Opinie

Gruwelijk visioen

Eén vraag over het Eurovisie Songfestival ben ik nog niet tegengekomen: wat doen we als Ilse en Waylon per ongeluk winnen? Wat er dan gaat gebeuren, zal elke beschrijving tarten. Eindelijk kan een klein land zich weer groot voelen. Er zal vooral in de media een nationale euforie losbarsten, waarbij de blijdschap over het Europese voetbalkampioenschap in 1988 zal verbleken.

Drie dagen achter elkaar zal het de opening zijn van de televisiejournaals: vreugderoes na finale; ontbijten met Ilse en Waylon; aankomst op Schiphol met begroeting door premier Rutte.

De hele week alle talkshows – van Tan tot Thijs – gewijd aan deze opzienbarende triomf, met commentaren van alle mogelijke deskundigen: van zangeres Willeke Alberti tot ex-VVD-politicus Frits Huffnagel, tenzij de laatste in het vreugdevuur te Kopenhagen is omgekomen. Historicus Herman Pleij komt in elke, ik herhaal elke, talkshow uitleggen wat deze victorie van Ilse en Waylon betekent voor het oranjegevoel in Nederland.

De kranten, behalve misschien het Reformatorisch Dagblad, komen met terugblikken, analyses en interviews met de winnaars. Een week na de overwinning volgt een huldetocht door de Amsterdamse grachten, waar de winnaars op de voorplecht van hun boot worden geflankeerd door een nog steeds extatische Cornald Maas en, uiteraard, Frits Huffnagel, tenzij de laatste gestikt is in zijn, door de aanwezige tv-camera’s gestimuleerde, lachkrampen.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zullen het winnende zangduo ten paleize ontvangen, waarbij een persmomentje zal worden gereserveerd voor de koningin die een (bijna) stout dansje waagt met Waylon op de muziek van het winnende lied; de koning neuriet op de achtergrond de melodie mee, Ilse roept er steeds doorheen: „Joooeeeeeeeiii!”

Er zal ijlings een comité Eurovisie Songfestival 2015 worden geformeerd dat het volgende festival in Nederland moet organiseren en waarvan Hans Wijers voorzitter wordt, Joop van den Ende vicevoorzitter en Cornald Maas perschef, samen met Frits Huffnagel, tenzij de laatste inmiddels in een met de Nederlandse vlag omwikkelde doodskist ten grave is gedragen. Natuurlijk zullen er ook zwartkijkers zijn, cynici die juist altijd kankeren als de zon in het water schijnt. Zij vinden dat Eurovisie Songfestival één grote potsierlijke onzinvertoning, met afstotelijke teringmuziek tegen lachwekkende kitschdecors, met componisten die niet kunnen componeren en zangers die niet kunnen zingen. Deze weinig vaderlandslievende figuren zal krachtig de mond moeten worden gesnoerd. Nederland mag toch wel érgens in uitblinken? Tot dusver hadden we alleen het schaatsen, maar dat wil het buitenland ons ook al afpakken.

Maar zal het zover komen? Zullen we in Kopenhagen zo’n onvergetelijke Nederlandse victorie meemaken? Of moeten we na afloop weer geforceerd juichen, net als vorig jaar: „Negende! Prachtig!”

Eerlijk gezegd heb ik grote twijfels, vooral over Waylon. Ik zie aankomen dat hij op het moment suprême de kleedkamer niet uit wil. Het lijkt me een vrij gesloten, nuchtere jongen, zoals wel meer jongens die in Apeldoorn geboren zijn. In een gruwelijk visioen ziet en hoort hij wat hem te wachten staat: de gekte in Nederland en daar bovenuit het nooit meer ophoudende joehoe-gejoel van Ilse, zijn zangpartner. Waylon pakt zijn gitaar en verdwijnt voor de storm opsteekt.