Een spoedcursus Piketty, het verschil wordt alleen maar groter

Wat schrijft de Franse econoom eigenlijk? // En waarom is zijn boek zo opzienbarend? // Zijn onderzoek gaat niet uit van aannames, maar van feiten: informatie van twee eeuwen lang

Thomas Piketty

De populairste econoom op dit moment is een Fransman // Vijf vragen over Piketty

Foto Tuca Vieira

1 Wat beweert Thomas Piketty?

Het geld is ongelijk verdeeld op de wereld – dat wisten we. Hoe ongelijk? Om het dicht bij huis te houden: de rijkste 1 procent van Nederland bezit 23 procent van al het vermogen.

En dat zal waarschijnlijk ook zo blijven. Want al het geld wordt ook nog eens steeds ongelijker verdeeld op de wereld – al kun je daarover twisten, en dat doen economen dan ook graag.

Sommigen beweerden de afgelopen decennia hoopvol dat het wel meeviel; neem bijvoorbeeld de invloedrijke econoom Simon Kuznets in de jaren vijftig. Hij geloofde dat verdeling van bezit juist minder ongelijk zou worden, want hij meende dat innovaties en de toename van kennis er vanzelf voor zouden zorgen dat de koek gelijker verdeeld zou gaan worden. Ongelijkheid was een probleem van voorbijgaande aard.

Economen die dat beweren, kunnen wel inpakken, als het aan Thomas Piketty ligt. De Franse econoom maakt met zijn boek Capital in the Twenty-First Century een einde aan de speculaties.

Als een van de eerste economen had hij namelijk beschikking over een uitgebreide verzameling gegevens over kapitaal en inkomens uit de afgelopen twee eeuwen. Gegevens uit belastingarchieven, gegevens over de ontwikkeling van vermogen door de jaren heen. Hij baseert zich dus niet, zoals de meesten voor hem, op theorieën en aannames over hoe de economie zich zou kúnnen ontwikkelen, maar op gegevens over hoe de economie zich ontwikkeld hééft.

Rijk worden kan op twee manieren. De eerste: door je op te werken en een goed inkomen te krijgen. De tweede: door rijke ouders te hebben, of een rijke partner te trouwen. De eerste methode gaat over inkomen, de tweede over vermogen. De eerste gaat ervan uit dat wie goed doet, goed ontmoet en dat als het met de economie goed gaat, het met iederéén goed gaat. Een hoopvol idee, want we willen natuurlijk niets liever dan dáárin geloven, in zo’n maakbaarheidsideaal.

Maar dat werkt niet, becijferde Piketty. Je kunt veel beter vermogen bezitten. Daarmee is zijn conclusie simpel en pessimistisch: de rijken worden steeds rijker en de armen worden steeds armer – en dit is het bewijs.

Piketty las uit zijn grafieken en tabellen af dat je veel beter kapitaal kunt bezitten: geld, bezit, huizen, grond. De waarde daarvan kan jaarlijks wel 4 à 5 procent meer waard worden. En dat terwijl de economische groei eigenlijk nooit meer dan 1,5 procent bedraagt, onder normale omstandigheden.

Wat dat betekent? In elk geval dat economische groei wel enórm gestimuleerd zou moeten worden, als je net als Piketty niet wilt dat de rijken rijker worden. Of je moet zorgen dat je zó’n enorme belasting heft op vermogens, dat de vermogensgroei van de rijken niet de pan uit rijst.

2 Waarom maakt zijn boek zo veel los?

De grap met de Piketty-hype is: het boek bestaat al een jaar. In Frankrijk, in het Frans (Le Capital au XXIe siècle). Het boek deed het daar goed, zeker voor een specialistisch economenboek, maar een revolutie? De Fransen zagen in de praktijk dat de conclusie niet meteen revolutionaire gevolgen had. Het economische beleid van president Hollande ging deels gelijk op met de aanbevelingen van Piketty: als je wilt dat de verdeling van welvaart gelijker wordt, moet je hoge belastingen op inkomsten en vermogen heffen. Dat had nauwelijks het gedroomde effect.

In de Verenigde Staten, waar het boek een paar weken geleden uitkwam, was de schok groter. Dat komt deels door Piketty’s torpedering van het maakbaarheidsideaal, die nogal indruist tegen de hoopvolle American dream, tegen het idee van de self-made man, tegen het idee dat je je kunt ontwikkelen van rags to riches.

Maar vooral de rijken schrokken. Zij konden aanvallen op hun aangename positie altijd succesvol pareren door terug te vallen op de stelling dat wie kapitaal heeft, investeert, en dat creëert weer banen, en daar wordt de hele economie beter van. Ook stellen ze dat rijkdom toch ook verdiend kan zijn – maar ja, wat zeg je in reactie op Piketty’s stelling dat rijken vooral rijk zijn doordat ze nou eenmaal fortuinlijk geboren zijn? Hoe ‘verdiend’ is dat?

3 Is er ook kritiek op zijn theorie?

Zeker. Er kwamen extreme reacties, die stelden dat Thomas Piketty niemand minder was dan de nieuwe Karl Marx. Kijk maar naar de titel van zijn boek: Le Capital, dat was wel een heel opzichtige verwijzing naar het standaardwerk Das Kapital, waarin Marx zijn ideeën uiteenzette. En net als Marx sprak Piketty van een fundamenteel probleem van het kapitalisme – op de dreigende toon van een toekomstvoorspeller – en stelde hij een drastische maatregel voor: hoe rijker, hoe meer vermogensbelasting en die kon oplopen tot 80 procent voor de allerrijksten.

