolder is daar inderdaad geknipt voor!”

Ik had wel gezien hoe die ene vriendin leefde in rijkdom. Ik was een beetje jaloers. Zij was op stap met haar binnenhuisarchitect, terwijl ik van mijn man leerde hoe ik een muur van gasbetonblokken moest metselen. Je hebt luxe paarden en je hebt werkpaarden.

Maar soms maak je in je leven opnieuw een keuze en bepaal je waar je staat. Dus zal ik? Zal ik?

Een discussie over wel of niet kweken op onze zolder hebben we uiteindelijk niet gevoerd. Ahmet is zoals mijn vader: je gemoedsrust is je grootste schat, als je je geweten hebt verkocht, gaat het van kwaad naar erger. En ondanks dat stemmetje in mijn achterhoofd wilde ik zelf ook waardig blijven tegenover mijn vader.

We zijn vele malen voor gek verklaard: wie kiest er nou voor om in het stof van de verbouwing te blijven? Gelukkig zijn er ook mensen, onder wie boezemvrienden, die zich zoals Ahmet liever eerlijk driemaal een slag in de rondte werken dan dat ze kiezen voor snel en makkelijk geld. Ik kijk om me heen, maar naar zulke mensen kijk ik op.

Maar medelanders, een beetje hulp zou welkom zijn. Met ons dubieuze softdrugsbeleid is het immers wel héél makkelijk voor mensen die onderaan de sociale ladder bungelen een paar treetjes omhoog te klimmen. „Nederland vraagt erom”, hoor ik vaak.

De redenen om in de hennepteelt te stappen zijn divers. Ten eerste: van een uitkering kun je niet fatsoenlijk leven. Begrijpelijk, vooral als je nagaat dat de meeste Turken elke zomer naar Turkije op vakantie gaan en daaraan alles uitgeven wat in Nederland met pijn en moeite bij elkaar is gespaard. En dat ze daarbij óók nog het verlangen koesteren om in Turkije bezittingen op te bouwen.

Ten tweede: als het al lukt om een aardige baan te krijgen, moet je met zijn tweeën werken om enigszins redelijk te kunnen leven. Vervolgens moet een flink deel van het zuurverdiende geld afgedragen worden aan de belasting. „In Nederland werk je niet voor jezelf, maar voor de overheid” – o, dat hoor ik ook zo vaak!

Ik teel wiet, maar assimileer niet

We leven in een vrij land waarin iedereen zelf mag bepalen hoe hij of zij wil leven. Ik ben daar trots op en maak daar ook graag gebruik van. Er is dan ook geen reden om anderen de les te lezen en dit zelfbeschikkingsrecht af te nemen.

Maar toch wringt het: zij die niets willen weten van onze in hun ogen te westerse levensstijl, vinden dat er niets mis is met het softdrugsgeld dat verdiend wordt in illegaliteit.

„Kweken is net een besmettelijke ziekte, mensen nemen het van elkaar over”, zei een Turks-Tilburgse coffeeshopeigenaar over zijn landgenoten. „We moeten dit niet normaal vinden. Geld is zoet, maar is dit de derde generatie die we willen voortbrengen?”

Zo leef ik voortdurend met dilemma’s.

Een alleenstaande bijstandsmoeder met twee jonge kinderen die de zolder laat volplanten, slaapt met een vleesmes in haar nachtkastje. Ze is bang voor de dieven die de oogst willen rippen. Moet ik de politie bellen of de kinderbescherming?

Een huisvrouw verdient wat extra met knippen en neemt haar kind mee naar haar ‘bijbaan’. Dat kind speelt daar de hele nacht met andere kinderen en is de volgende ochtend te moe om naar school te gaan. Moet ik de leerplichtambtenaar bellen of een psycholoog?

Moet ik de Belastingdienst bellen of de uitkeringsinstantie, als een jongen zonder opleiding en zonder baan rondrijdt in een veel te dure Mercedes die hij van zijn werkloze vader heeft gekregen?

Er is al een generatie verloren gegaan die denkt dat het doel alle middelen heiligt en dat je de wet mag overtreden om je hebzucht te bevredigen. Helpt dan het wijzen op de Koran van hun (voor)ouders of het wetboek?

De overheid moet hier wat aan doen

Ik kan van alles doen of niets, maar ik kan het niet alleen. Het lijkt me duidelijk dat de overheid hier werk van moet gaan maken.

Als er niet snel iets verandert in het dubbelhartige softdrugsbeleid, groeit er nóg een generatie op tussen de planten.

Kinderen en jongeren worden verziekt door het huidige beleid. Dat ze opgroeien tussen de wietplanten is gewoonweg niet goed en ook niet gezond. Wat zullen zij doen over een jaar of vijftien? Waar zij terecht zullen komen, laat zich raden.

Terwijl dit zich afspeelt voor mijn neus, kan ik niet anders doen dan concluderen: legaliseer de wietteelt en geef de zolders terug aan de kinderen.

De wietteelt in de Turkse gemeenschap in Tilburg inspireerde Hülya Cigdem tot haar tweede roman ‘De val van Mehmet’ en verschijnt 15 mei bij De Arbeiderspers. Cigdem kwam op haar vijftiende als importbruid naar Nederland. Na een cursus Nederlands studeerde ze journalistiek. Ze is schrijfster en freelance journalist.