Einde van het amateurisme

Verkiezingswinst omzetten in bestuursmacht lukte D66 niet altijd. „Dat gaat ons niet nog eens gebeuren”, zegt partijleider Pechtold. Met een uitgekiende strategie worden lokale kandidaten opgeleid en inhoudelijk bijgespijkerd. Doel: D66-wethouders in zoveel mogelijk colleges.

Vanuit het niets de grootste. Tot zijn eigen schrik wint Boris Kocken op 19 maart bij de gemeenteraadsverkiezingen in Oegstgeest zo veel stemmen dat D66 de grootste partij in het dorp wordt. Kocken – bril, kort donker haar, veertiger en Volvorijder – zet vervolgens hoog in. Hij wil hervormen. De formatie moet „transparanter” worden, burgers moeten meedenken. De andere partijen zien het sceptisch aan.

Al bij de eerste openbare formatiebijeenkomst noemt Kocken een van zijn belangrijkste eisen: zittende wethouders kunnen niet terugkeren. Het leidt tot ergernis bij de VVD en het CDA. Als de formatie vervolgens lang duurt en het D66 in een maand niet lukt om tot een college te komen, beginnen de andere partijen te mopperen. D66 kan geen formatie leiden, klinkt het. De VVD wil het initiatief overnemen.

Het verloop in Oegstgeest is het schrikbeeld van partijleider Alexander Pechtold. Hij weet wat het is om terzijde geschoven te worden. Twintig jaar geleden boekte D66 lokaal ook al een enorme winst. Pechtold was toen lijsttrekker in Leiden.

Ondanks de winst werd Pechtold toen „rücksichtlos aan de kant gezet” door de zittende partijen, herinnert hij zich. De PvdA vond dat zijn partij niet voldoende lokaal geworteld was. Een verwijt dat hem zwaar trof. Als grap serveerde hij de volgende raadsvergadering worteltjessap. De PvdA’ers weigerden het op te drinken.

Op de zondag na de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar loopt Pechtold – blauw pak, geen das – alleen door het statige Academiegebouw in Utrecht. Hier bereiden zijn mensen de tientallen lokale politici voor op de komende collegeonderhandelingen. Het is de zoveelste bijeenkomst voor de lokale D66’ers. Pechtold laat de sessie aan zich voorbijgaan. Hij weet dat het wel goed zit. Hij loopt naar buiten voor een sigaret en zegt, verwijzend naar 1994: „Dat gaat ons niet weer gebeuren.”

Pechtold heeft afgelopen jaren geprobeerd zijn partij te „professionaliseren”. Met een uitgekiende strategie probeert hij greep te krijgen op de lokale afdelingen. Er zijn meer leden, de lokale kandidaten zijn opgeleid en inhoudelijk bijgespijkerd. Het landelijk bestuur heeft de lokale verkiezingen van 2014 nauwkeurig gemanaged.

De winst van dit jaar kwam voor D66 niet onverwacht. Maar nu moeten ze die winst in bestuursmacht omzetten, en daarmee de steun van de kiezers zien te behouden.

Die zondag in maart vertelt Pechtold dat hij een concrete ambitie heeft. In drie van de vier grote steden moet D66 gaan besturen en in nog eens 25 van de 36 gemeenten waar de partij de grootste werd ook. Om dat te laten slagen, weet Pechtold dat zijn partij zich ook inhoudelijk moet onderscheiden.

Hij vertrouwt daarbij allang niet meer op het oude kernbegrip van de partij: bestuurlijke vernieuwing. Dat stokpaardje leverde in het verleden magere resultaten op. Om een goede bestuurderspartij te zijn is meer nodig. De partij ontwikkelde vijf zogeheten Richtingwijzers. Geen partijstandpunten, maar politieke uitgangspunten. Zoals: beloon prestatie en deel welvaart. Vertrouw op de eigen kracht van mensen. En D66 zette nieuwe sociaal-liberale principes neer. Investeren in onderwijs, hervormen op de arbeidsmarkt en woningmarkt. Vandaar ook dat de partijtop lokale afdelingen nu bij de collegeonderhandelingen nadrukkelijk adviseert om in te zetten op de portefeuilles financiën en onderwijs.

