Katten en ik – wij leven solitair, in ons eigen territorium

„Een kat kun je niet lang alleen thuis laten. Die heeft echt tweemaal per dag eten nodig.”

Mijn auto en een rugzak met kleren – dat is vrijwel alles wat ik nodig heb voor het leven dat ik nu leid. Ik pas op de katten van mensen die voor langere tijd weg zijn, en daarmee pas ik op hun huis.

„Ik ben kattengek. Dat ben ik m’n hele leven al. Altijd heb ik katten om me heen gehad. Ein Leben ohne Katzen ist denkbar, aber sinnlos, heb ik in de ondertekening van mijn e-mails staan. Katten zijn solitair levende dieren, in hun eigen territorium. Daarmee voel ik mij verwant. In gezelschap van katten voel ik me op m’n gemak – vaak meer dan met mensen om me heen.

„Als je écht van katten houdt, breng je ze nooit naar een asiel, als vreemden bij elkaar, weg uit hun eigen omgeving. Ik bied mensen een oplossing in die situatie. Van zeven huizen heb ik de sleutels. Daar ben ik de vaste kattenoppas. Ik ben ook incidenteel in te huren. Dat is mijn bijdrage aan de samenleving: ik los een probleem op voor kattenliefhebbers zoals ik zelf ben. Tegelijk houd ik hiermee mijn eigen horizon breed. Ik leef voortdurend in andere huizen, in andere omgevingen, landschappen, met andere boeken en muziek en spullen om me heen. Ik ontmoet voortdurend nieuwe mensen.

„M’n 65ste verjaardag is een belangrijk moment geweest in mijn leven. Ik besefte: vanaf nu kan niemand mij ooit nog ergens op aanspreken. Eenmaal per jaar belastingaangifte doen – dat is de enige plicht die ik heb. Ik krijg AOW, ik heb een redelijk pensioen. Geen geldzorgen. En ik heb alle tijd van de wereld. Ik heb met mezelf afgesproken: ik doe nooit meer iets waar tijdsdruk achter zit. Ik ben met wel zes of zeven projecten tegelijk bezig, maar zónder stress. Dat doe ik mezelf niet meer aan.

„Ik heb altijd een baard gedragen. Sinds ik met pensioen ben, heb ik die lang laten groeien. Bewust heb ik mezelf een nieuwe identiteit aangemeten, om mijn nieuwe levensfase te markeren. Mijn roepnaam is Paul. Ik heb toen tegen iedereen gezegd: voortaan gebruik ik mijn volledige naam, Paulus, en mijn achternaam doet er niet toe. Ja, met die baard zie ik eruit als Paulus de Boskabouter. Dus ik dacht: laat mij dan ook maar Paulus heten.

„Als je, zoals mij tweemaal is overkomen, je baan verliest, snijdt dat diep in je leven. Niet alleen raak je deels je inkomen kwijt, maar ook je dagelijkse sociale contacten. Als je niet oppast, val je in een depressie. Een zwart gat. Een nog groter gat gaapt als je partner overlijdt, of een eigen kind.

„Ik bereid me daarop voor. Ik vergroot mijn eigen weerbaarheid door niet volledig afhankelijk te zijn van andere mensen. Dat is mijn recept tegen eenzaamheid: zo goed mogelijk m’n eigen leven leiden. Natuurlijk voel ik me wel eens eenzaam. Maar dat heeft niks te maken met alleen-zijn. Ook in gezelschap, juist dan, kun je je wel eens vreselijk eenzaam voelen.

„Ik heb een technische studie gedaan en tientallen jaren met ICT gewerkt. Nu heb ik de tijd om na te denken over techniek en kennis in het algemeen. En dan denk ik: wat wéten wij, mensen, toch eigenlijk ontzettend weinig. De meeste natuurkundige inzichten zijn louter theorieën: modellen van een werkelijkheid die we nog maar amper doorgronden. De oerknal? Het resultaat van een aanname in een ontzettend ingewikkeld systeem met duizenden variabelen. Als je daarin één parameter een klein beetje bijstelt, krijg je een heel ander resultaat.

„Sinds Einstein weten we: E = mc2 – energie is massa maal de snelheid van het licht in het kwadraat. Langs die lijn denk ik na over de plek van de mens in het grote geheel. Ik zie de mens als onderdeel van één groot energiesysteem: soms manifesteer je je als een deeltje, soms als een golf of een trilling. Al voordat ik met pensioen ging, ben ik me gaan verdiepen in filosofie. Jarenlang heb ik alleen tijd kunnen vinden voor vakliteratuur; nu ben ik bezig met een grote inhaalslag.

„Er valt nog zo veel te ontdekken en doorgronden. Ik verwacht dat ik de 120 jaar haal. In 2031 word ik negentig jaar: nog achttien jaar te gaan tot die tijd. Dan geef ik een feest. In de komende decennia zal de geneeskunde nog veel grotere stappen voorwaarts zetten dan in de afgelopen decennia is gebeurd. Die ontwikkeling zal alleen maar sneller gaan; er is geen enkele reden om te denken dat dit ooit langzamer gaat, integendeel. Ledematen kunnen straks vervangen worden, komen zo uit het magazijn – goed voor de mobiliteit.

„Maar eerst leef ik toe naar mijn tachtigste verjaardag, in 2021. Dat is het jaar waarin de Nederlandse Bachvereniging klaar hoopt te zijn met de opnamen van alle werken van Johann Sebastian Bach. Ik ben een groot liefhebber: geen dag zonder Bach. Ik moét blijven leven om alles te horen wat de komende jaren voor de eeuwigheid wordt vastgelegd.

„Gezond oud worden, is hard werken. Ik eet bewust, weinig, bijna veganistisch. Elke ochtend draai ik onder de douche eerst de hete kraan open: de ijskoude straal laat ik heet worden, tot zolang m’n huid ’t verdraagt. Dan wissel ik: hete kraan dicht, koude kraan open. Het geeft je hart een goeie stimulans, het laat je bloed stromen, zet je hersencellen in beweging. Ik doe dat nu al vijftien jaar; zonder zo’n wisselbad blijf ik me de hele dag duf voelen.

„Vanaf m’n negentigste jaar zo ongeveer zal m’n leven moeilijker zijn – dat realiseer ik me wel. Dan ben ik waarschijnlijk niet meer zo mobiel. Dan begint m’n ‘vierde helft’, meer aan één plek gebonden.

„Ik heb nog zeeën van tijd om erover na te denken hoe ik die ga inrichten. Dat komt wel. Eén ding weet ik zeker: wegkwijnen zal ik niet. Maatregelen daartegen zal ik op tijd kunnen nemen – een hele geruststelling.”