De voorproef: Shakespeare, Victor Hugo en Rudi Rotthier

In de rubriek ‘De voorproef’ geven boekenredacteuren wekelijks een eerste oordeel over nieuw binnengekomen boeken. Deze week: Arjen Fortuin en Toef Jaeger over Shakespeare, Victor Hugo en Rudi Rotthier.

Niet alle boeken die de wereld veranderden kosten een kapitaal aan vertaalrechten, zoals de bestseller van de Franse econoom Piketty. Zo is er plotseling een fonkelnieuwe vertaling van Venus and Adonis, het lange gedicht waarmee William Shakespeare 421 jaar geleden furore maakte.

En fonkelen doet het, in de woorden van Peter Verstegen, de volle 199 strofen lang. Zo luidt bijvoorbeeld de vierde, waarin de liefde begint te gisten:

Zó dat je lippen nooit verzadigd raken/ En gretigheid nog groeit bij overvloed,/ Die ze afwisselend rood en bleek zal maken,/ Tien kussen snel; één traag, tien maal zo zoet:/ Een zomerdag lijkt tot een uur bekort,/ Want je vergeet de tijd bij deze sport.

Zoveel zinnelijkheid, dat loopt verkeerd af. 189 strofen later lezen we:

De jongen naast haar, in de dood verstild,/ Is eerlang weggesmolten en verdampt,/ En uit zijn bloed, daar op de grond verspild,/ Ontluikt een bloem van purper, wit gevlamd,/Gelijkend op zijn bleke lichaam dat/ Met ronde rode druppels was bespat.

We zijn pas halverwege het boek als het (ook in het Engels afgedrukte) gedicht uit is.
Het tweede deel van de uitgave wordt gevuld door een afdeling die ‘noten’ heet, maar die eigenlijk een spannende hervertelling van het gedicht is, compleet met verwijzingen naar achtergronden en wetenswaardigheden over vos en haas.

Tot zover de nieuwe Shakespeare – want er is ook nog de oude Shakespeare, die van de legendarische Vlaamse vertaler Willy Courteaux [2]. Hij voltooide ‘zijn’ Shakespeare al in juni 1966 en zijn in 2007 herziene werk is nu door De Bezige Bij Antwerpen in drie delen uitgegeven: Komedies, Tragedies en Koningsdrama’s. Duizend pagina’s elk, gebonden in een boekverzorging die inmiddels helaas veel uitzonderlijker is dan een halve eeuw geleden.

Courteaux – die zich óók uitput in toelichtingen – geeft de precieze, klassieke Shakespeare, waarin Hamlet nog gewoon ‘Te zijn of niet te zijn, dat is de vraag’ zegt. Natuurlijk is Shakespeare weleens in wufter Nederlands gevangen, maar de tekst van Courteaux is een robuuste bodem voor allen die na hem kwamen en zullen komen.

Treurige lot van Gwynplaine

Nog een klassieke, mild onmodieuze uitgave: een rijkelijk geannoteerde nieuwe vertaling van een negentiende-eeuwse Franse klassieker: De lachende mens van Victor Hugo. In deze roman doet Hugo wat hij wel vaker deed, hij portretteert sociale ongelijkheid in een roman waarin liefde, en een avontuurlijke romantiek de lezer moeten meeslepen.

Dat lukt gedeeltelijk, want het tempo ligt – ondanks de vele verwikkelingen – niet heel hoog. Hoofdpersoon is Gwynplaine, de man die vanwege een vervorming in zijn gezicht altijd lacht, en aan wie dus het lijden niet valt af te lezen. Dat is een treurig lot voor een afwijkend mens in de achttiende eeuw. Langzaam ontrafelt Hugo het verleden van zijn hoofdpersoon, met de bedoeling om te laten zien dat de ware aard van de mens onder armoedige omstandigheden niet tot zijn recht kan komen. Het is dezelfde boodschap als in Les Misérables, maar de kans dat er een musical van dit boek wordt gemaakt is klein, hoewel je in die lachende man al wel een spook van de opera herkent.

Chagrijn in Nederland diep geworteld

Rudi Rotthier is een Vlaamse reisschrijver die in De naakte perenboom het land van zijn noorderburen verkent. Hij ontdekt dat „chagrijn niet per se tot de volksaard behoort, maar in ieder geval diep is geworteld”. En dat komt omdat hij met een nogal ambitieuze invalshoek door ons land reist: wat is er over van Spinoza? Dat valt natuurlijk een beetje tegen, wat overigens vaak behoorlijk grappige passages oplevert.

Nuchter constateert Rotthier dat de vermeende maakbaarheid van de samenleving vaak contrasteert met het gecompliceerde mensbeeld van Spinoza. En het lijkt Rotthier daar stiekem meer om te doen: het contrast tussen rechte wegen en rechtlijnig denken enerzijds, en het pleidooi voor productief falen van Spinoza; tussen competentie en ernst en een „bon vivant die uit zijn nek kletst” anderzijds. Het lijkt een portret van de volksaard, maar ondertussen verloochent hij zijn reisschrijverschap niet: er is een onlinereisgids bij het boek verkrijgbaar.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 10 mei 2014, pagina 32 - 33.