Fouten

Zover is het in Oegstgeest dus niet gekomen. De andere partijen ergeren zich aan D66, vooral aan de openbare formatiegesprekken. Ze vinden dat lijsttrekker Kocken „forse onderhandelingstechnische fouten” maakt. Medio april gelooft de VVD niet langer in de aanpak en neemt de partij het over. Kocken klinkt mat: „Het was een te ingewikkeld proces, het duurde te lang.” De eis dat zittende wethouders opstappen, was gewoon te veel. Kocken: „Maar veel mensen in Oegstgeest staan daar achter.” Hij is even stil. „Misschien was dat politiek niet van het hoogste niveau. We hebben er het nodige van opgestoken.” De VVD hoopt dat het nieuwe college volgende week rond is. Zonder D66.

Het partijbestuur heeft ook een handleiding opgesteld, als hulp bij het dagelijkse politieke werk. Want hoe lees je bijvoorbeeld een begroting als je nauwelijks politieke ervaring hebt? Saskia Boelema, in het partijbestuur verantwoordelijk voor het opleiden van lokale politici: „Wat is de relatie tussen een begroting en een jaarrekening, en wat bedoelen we met ‘solide financiën’? Wees voorzichtig met extra investeringen als je een begrotingstekort of schulden hebt.”

Om de lokale afdelingen verder te ondersteunen, tuigde D66 een bestand met lokale bestuurders op. Daarin zitten nu 110 kandidaat-wethouders. Volgens Boelema genoeg om, als het moet, alle gemeenten waar D66 kan meebesturen van wethouders te voorzien. Driekwart van die wethouderspool is aan de eigen regio gebonden, de rest is vrij om ergens anders te worden ingezet als dat nodig is.

Hoe ervaren lokale partijen die landelijke bemoeienis?

In Beverwijk had de fractie geen externe kandidaat nodig. Tim de Rudder (31) is er twee weken geleden geïnstalleerd als wethouder. Hij hielp – nog maar vijf jaar geleden – mee met de oprichting van Beverwijkse afdeling van D66. Ook huidig fractievoorzitter Brigitte van den Berg is nog jong, met haar 25 jaar. Ze werden in maart de grootste, met zes raadszetels. Laat die jonkies het maar proberen, zeiden ze op straat. „Hier in Beverwijk pissen we vaak de glans ergens al af voor het uit de verpakking is. Met die negativiteit schiet je niks op, vinden wij.”

D66 Beverwijk vindt de samenwerking met het landelijk bestuur prettig. Ze kregen ook tips voor hun verkiezingsprogramma’, een excelsheet vol met mogelijke standpunten. De informatie die zij konden gebruiken, pikten ze eruit. Neem het Beverwijkse standpunt over fietsen: „Bij keuzes over de inrichting van wegen met een beperkte capaciteit ligt voor D66 de prioriteit bij fietsers en hulpdiensten, daarna bij de bus en de auto.” Dit zinnetje staat ook letterlijk in de D66-verkiezingsprogramma’s van Zwolle, Ouder-Amstel, Wassenaar, Rhenen, Haren en Eijsden.

In de week na de verkiezingen organiseerde Brigitte van den Berg een brainstorm met de andere fractievoorzitters, om standpunten uit te wisselen en tot nieuwe ideeën te komen. Tot verbazing van de rest. Van den Berg: „Vier jaar geleden was het tekenen bij het kruisje, riepen ze. Het was niet eens in me ópgekomen dat ik het collegeakkoord zelf had kunnen schrijven.”

