Onze regering neemt klimaatrapporten gewoon niet serieus

Als klein land kunnen we misschien weinig betekenen, maar besef dat het water ons al snel aan de lippen staat, meent Herman Philipse.

Het Regeerakkoord ‘Bruggen Slaan’ gaf nog hoop voor het klimaat. „Nederland zet in op een ambitieus internationaal klimaatbeleid”, aldus hoofdstuk 3. Maar in de beleidsvorming schittert Nederland door afwezigheid, verzuchtte onlangs een Duitse minister. Het was een veeg teken bij de formatie dat milieubeleid werd ondergebracht bij een staatssecretaris onder minister Schultz (Verkeer, VVD).

De kernvraag van klimaatbeleid is moreel en politiek. Tijdens de laatste 11.700 jaar (Holoceen) was het aardse klimaat relatief stabiel, waardoor complexe menselijke culturen konden ontstaan. Heeft de huidige generatie mensen het morele recht om door alsmaar stijgende uitstoot van broeikasgassen, met name koolstofdioxide (CO2), dit stabiele klimaat dusdanig te ontwrichten dat volgende generaties grote schade zullen ondervinden en wellicht deels te gronde zullen gaan? Om discussie over het opwarmingsvraagstuk zuiver te houden moeten we scherp onderscheiden tussen wetenschappelijke problemen enerzijds en dergelijke moreel-politieke vragen anderzijds.

Het vijfde Assessment Report van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) geeft een zorgvuldig overzicht van de stand van de wetenschap. Per resultaat wordt vermeld op hoeveel onderzoek het berust en hoe zeker het is. Zo is het uiterst waarschijnlijk (extremely likely) dat menselijke invloed de belangrijkste oorzaak is van de waargenomen opwarming sinds 1950 (97 procent van de onderzoekers onderschrijft dit). Wij produceren het overschot aan CO2 in het aardse klimaatsysteem voornamelijk door bevolkingsgroei, het steeds sneller opstoken van fossiele brandstoffen, door vleesproductie en door ontbossing.

Doordat broeikasgassen deels lang in de atmosfeer blijven, accumuleren de oorzaken van opwarming, zodat onze huidige uitstoot nog eeuwen later gevolgen zal hebben. Het rapport concludeert terecht dat het beperken van opwarming en van andere effecten zoals oceaanverzuring een spoedige substantiële reductie van de uitstoot van broeikasgassen vereist gedurende vele decennia. Zoals het voorwoord zegt: „Climate change is a long-term challenge, but one that requires urgent action.”

Hoewel het vijfde IPCC rapport de taak heeft resultaten samen te vatten en dus geen beleidsaanbevelingen verstrekt, vraagt het terecht „the urgent attention of both policymakers and the general public.” Het derde deel is nu meer dan een maand geleden verschenen. Men zou verwachten dat inmiddels een publieke discussie is losgebrand onder Nederlandse politici en beleidsmakers over doelen en de beste middelen. Moeten politici in dergelijke ingewikkelde zaken niet overtuigend leiding geven en uitleggen wat er volgens hen moet gebeuren? Maar hier merken we niets van. Onder de kiezers zullen weinigen zelfs de samenvattingen van het 5de IPCC rapport lezen. Dus nogmaals: waar blijft politieke visie en leiding?

Het Energieakkoord voor duurzame groei van 2013 was een kleine stap in de goede richting. Maar de afgesproken win-win strategieën – het akkoord is primair „gericht op versterking van de economische structuur” – zijn volstrekt onvoldoende om de Nederlandse bijdrage aan de wereldwijd noodzakelijke vermindering van CO2-uitstoot te realiseren. Laten we althans aannemen dat onze regering de limiet van 2ºC temperatuurstijging, afgesproken op de VN-klimaattop te Calcùn (2010), nog enigermate ernstig opvat.

Ook wanneer Nederland zou doen wat voor ons land vereist is, is de kans klein dat temperatuurverhoging zelfs onder de 3ºC blijft. Immers, zonder drastische uitstootreductie van grote landen zoals de VS en China helpt wat Nederland of Europa doet veel te weinig. Een zware inzet in EU-verband op de internationale onderhandelingen die in 2015 moeten leiden tot een nieuw mondiaal klimaatakkoord, heeft dus de hoogste prioriteit. Omdat uitstoot van broeikasgassen raakt aan vrijwel alle beleidsterreinen, is dit een zaak voor het gehele kabinet onder leiding van de premier.

Om de doelstelling van die onderhandelingen te formuleren zijn berekeningen verricht onder leiding van Nicholas Stern relevant. Momenteel is de CO2-concentratie in de lage atmosfeer rond 400 delen per millioen (ppm) tegen 280 ppm vòòr de industriële revolutie. Wanneer we andere broeikasgassen erbij betrekken en rekenen in CO2-equivalenten (CO2e), zitten we nu rond de 450 ppm. Stel, we willen de CO2e concentratie in 2050 beperken tot 500 ppm, wat wellicht nog politiek haalbaar is. Wetenschappelijk bezien is die doelstelling minimaal, omdat er een grote kans is dat de temperatuur op het aardoppervlak dan al meer dan 3ºC stijgt. Ter vergelijking: tijdens de laatste ijstijd was de gemiddelde temperatuur slechts 4-6ºC lager dan nu, met dramatische gevolgen voor de leefbaarheid van onze planeet.

Om de doelstelling van beperking tot 500 ppm te realiseren, moeten we de mondiale CO2e-uitstoot in 2050 reduceren tot 50 procent van het 1990 niveau, waar we inmiddels ruim 60 procent boven zitten. Dit betekent gemiddeld per persoon wereldwijd een reductie vanaf 7-8 ton CO2e per jaar nu tot ongeveer 2 ton per jaar in 2050. Wanneer men bedenkt dat de CO2e uitstoot per capita per annum momenteel in de VS zo’n 20 ton bedraagt en in de EU 10-14 ton, wordt duidelijk welke drastische emissiereducties noodzakelijk zijn.

Ook landen die fossiele brandstoffen produceren, zoals Rusland, Venezuela en de golfstaten, moeten worden overtuigd, opdat ze 4/5 van de bekende reserves in de grond laten. De VS, China, India en de ontwikkelingslanden mogen zich evenmin afzijdig houden. Zo’n verdrag in 2015 is van vitaal belang voor ons laaggelegen land, dat anders op termijn verzwolgen zal worden door de zee. Dus, kabinet Rutte 2: alle hens aan dek!