Ik ben een activist. Er moet iets gebeuren

Kris van der Veen (33) is maatschappelijk werker en raadslid voor GroenLinks in Groningen. Vorig jaar juli filmde hij in de Russische havenstad Moermansk homoseksuele jongeren. Totdat hij werd aangehouden. „Ik wil een verschil maken.”

Kampeerboerderij

„We zaten in een kampeerboerderij op een jeugdkamp over mensenrechten vlakbij Moermansk, zusterstad van Groningen. Ik had net verteld over homorechten in Nederland toen agenten van de Russische veiligheidsdienst FSB op me af stampten. ‘Jullie papieren’, commandeerden ze. Het hart klopte in mijn keel. Ik dacht: dit wordt moeilijk. President Poetin had net de anti-homopropagandawet ondertekend. Russische jongeren die uit de kast waren, hadden we gefilmd in hun huiskamer. Maar buiten prikten overal ogen in onze rug, filmen op straat kon niet. „Ben jij homoseksueel”, vroegen de agenten. Ik dacht: dimmen Kris. Maar inwendig kookte ik. Wilden ze me vasthouden omdat ik homo was? Laten ze liever hun eigen burgers beschermen. Een meisje had me verteld hoe ze op het strand van Moermansk door een woedende meute in elkaar was getimmerd omdat ze lesbisch was. Acht uur duurde het verhoor. De toon, de hoon, een hoed die ik moest op- en afzetten. Ik voelde me compleet verloren. Ik had een verkeerd visum, zeiden ze. En het meisje van het strand was zeventien volgens de Russen, en niet achttien zoals wij dachten. Ik had haar verteld over mijn coming out. Dat was homopropaganda.”

Gedichtje

„Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was lasser op de scheepswerf. Ik was de eerste in de familie die naar de havo ging, atheneum vonden mijn ouders niet nodig. Op mijn twaalfde wist ik dat ik homo was. Ik had er een gedichtje over gemaakt. Het lag op mijn bureau. Mijn moeder vond het toen ze mijn kamer schoonmaakte. ’s Middags uit school wilde ze met mij praten. Ze zei: ik heb ook wel eens gevoelens voor een meisje gehad maar dat ging over. Ik huilen, ik wist: dat gebeurt bij mij nooit. Toen ik ’s avonds met een kop als een boei aan tafel schoof, begon niemand er meer over. Het was klaar, over, weg.”

Bomberjacks

„We woonden in Harkema, Friesland. Een dorp van rauwdouwers, messentrekkers en bomberjacks. Ik liep er onzeker rond. Op het schoolplein stond ik vaak alleen. In de klas plaste ik soms in mijn broek. Dan moest je de gang op, een schone badstof onderbroek pakken en je daar omkleden. Ik werd een mikpunt. Geschopt en uitgescholden, getrapt en uitgelachen. Eerst op de basisschool, later op de middelbare school. ‘Flikker, meisje, nicht, Kristina.’ Totdat ik zestien was en vier gabbers me tijdens het hardlopen weer uitscholden. Ik ben de gymzaal uitgerend en heb me in de wc opgesloten. Ik dacht: ik spring voor de trein. Maar ik wist direct dat ik dat niet durfde. Een week eerder had ik een afscheidsbrief geschreven en paracetamol geslikt, te weinig om aan dood te gaan. Ik ben naar de decaan gelopen en heb gezegd: ik wil nooit meer naar gym en o ja ik ben homo. De decaan, een fantastisch wijf, lichtte de gymdocent en de mentor in. Ze stuurden me naar het COC in Leeuwarden. En het was mijn oma die me vanaf het begin volledig in mijn coming out heeft gesteund.”

Thijs

„Zelf kon ik pas met mijn ouders over mijn homoseksualiteit praten na het verlies van Thijs, mijn eerste grote liefde. Ik kwam hem tegen toen ik net twee weken in Groningen studeerde. Hij had een hersentumor gehad, de artsen hadden hem genezen verklaard. Urenlang konden we dansen, praten, lachen, vrijen. We zouden gaan samenwonen. Maar na vier maanden was de tumor terug. Samen met zijn moeder heb ik hem de laatste weken verzorgd en, heel intiem, ook afgelegd. Daarna ben ik in een hospice vrijwilligerswerk gaan doen, ook in het kader van mijn studie maatschappelijk werk. Ik moest en zou mijn verlieservaring zin geven. De dood van Thijs, maar ook het verlies aan eigenwaarde door het pesten. Thijs had me geholpen mijn zelfvertrouwen te herwinnen. Het is heerlijk als iemand je voortdurend ophemelt en zich tegen je aandrukt. De hele tijd denk je: fijn ik mag er zijn van jou. Jij ziet mij.’