Ook voor de collegeonderhandelingen bestaat een landelijke leidraad: „input voor collegeonderhandelingen”. Dat is bijzonder, partijen als de PvdA en CDA hebben dat niet. Die laten dat meer over aan de lokale politici. Het is een soort catalogus. Geen van boven opgelegd spoorboekje, benadrukt Saskia Boelema van het partijbestuur. „Dat zou niet echt de D66-methode zijn.” Het belangrijkste advies; denk na, neem de tijd en maak heldere afspraken. Laat je bijvoorbeeld de belastingen met de inflatie mee stijgen? Zo ja, welke index gebruik je dan?

Over het collegeakkoord van Beverwijk kan het partijbestuur bíjna tevreden zijn. Het akkoord bevat een apart hoofdstukje met ‘financiële spelregels’. Er staat in dat lokale belastingen niet met méér omhoog gaan dan de index. Welke index, blijft overigens onduidelijk. En wethouder Tim de Rudder doet niet financiën, maar economische zaken en milieu. Daar wist hij meer vanaf. Bovendien is het volgens De Rudder een portefeuille van groter belang, aangezien Beverwijk naast het luchtvervuilende Tata Steel, de oude Hoogovens, ligt.

Claimen

Zo gaat elke gemeente net even anders om met de landelijke adviezen. In Apeldoorn zát al een goede wethouder van Financiën, dus wilde D66 die post hier niet claimen. In Delft heeft Aletta Hekker, al jaren D66’er en voorheen wethouder in Bergen, juist modelonderhandelingen gevoerd. Zij krijgt financiën, jeugdzorg én onderwijs in haar portefeuille. In Zoetermeer krijgt D66 na een vlekkeloze formatie met hulp van oudgediende Eddy Schuyer (83), twee wethoudersposten. Ook hier precies volgens de wens van het landelijk bestuur: financiën en onderwijs.

Op de achtergrond krijgen de grootste D66-afdelingen hulp van een coach. Tussen de zestig en zeventig gemeenten hebben er inmiddels eentje. Wie die mensen zijn, wil de partijtop niet zeggen. Want het zou die coaches maar persoonlijk worden aangerekend, als de collegevorming ergens niet volgens plan verloopt. Apeldoorn heeft Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven als coach. Beverwijk heeft contact met oud-burgemeester Albertine van Vliet. Zij was ook informateur in Utrecht na de afgelopen verkiezingen. In Amsterdam helpt oud-partijleider Thom de Graaf mee. In Zoetermeer oud-Kamerlid Fatma Koser Kaya. En oud-partijvoorzitter Frank Dales was informateur in Oegstgeest.

Voor de ervaren coaches put D66 uit de grote lichting Kamerleden uit de jaren negentig. Die oude garde is hoe dan ook nog sterk vertegenwoordigd in de partij. Saskia Boelema schat hun aandeel in het partijkader op ongeveer twintig procent.

Consultancy als bestuursvorm, coaching als politieke strategie. Als je hun partij zo samenvat, doe je hun sociaal-liberale ideologie tekort, zeggen D66’ers. Zij vinden de manier waarop ze naar de samenleving kijken onderscheidend. Ze willen geen bestuurdersmentaliteit creëren, maar stellen zich liever „oplossingsgericht”, „pragmatisch” en „coöperatief” op. Willen „vertrouwen geven”.

D66 wil geen machtsgeoriënteerde partij zijn. Tegelijk ziet de partijtop natuurlijk liefst zoveel mogelijk D66-colleges – kijk naar Pechtolds ambities. Bij dat meebesturen vormt kleurloosheid een gevaar voor de partij, misschien sterker dan bij anderen het geval is. Vraag D66’ers lokaal waar ze voor staan en wat ze belangrijk vinden en je krijgt antwoorden als „transparantie” en „heldere politiek”; zaken waar toch niemand echt tegen kan zijn. Het risico op ‘grijs worden’ herkent Saskia Boelema wel. „Wij zouden te aardige en nette mensen zijn. Ik zeg daarom weleens, wij moeten óók een beetje gehaaid zijn nu en dan. Politiek bedrijven.”