Zij aan zij met Wilders tegen de islam

Arabist Hans Jansen doet voor de PVV mee aan de Europese verkiezingen. Hoe een bewonderaar van de islam terecht kwam bij een anti-islampartij.

Arabist Hans Jansen in 2008. „Wanneer iets niet ging zoals hij wilde, zag hij daar meteen een complot in.” Foto Hollandse Hoogte

Voor zijn buren was het geen verrassing dat Hans Jansen zich kandidaat stelde voor de PVV. Zij zien Geert Wilders al jaren over de vloer komen bij de arabist. Dan staan er beveiligers met zwarte colbertjes voor de deur.

De twee bekendste islamcritici van Nederland hadden de afgelopen jaren veel te bespreken. Jansen adviseerde Wilders toen die de film Fitna maakte, een pamflet tegen de islam. Ook trad hij op als getuige-deskundige toen Wilders terecht stond wegens haatzaaien. En nu staat hij op plek 4 van de PVV-kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen van deze maand – volgens de laatste peilingen zal hij zitting nemen in het Europees Parlement.

Als gast in talkshows en actualiteitenrubrieken waarschuwt Hans Jansen (71) televisiekijkers al jaren voor de islam. Dat is volgens hem een gewelddadige godsdienst die ernaar streeft de macht in het Westen over te nemen. Op een boekpresentatie in 2010 voorspelt Jansen dat de strijd tegen de islamisering mogelijk zal uitmonden in „rivieren van bloed”. Zijn grootste bekendheid verwerft hij met zijn rol in het proces tegen Wilders: Jansen beweert dat een van de rechters heeft geprobeerd hem te beïnvloeden. De rechtbank wordt gewraakt en het proces moet over.

Jansens apocalyptische visie op de islam dateert van pakweg tien jaar geleden. Daarvoor was hij mild over de islam. Hij gold als een kundig arabist en heeft werken op zijn naam staan die nog steeds worden geroemd door vakgenoten. In debat met Pim Fortuyn in 2001 zei hij nog dat Nederlandse moslims „met een rotgang aan het assimileren” zijn, en vond hij de islamkritiek van Fortuyn maar overdreven.

Wat is er gebeurd met Hans Jansen? Hoe kon de islamoloog die de islam ooit beschreef als een „heel aantrekkelijke en krachtige cultuur” eindigen op de lijst van een anti-islampartij?

Streng gereformeerd

Hans Jansen groeit op in een streng gereformeerd gezin, vertelt islamoloog Jan Just Witkam, die hem kent sinds zijn studententijd. De tijd op de School met den Bijbel ervaart hij als „een hel”, vertelt hij later in een interview, maar hij houdt vast aan zijn geloof. Op zijn zeventiende gaat hij theologie studeren in Amsterdam, om na een jaar over te stappen op Arabisch en Semitische talen. Hij komt in de klas bij Ruud Peters, nu emeritus hoogleraar Islam aan de Universiteit van Amsterdam. Peters herinnert zich dat Jansen vaak voor conflicten zorgde binnen zijn studentengroepje. „Hans was iemand die altijd de discussie aanging en dan controversiële standpunten innam.” Ook Witkam zegt dat Jansen graag provoceerde. „Zijn ironie en zwarte humor vond ik wel amusant. Niet iedereen trekt dat. Mensen die dingen snel persoonlijk opvatten, haten hem.”

De provocateur heeft dan nog een links hart. Jansen is lid van Politeia, een socialistische studentenvereniging. Zo belandt hij op een vergadering van de Jeugd Verenigde Naties. Met een zonnebril op speelt hij een lid van de delegatie van de Verenigde Arabische Republiek. Zodra het woord ‘Israël’ valt, verlaat hij met zijn delegatiegenoten demonstratief de zaal.

In 1966 vertrekt Jansen voor een jaar naar Kairo, om goed Arabisch te leren spreken. Hij is dan nog een „keurige sociaal-democraat”, zo vertelt hij later in een artikel. Na terugkomst verkast hij naar de Universiteit Leiden en trouwt met Eefje van Santen, de dochter van voormalig CPN’er Joop van Santen. Het huwelijk zou niet lang duren.

Na zijn promotie in 1974 komt Jansen voor het eerst in aanraking met islamitisch extremisme. Hij treedt op als tolk in een gijzelingszaak in de gevangenis van Scheveningen. Een Palestijnse vliegtuigkaper gijzelt met medegevangenen een zangkoor dat in de gevangenis optreedt. Ze worden overmeesterd zonder dat er gewonden vallen. Het incident wekt de belangstelling van Jansen voor de radicale islam, zeggen oud-collega’s. Hij ziet die dan nog als een uitwas.

