Dalai lama: ‘bemoedigende’ tekenen

De houding van de nieuwe leiders in Beijing is bemoedigend, zegt de dalai lama. Zoals waardering voor het boeddhisme. Maar de situatie in Tibet blijft slecht.

Dalai lama in Ahoy, Rotterdam: „De Tibetaanse geest is sterk gebleven.”
Dalai lama in Ahoy, Rotterdam: „De Tibetaanse geest is sterk gebleven.” Foto Robin Utrecht

„Neemt u me niet kwalijk, Uwe Heiligheid, er is hier een journalist die u kort zou komen interviewen.” Lichtelijk verstoord kijkt de dalai lama op. De 78-jarige spirituele leider van de Tibetanen en politiek leider in ruste is aan de lunchtafel in een vertrekje van het Ahoy-complex in Rotterdam net in een geanimeerd gesprek gewikkeld met rabbijn Awraham Soetendorp, en diens familie.

Maar de dalai lama, naar Rotterdam gekomen om voor een uitverkochte zaal een paar openbare lessen over het boeddhisme te geven, is vertrouwd met de grote en de kleine tegenslagen van het leven. Moeiteloos en gedreven schakelt hij over op de zorgelijke toestand van zijn volk, dat al sinds de jaren vijftig onder Chinese heerschappij zucht. De dalai lama verblijft sindsdien in ballingschap in India.

Ziet hij aanwijzingen voor een verbetering van de toestand onder het bewind van de nieuwe Chinese leider Xi Jinping? „Het is nog te vroeg om dat te zeggen, maar er zijn bemoedigende tekenen”, zegt de dalai lama in zijn eigenaardige maar soms heel beeldende Engels. „Xi Jinpings leiderschap in het algemeen lijkt realistischer en ook moedig, bijvoorbeeld bij de aanpak van de corruptie.” Op een recente partijbijeenkomst onderstreepte Xi ook het belang van de rechters. „Laatst sprak ik nog een aantal Chinese boeren”, vertelt de Tibetaanse leider, „heel arm. Die zeiden dat in hun dorp niemand het voor hen opnam. De enige zorg van de lokale autoriteiten was geld én macht. Ze waren totaal gecorrumpeerd. Dit is echt belangrijk. Ik heb altijd gezegd dat het niveau van de Chinese rechtspraak moet worden opgetrokken tot internationale maatstaven. Dan krijgen miljoenen gewone Chinezen eindelijk enige vorm van bescherming.”

Ook het feit dat Xi Jinping onlangs verklaarde dat het boeddhisme een belangrijke rol vervult in de Chinese cultuur en dat boeddhistische leiders daarom een zekere verantwoordelijkheid toekomt bij het bevorderen van de Chinese cultuur, ziet de dalai lama als een gunstig teken. „Dat is ook iets ongebruikelijks: de leider van de communistische partij die spreekt over de waarde van spiritualiteit en in het bijzonder die van het boeddhisme.”

In Tibet zelf domineren tot verdriet van de dalai lama nog altijd lokale aanhangers van de harde lijn. „Ze beschuldigen mij er nog steeds van een splijtzwam te zijn, die heult met westelijke anti-Chinese krachten, zoals mijn vriend hier.” En smakelijk lachend wijst hij op rabbijn Soetendorp, die nog altijd naast hem aan tafel zit. Even later zegt hij: „Wat het politieke probleem betreft, dat kan heel snel veranderen als de opvattingen van de politieke leiders veranderen.”

Intussen gaan de Chinezen onverminderd door met een proces van ‘verchinezing’ van Tibet. Door de immigratie van grote aantallen Han-Chinezen dreigen de Tibetanen een minderheid in eigen land te worden. Economisch raken ze steeds meer met China verknoopt. Dreigt daardoor op termijn niet de teloorgang van het Tibetaanse volk en zijn cultuur? „Ondanks allerlei moeilijkheden is de Tibetaanse geest de afgelopen zestig jaar heel sterk gebleven”, zegt de dalai lama. „De aantallen op zichzelf doen er ook niet zoveel toe. Vergeet niet dat er veel Chinezen zijn die al vele jaren in Tibet wonen en zelf dragers van de Tibetaanse cultuur zijn geworden. Sommigen zetten zich heel actief in voor het behoud van de Tibetaanse cultuur.”

Toch maakt hij zich ook zorgen. „In sommige Tibetaanse gebieden vormen de Tibetanen al een onbetekenende minderheid. Dat is natuurlijk ook een probleem als je het hebt over de Tibetaanse taal en cultuur op de langere termijn. Ik geloof overigens dat in China zelf de interesse in Tibet groeit. In China zijn er al meer dan 400 miljoen boeddhisten. Veel van hen tonen serieuze belangstelling voor het Tibetaanse boeddhisme.”

Hij onderbreekt zijn betoog even omdat een van zijn tafelgenoten hem verzoekt nog even snel enkele gebedssnoeren te zegenen,die zij mee wil nemen op reis naar Tibet. Dat doet de dalai lama graag, waarbij hij ook Soetendorp betrekt, zodat de zegening een oecumenisch karakter krijgt.

De Tibetanen kregen onlangs weer enkele tegenslagen te verduren. Spanje besloot onder druk van China de vervolging van voormalige Chinese leiders op verdenking van genocide te staken. In Noorwegen, waar hij vorige week op bezoek was, wilde de regering de dalai lama, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1989, ditmaal niet ontvangen. Nadat in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede in 2010 was toegekend aan de Chinese dissident Liu Xiaobo bevroren de Chinezen voor straf de politieke contacten voor vier jaar. Dat wilden de Noren niet nog eens riskeren.

„Begrijpelijk”, zegt de dalai lama. „China is een machtig land. Mijn bezoek aan Noorwegen was trouwens ook geen politiek bezoek. Ik ben een boeddhistische monnik, ik ben vooral geïnteresseerd in de bevordering van de menselijke waarden en harmonie in de wereld.”

En is hoop ook niet belangrijk, vraagt iemand aan tafel. „Ja”, beaamt de dalai lama enthousiast. „Onze toekomst hangt af van hoop. Als je geen hoop meer hebt, heb je geen visie meer. Hoe kun je zonder visie de toekomst tegemoet gaan?” Hij wijst naar de Soetendorps. „Kijk naar het Joodse volk. Ondanks duizenden jaren van vijandige en moeilijke omstandigheden, wisten jullie je geestkracht te bewaren.”