Sodomieten

„De Russische FSB heeft het verhoor met mij gefilmd. Fragmenten daarvan zijn uitgezonden op de Russische staatstelevisie, in de talkshow Special Correspondent. Samen met in beslaggenomen beelden van jongeren, erg kut. Eén jongen heeft er nog ruzie over gehad met zijn ouders. Er wordt gesuggereerd dat we een pornofilm aan het maken zijn. Verteld wordt dat Europese homoactivisten Rusland proberen te „vergiftigen”. Met een speciale rol voor twee Groningse „sodomieten”: Peter Rehwinkel, de „eerste burgemeester die met een man is getrouwd” en raadslid Kris van der Veen. En dan zie je een zwart-witfoto van mij, de ogen zijn rood gemaakt. Alsof ik een duiveltje ben. Ik werd anti-homopropaganda, godbetert.”

New York Times

„De dag na het verhoor moesten we ons melden bij de rechter. De stoep stond vol journalisten en cameraploegen, opgetrommeld door Russische mensenrechtenorganisaties. Zelfs de The New York Times belde. Mogelijk voelde de rechter zich geïntimideerd, want we konden gaan. We kregen een boete en een inreisverbod. In Sint Petersburg stapten we in een auto van het consulaat. ‘Diplomatiek onschendbaar’ stond erop. Ik dacht: zo voelt vrijheid dus. De dreiging was weg. Je hoeft niet meer bang te zijn dat je wordt opgepakt. Je bent weer van jezelf. Tegelijkertijd wist ik ook: die documentaire die moet er komen. Ik kan weg, mijn nieuwe vrienden moeten blijven. In grote steden in Rusland kun je als homoseksueel je leven leiden, daar is een voorhoede, maar op het platteland en in het leger niet. Dat verdriet, die eenzaamheid raakt me diep. ”

GroenLinks

„Ik zit in de gemeenteraad voor GroenLinks omdat ik een verschil wil maken. Voor kwetsbaren, jongeren, uitgeprocedeerden, vluchtelingen – de rafelrand. Gemeentepolitiek is daar een middel voor al vraag ik me af of dit systeem van volksvertegenwoordiging over tien, twintig jaar nog werkt. Veel is saai, soms blokkeren politici compromissen met hun ijdelheid en heel veel gaat frustrerend traag. Drie jaar duurde het voordat we jongerenclubs in één leegstaand gebouw konden onderbrengen, drie jaar! Laat mij liever mensen portretteren waaraan anderen zich kunnen optrekken. Zie ze, kijk naar ze, ken ze, doe iets!”

Slappe brief

„Groningen en Moermansk blijven zustersteden. Dat vind ik goed, want het is een middel om de mensenrechten te verbeteren. Wel hoop ik dat ons stadsbestuur nog met Moermansk in gesprek gaat en het incident veroordeelt. En dat wij de clubs die zich daar inzetten voor homoseksuelen en transgenders blijven ondersteunen. Dat had burgemeester Rehwinkel beloofd. Op dit moment ligt er alleen een slappe brief. Daarin staat dat de 25-jarige vriendschapsband ‘niet verder op het spel’ mag worden gezet.”

Harvey Milk

„Ik ben een activist. Er moet iets gebeuren. Ik wil niet alleen in werkgroepjes zitten. Maar het activisme lijkt een beetje dood te zijn. Ik werk in de vrouwenopvang en bij het steunpunt tegen huiselijk geweld. Als we op straat gaan demonstreren, gaan tien van de 170 collega’s mee. Dolgraag had ik in de jaren zeventig geleefd. Zag je de film over Harvey Milk? Hij was de eerste politicus in Californië die uitkwam voor zijn homoseksualiteit. Of Rosa Parks, ze weigerde haar zitplaats in de bus af te staan aan een blanke passagier. Zij werden iconen van de burgerrechtenweging. Hun gebaar had wereldwijd impact. Daar ontlenen zoveel mensen inspiratie aan, daar krijg ik kippenvel van.”