De meester voelt zich eenzaam

Het aantal mannen voor de klas loopt alsmaar terug. „Je moet er tegen kunnen.”

None

Meer dan de helft (57 procent) van de meesters voelt zich eenzaam tussen zijn vrouwelijke collega’s. Dat was deze week een van de uitkomsten van een enquête van vakbond CNV Onderwijs. Ze ondervroegen 2.706 werknemers in het primair onderwijs. Op 4,2 procent van de scholen bleek geen enkele man te werken. En op het overgrote deel van de scholen werken slechts twee of drie mannen.

Nieuw is dat niet: al sinds de jaren ’80 loopt het aantal mannen voor de klas terug. Tussen 2003 en 2012 is het aandeel in Nederland gedaald van 22,8 tot 15,6 procent.

Volgens de uitkomsten van de CNV-enquête zouden mannen niet aangetrokken zijn tot het beroep. Op de basisschool staat het kind centraal, niet de kennisoverdracht. De pabo zou te vrijblijvend zijn en te weinig uitdaging geven. En vervolgens zijn er weinig doorstroommogelijkheden.

De discussie over de feminalisering van het onderwijs loopt ook al jaren. Een man voor de klas zou een beter rolmodel zijn voor jongens. Hij zou anders lesgeven dan een vrouw, met meer structuur. Jongens hebben mánnen nodig, is het idee.

Wetenschappelijk is dat nog niet aangetoond. Onderzoeker Irma Heemskerk van het Kohnstamm Instituut: „Onderzoek naar leerprestaties weerlegt dat er een verschil is. Niet de sekse, maar de kwaliteit van de docent doet ertoe.” Maar of jongens zich beter ontwikkelen wanneer er een meester voor de klas staat, is nog niet gemeten. „Een sociaal-emotionele ontwikkeling zou over een langere termijn gemeten moeten worden. Ook zou het onderzoek grootschalig moeten zijn. En dat is lastig te realiseren als er weinig meesters voor de klas staan.”

Al jaren wordt geprobeerd mannen tóch te interesseren voor het beroep. De doelstelling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2020 is 30 procent mannen voor de klas te halen.

Uit de enquête van CNV komt een aantal aanbevelingen: er moet minder aandacht komen voor knippen en plakken, en meer voor ‘mannelijke dingen’ als sport en techniek. En de kleuterstage zou veel mannen afschrikken.

Volgens Astrid Venes, directeur van Fontys hogeschool Kind en Educatie heeft CNV nog een ouderwets beeld: „ Die eerste kleuterstage doen we al vier jaar niet meer. En we proberen de jongens ook bij meesters te laten stagelopen.” Bij hun scholen, een vijftal pabo’s, werkt het. „Op sommige locaties zitten we al rond de 30 procent mannelijke instroom.”

    • Charlotte van ’t Wout