Rond die tijd leert Jansen een katholieke studentenpastoor kennen, die hem vertelt over het katholieke geloof. Hij besluit in 1988 zich te bekeren tot het katholicisme. Dat had ook zomaar de islam kunnen zijn; Jansen vertelde de Volkskrant eens dat hij dat ook wel eens had overwogen. De islam heeft „een heel aantrekkelijke en krachtige cultuur, hoge beschaving, grote schoonheid. Een enorme zuigkracht”, vond hij. In zijn latere islamkritiek benadrukt hij juist de tolerantie en beschaving van het christendom. Wetenschap, bijvoorbeeld, is „alleen en uitsluitend ontstaan onder de paraplu van het christendom”, schrijft hij in een recent artikel.

Inmiddels, opnieuw getrouwd en vader van drie kinderen, gaat Jansen lesgeven op verschillende universiteiten (Groningen, Leiden, Amsterdam). Een docent met „een bijtend gevoel voor humor”, zegt een oud-student. Innemend, onderhoudend en charmant. Maar hij kon ook „vernietigend” zijn. „Hij maakte je helemaal af als je een fout maakte”, vertelt Jan Jaap de Ruiter, die als student in Egypte verbleef toen Jansen directeur was van het Nederlands Instituut voor Arabische Studiën in Kairo. De Ruiter herinnert zich dat hij een grammaticale fout maakte in een Arabische vertaling. „Hans schold me volkomen de huid vol. ‘Hoe kún je zo’n fout maken!’, riep hij. ‘M’n kamer uit!’ Ik dacht: kalm aan zeg, ik ben toch student?”

Hij is een man met wie je makkelijk ruzie kunt krijgen, zeggen oud-collega’s. Zij typeren hem als fel en angstig. In Egypte gedroeg hij zich heel achterdochtig, zegt De Ruiter. „Wanneer iets niet ging zoals hij wilde, zag hij daar meteen een complot in van de Egyptische overheid tegen zijn instituut.”

Een kantelpunt in het denken van Jansen was de moordaanslag op de Egyptische president Sadat in 1981, zegt islamoloog Ruud Peters. „Bij die aanslag was een aantal mensen van de Nederlandse ambassade aanwezig met wie hij bevriend was. Het kwam dichtbij.” Volgens Peters begon Jansen „anders te kijken naar moslims. Die zeggen wel van alles, vond hij, maar ondertussen houden ze vast aan gewelddadige teksten uit de Koran”.

Publicatiekanon

Als Jansen terugkeert naar Nederland, om les te gaan geven aan de Universiteit Leiden, botsen zijn opvattingen met die van andere islamologen, onder wie Peters. Jansen vindt hen te politiek correct. Ze ontkennen volgens hem dat er problemen zijn met de islam. Ze denken dat kritiek op de islam moslims boos zal maken, zal hij in 2007 in een artikel schrijven. Dat vinden ze gevaarlijk, stelt hij schamper, want dan verlies je je ‘contacten’ in de islamitische wereld.

Het zijn niet alleen zijn opvattingen die weerstand wekken. Volgens een voormalige vriend van Jansen die niet met zijn naam in de krant wil, waren Leidse collega’s „kolossaal jaloers” op hem. Hij was een publicatiekanon. Hij schreef voor internationale (wetenschappelijke) bladen, maar ook voor weekblad HP en het literaire tijdschrift De Gids. In Leiden werd hij dan „toegesproken alsof hij in de Nieuwe Revu of de Playboy had gepubliceerd”, zegt de vriend. „Door mensen die zelf misschien over zestien jaar hun proefschrift af zouden hebben.” Collega’s zouden niet hebben kunnen aanzien hoe goed Jansen het in de media deed met zijn ongenuanceerde standpunten. En wat ook niet hielp, was dat hij zijn eigen publicaties graag ophemelde. „Hij liet zich erop voorstaan dat zijn boeken bij Amazon te koop waren”, zegt Leon Buskens, docent in Leiden.

Jansens universitaire loopbaan stokt. „Hij publiceerde veel meer dan anderen, maar mocht geen hoogleraar worden”, zegt de voormalige vriend. „Een vrouw werd benoemd op de plek die hij ambieerde.” Dat heeft Jansen volgens hem nooit kunnen verkroppen. Als hij in 2003 vertrekt uit Leiden vindt het universiteitsbestuur dat „heel prettig”, zegt Jansen tegen een collega. De laatste jaren tot zijn pensioen in 2008 is hij bijzonder hoogleraar voor het hedendaags islamitisch denken aan de Universiteit Utrecht. Die benoeming was voor hem een revanche voor de gemiste hoogleraarspost in Leiden, zeggen verschillende oud-collega’s.