Minder emotionele en meer geleerde kritiek kwam er ook. In het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs schreef econoom Tyler Cowen dat Piketty wel heel gemakkelijk uitging van die 4 à 5 procent rendement op vermogens. Dat gaat niet vanzelf, stelde hij, maar doordat rijken risico’s nemen. En wie met risico’s te maken heeft, mag wel iets voorzichtiger zijn met zijn toekomstvoorspellingen. Dan is het helemaal geen gegeven dat de economische groei (dat maximum van 1,5 procent) per se kleiner is dan het rendement op vermogen (die 4 à 5 procent).

Dat zei ook econoom Branko Milanovic, die nog toevoegde dat Piketty misschien iets te weinig rekening hield met opkomende economieën als China en India. Het is de vraag of die wel pasten in Piketty’s model, dat op economieën in Europa en Amerika gebaseerd is.

4 Hoeveel invloed kan een boek eigenlijk hebben?

„De ideeën van economen en politiek filosofen, of ze nu gelijk of ongelijk hebben, zijn machtiger dan men denkt. De wereld wordt door weinig anders geregeerd”, schreef econoom John Maynard Keynes eens. Voor hemzelf gold dat in elk geval. Bijna honderd jaar geleden waren economen en politici nog gechoqueerd door zijn radicale ideeën, maar na de crash van 1929 keerde het tij.

Keynes betoogde dat een crisis en een hoge werkloosheid niet vanzelf voorbijgaan. De overheid moest volgens hem de economie weer aanjagen door middel van investeringen. In de jaren dertig sloegen deze ideeën aan in de politiek: de Amerikaanse president Roosevelt bracht ze met zijn ‘New Deal’ min of meer in de praktijk. En in de decennia daarna werden de inzichten uit Keynes’ belangrijkste boek, The General Theory of Employment, Interest and Money (1936), vrijwel overal ter wereld op scholen onderwezen en door regeringen toegepast.

Niet veel boeken hebben zo’n status en invloed als dit werk van Keynes, maar er zijn er wel een paar te bedenken. The Wealth of Nations (1776) van Adam Smith was het eerste boek waarin de principes van de vrijemarkteconomie werden verdedigd; Karl Marx’ Das Kapital (1867) vormde de basis van het communisme; en Capitalism and Freedom (1962) van de econoom Milton Friedman legde het intellectuele fundament onder het neoliberalisme van de jaren 80 en 90.

Door sommigen wordt Piketty onthaald als iemand met dezelfde statuur als Keynes en Marx. Zijn ambitie is inderdaad vergelijkbaar: Piketty wil met zijn boek het hele kapitalistische systeem onderzoeken.

5 Is Thomas Piketty de redder van links?

Na de kredietcrisis leek de bal bij links te liggen. Marx is helemaal terug, schreven kranten eind 2008, Das Kapital van Marx werd ineens drie keer zo vaak verkocht.

Maar daarna werd het stil in het linkse kamp. Terwijl het zich had verheugd op de implosie van het kapitalisme, veranderde er in de praktijk weinig. In de meeste Europese landen bleven of belandden linkse partijen in de oppositie, waar ze geen strijdbare indruk maakten. Bonussen bleven bestaan, banken werden gered, en de protestbeweging Occupy werd, ondanks alle media-aandacht, een flop.

Opmerkelijk, schreef de Amerikaanse journalist Thomas Frank in 2012 in zijn boek Pity the Billionaire. Normaal gesproken is de tijd na een ingrijpende crisis rijp voor een paradigmaverschuiving, maar dit keer gebeurde er niets.

Franks verklaring: links had geen verhaal. En grote verhalen is wat de wereld nodig heeft op een moment van crisis. Franks boek ging over Amerika, maar deze analyse kan moeiteloos worden toegepast op Europa. Hier had links in de jaren negentig het grote verhaal verlaten. Toen in 2008 de crisis uitbrak en er kort momentum was voor een alternatief voor gedereguleerd kapitalisme, stond links met lege handen.

Hoewel linkse partijen sinds 2008 wat halfslachtige pogingen hebben gedaan een nieuw verhaal te bedenken, bleef de verlossende visie uit.

Maar nu is er Piketty: een econoom die niet alleen een onversneden links verhaal vertelt, maar dat ook nog onderbouwt met een indrukwekkende hoeveelheid data. Aan de gretigheid waarmee de linkse goegemeente zijn boek omarmt, kun je zien hoeveel behoefte er was aan zo’n verhaal.

De vraag die nu rest: gaat Piketty zorgen voor een links antwoord op de crisis – een antwoord dat niet alleen in opiniestukken, maar ook in beleid belandt? Daarover valt nu nog weinig te zeggen. GroenLinks heeft hem uitgenodigd naar de Tweede Kamer te komen om zijn ideeën toe te lichten, en PvdA-leider Diederik Samsom pleitte meteen voor een hogere vermogensbelasting. Links probeert duidelijk munt te slaan uit Piketty’s populariteit.

Een wereldwijde progressief oplopende belasting voor vermogens boven de miljoen zal niet alleen op bezwaren stuiten, maar daarnaast ook moeilijk te organiseren zijn – daarvoor moet er meer politieke integratie zijn in bijvoorbeeld de Europese Unie. En laat dat nou net een thema zijn waarover de linkse partijen het onderling niet eens zijn.