Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Wetenschap

Songfestival: op wie kan Nederland rekenen om te winnen?

Ilse de Lange en Waylon spelen Calm after the storm in een studio voor de internationale pers.
Ilse de Lange en Waylon spelen Calm after the storm in een studio voor de internationale pers. Foto ANP / Sander Koning

Vanavond moeten The Common Linnets de harten van het songfestivalpubliek veroveren. Na het optreden tijdens de halve finale steeg het gelegenheidsduo van Ilse DeLange en Waylon gestaag op de lijstjes van bookmakers. Maar op welke landen kon Nederland historisch gezien eigenlijk rekenen tijdens het Eurovisie Songfestival?

We gingen terug naar 1976, en zochten voor elk jaar dat Nederland meedeed (26 keer) uit hoeveel punten we van iedereen kregen. En ja, inderdaad, België is ons vaak goed gezind. In de 23 keer dat beide landen meededen, kreeg Nederland in totaal 92 punten. Dat is gemiddeld vier punten per deelname.

Drie keer kregen we van onze zuiderbuur twaalf punten, waaronder vorig jaar. De keer daarvoor was in 1999, toen deed Marlayne mee met One good reason:

Maar er zijn andere landen waar we doorgaans op kunnen rekenen:

Gemiddeld aantal aan Nederland toegekende punten sinds 1976. Alleen landen die minstens tien keer samen met Nederland samen in de finale hebben gestaan. Graphic: NRC

De gulle gevers

Omdat er de afgelopen jaren veel landen bij zijn gekomen - bijvoorbeeld Montenegro en Servië - en weer zijn afgehaakt (de eenheid Servië-Montenegro), hebben we ons vooral gericht op de Nederland-gezindheid van landen die vaker dan tien keer hebben meegedaan toen wij ook in de finale stonden.

Een van de raarste en onverklaarbare resultaten is de steun uit toenmalig Joegoslavië. Dat land bestaat natuurlijk al lang niet meer, maar toen het nog wel een eenheid was en meedeed (elf keer), gaven kijkers daar ons in totaal 32 punten. Daarentegen is Kroatië, ooit onderdeel van Joegoslavië, beduidend minder positief over onze inzendingen.

Fransen gaven meer dan Britten

Andere landen waar we historisch gezien veel punten van krijgen zijn bijvoorbeeld Ierland, Israël, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Turkije en Luxemburg gaven ook relatief veel punten aan Nederland.

Het Verenigd-Koninkrijk blijkt van de grote Westerse partners een minder trouwe bondgenoot. Gemiddeld kregen we van het VK 2,2 punten per keer, in vergelijking met 3,1 punten van Frankrijk en 2,9 van Duitsland.

Weinig steun van Baltische staten

Op de noordelijke en Oost-Europese landen konden we doorgaans niet echt rekenen voor een hoge score. IJsland kende in de zestien keer dat we samen in de finale stonden 26 punten toe aan Nederland. Dat is gemiddeld 1,6 punt per deelname. Noorwegen kende ons gemiddeld 1,8 punt toe en Finland 1,9. Zweden en Denemarken waren ons iets gunstiger gezind, maar blijven achter op bovengenoemde gulle gevers.

Van de Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen) bleek eerder uit onderzoek dat ze elkaars liedjes bevoordelen. Wij hebben kunnen vaststellen dat ze in ieder geval weinig onder de indruk zijn van Nederlandse inzendingen. In de vier keer dat zowel Letland als Nederland meedeed, heeft het land ons nog geen enkele punt gegeven. In tien deelnames kende Estland ons veertien punten toe, waarvan de helft te danken is aan onze bijdrage vorig jaar, Birds.

Zijn bovenstaande resultaten in lijn met eerder wetenschappelijk onderzoek? De klacht dat we als Westers land geen kans maken om te winnen doordat andere landenblokken elkaar de meeste punten gunnen, is in elk geval van alle tijden. NRC-journalist Laura Wismans schreef daar vorig jaar nog over:

Uit twee onderzoeken die Songfestivalpunten tot 2003 bekeken, bleek dat er inderdaad clusters tussen landen bestaan, vooral ingegeven door overeenkomsten in ligging, taal en cultuur. Sinds de invoering van televoting is deze invloed zelfs gegroeid.

De twee onderzoeken wezen onder meer op:

  • Een sterke samenhang tussen Cyprus en Griekenland.
  • Een cluster van Scandinavische landen, waar vreemd genoeg ook Estland bij hoorde.
  • Ook Nederland en België geven elkaar meer punten dan gemiddeld.
  • Landen die qua taal veel op elkaar lijken stemmen meer dan gemiddeld op elkaar. Behalve dan Zwitserland en Malta. Die houden juist van liedjes in voor hen exotische talen.
  • Veel landen hebben een voorkeur voor liedjes van buurlanden.
  • Religie is soms ook van invloed.
  • Roemenië, Rusland en Monaco stemden niet per se op landen dichtbij of met overeenkomstige talen of culturen. De Baltische staten, Cyprus, Griekenland en voormalig Joegoslavië juist wel.

En, maken we kans?

De grote vraag is natuurlijk of we, gewapend met al deze kennis, een beetje kunnen voorspellen of Nederland kans maakt. Als in het verleden bewezen loyaliteiten een garantie bieden voor de toekomst, kunnen we in elk geval rekenen op acht grote vrienden. Wellicht krijgen we nog steun van bijvoorbeeld Hongarije (zeventien aan Nederland toegekende punten in vier deelnames) en Slovenië. Helaas doen Turkije en Luxemburg - ook gulle gevers - niet mee.

Het optreden van The Common Linets in de halve finale:

Maar ons lot wordt natuurlijk niet geheel bepaald door onze songfestivalgeschiedenis. De kwaliteit van het liedje en de muzikanten speelt ook een rol. Dit jaar kan dat voor ons heel goed uitpakken. Want juist in de landen waar we het normaal niet zo goed doen is Calm after the storm razend populair. De Nederlandse inzending staat in de iTunes Top 10 in Letland, Litouwen, Estland en Finland, meldde de NOS gisteren. Ook bij onze toch alle trouwe bondgenoten België, Hongarije, Ierland, Oostenrijk wordt het nummer veel gedownload.

Hoogte- en dieptepunten sinds 1976

Eenmaal terug in de tijd, leek het ons leuk om nog even de grootste drie Nederlandse successen sinds 1976 op een rij te zetten. Onze hoogste notering de afgelopen 42 jaar was de vierde plek in 1998:

Edsilia Rombley met Hemel en aarde

1980, 5e plek, Maggie MacNeal met Amsterdam

1987, 5e - Marcha - Rechtop in de wind

En om af te sluiten: onze minst succesvolle bijdrage (qua punten en qua score):

In 1994 kreeg Willeke Alberti met Waar is de zon vier punten. Daarmee eindigde ze op de 23e (op twee na laatste) plek.

NB: Veranderende regels tijdens onze meetperiode:
- Voor 1997 werden de punten door professionele jury’s toegekend. Daarna stapte de organisatie overgestapt op telestemmen (via telefoon of sms)
- Sinds 2004 is er een halve finale om te bepalen welke landen door mogen naar de finale.
- Sinds 2010 wordt de score in de halve finales en de eindstrijd voor de helft bepaald via televoting, en voor de andere helft via een vakjury.