Grappen over de islam

Volgens zijn voormalige vriend hebben de collega’s die Jansen buitensloten, bijgedragen aan zijn radicalisering. Hij ging zich steeds feller tegen hen afzetten en kreeg belangstelling voor niet-wetenschappers die zich bezighielden met de islam, zoals VVD-leider Frits Bolkestein, die problemen in de multiculturele samenleving benoemde. Hij raakte bevriend met columnist Theo van Gogh en leerde via hem ook VVD-politica Ayaan Hirsi Ali kennen. Van Gogh zag een geestverwant in Jansen, zegt de vriend. Hij legde hem in de watten met etentjes. Jansen liet zich door Van Gogh „betoveren”.

Zijn afkeer van extremisten wordt extra gevoed als zijn zoon, cabaretier Ewout Jansen, „heftige reacties” krijgt op grappen over de islam. Moslimjongeren komen na optredens naar hem toe om te zeggen dat hij geen grappen mag maken over de islam. „Dat je over de islam grapjes maakt, dat is eigenlijk al mis. Niet zozeer dat het heel hard is, maar je mag er gewoon eigenlijk niet om lachen”, vertelt Ewout Jansen in 2007 in een interview. Hij zegt dat hij „best een keer een klap wil krijgen voor de vrijheid van meningsuiting”.

Ewout Jansen maakt in zijn show ook grappen over Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Zijn vader was diep geraakt door die aanslag, vertellen mensen om hem heen. Ruud Peters verscheen vlak na de moord samen met Hans Jansen in een tv-uitzending. „Hij was toen helemaal ontdaan, merkte ik. Zozeer, dat hij in die uitzending zei dat de Nederlandse geheime dienst een doodseskader moest oprichten om gevaarlijke moslims uit de weg te ruimen.”

Aan tafel bij de AIVD

In de jaren na de moord op Van Gogh verhardt de toon van Jansen. Hij gaat zeggen dat de islam anti-democratisch is en niets moet hebben van de westerse levensstijl. Dat de islam ongelovigen ziet als apen.

Regelmatig zit hij aan tafel bij de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD). Volgens een ingewijde verzorgde hij workshops voor die dienst. De AIVD neemt Jansen uiterst serieus, merkt ook antropoloog Martijn de Koning als hij rond 2005 een lezing bijwoont waar veel voormalige AIVD-medewerkers zijn. „Tot mijn verbazing zeiden zij: Ja, maar Hans Jansen zegt dit en dat over de jihad. Het was duidelijk dat ze hem gezaghebbend vonden.”

Het jaar ervoor maakt journaliste Rena Netjes kennis met Jansen. Ze wil promoveren aan de Universiteit Utrecht, waar Jansen dan zit. Hij doet tijdens hun gesprek hierover een andere suggestie: „Waarom ga je niet bij de AIVD werken?” Netjes vindt zichzelf daar eigenlijk geen type voor, maar gaat toch een keer op gesprek. Uiteindelijk haakt ze af. „Ik vond het vreemd om mee te maken”, zegt ze. „Hoe de verhoudingen precies waren weet ik niet, maar ik kreeg absoluut de indruk dat hij in nauw contact stond met de AIVD.”

De AIVD laat weten dat de dienst voor haar inlichtingen afhankelijk is van anderen. „Natuurlijk vragen wij allerlei mensen om hun deskundigheid te delen”, aldus een woordvoerder. „Maar over personen doen wij geen uitspraken.”

Na zijn hoogleraarschap in Utrecht raakt Jansen steeds meer geïsoleerd. Als hij in 2013 columns gaat schrijven voor GeenStijl willen collega-wetenschappers niets meer met hem te maken hebben. „Je bent academicus en dan ga je naar een website die in naaktfoto’s van minderjarigen heeft gepost”, zegt de Nijmeegse islamoloog Martijn de Koning. „Sneu dat hij zover is afgegleden dat hij dáárvoor moet gaan schrijven.” Jansen verschijnt ook steeds minder in talkshows. Alleen op GeenStijl lijkt hij nog gelijkgestemden te vinden. Als hij op de website aankondigt dat hij voor de PVV Europa in gaat, verschijnen er enthousiaste reacties. „Geef Brussel geen kans, stem Hans!”.

Koranvertaler Fred Leemhuis, een bekende van Jansen, denkt dat hij in het Europarlement zal blijven waarschuwen voor het gevaar van de islam. „Hij is altijd gefascineerd geweest door moslimextremisme. Je kunt constateren dat Hans de hele islam is gaan vereenzelvigen met die gevaarlijke kant.”

Leemhuis denkt dat Jansen door zijn ervaringen is getekend. „Wat wil je ook? Hij heeft altijd al in complotten geloofd. En dan wordt je vriend om het leven gebracht door een moslim. Dan weet je wel zeker dat die complottheorieën kloppen.”

Hans Jansen reageerde niet op verzoeken voor een interview.

    • Sheila Kamerman Enandreas Kouwenhoven