De jongens kiezen zelf: school, werk of cel

Hoe pak lastige jeugdgroepen aan? Perspectief bieden, en losweken. Het werkte bij de Mondriaangroep.

Hangjongeren in een sloopwijk in Rotterdam. Onder meer door extra aandacht van politie en gemeenten is landelijk het aantal overlastgevende jeugdgroepen verminderd.
Hangjongeren in een sloopwijk in Rotterdam. Onder meer door extra aandacht van politie en gemeenten is landelijk het aantal overlastgevende jeugdgroepen verminderd. Foto ANP

Als de rapportages de werkelijkheid weerspiegelen, dan heeft Nederland jaar na jaar minder last van wat de overheid ‘problematische jeugdgroepen’ noemt. In 2009 waren er nog bijna 1.800, in het najaar van 2013 waren er 764, onderverdeeld in ‘hinderlijke’, ‘overlastgevende’ en ‘criminele’ groepen. Zo staat het in de jaarlijkse analyse Problematische Jeugdgroepen in Nederland die minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

Wat is er met al die andere problematische jeugdgroepjongeren gebeurd? Hadden die ineens geen zin meer? Zitten ze in de cel? Dat kan haast niet, de overheid sluit juist gevangenissen omdat die steeds leger worden. Zijn ze naar school? En gaat die daling vanzelf, of zit er beleid achter?

Ambtenaar Houssain Mouhmouh is in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West verantwoordelijk voor de groepsaanpak en hij vertelt over een groep jongeren die naar hun favoriete hangplein de Piet Mondriaangroep werd genoemd. In 2006 waren ze met z’n eenenveertigen. Ze hingen rond in de buurt, ergerden de middenstand en de voorbijgangers, daagden de politie uit en pleegden kleine en grotere misdrijven.

De huidige stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud is op een dag op zijn fiets gestapt om met hen te praten. Ze hebben een paar uur sigaretjes staan roken in de motregen en Baâdoud legde uit dat de jongens konden kiezen: school, werk of de cel. Er zaten jongens bij die niet eens meer konden bijhouden hoe vaak ze al hadden vastgezeten, zegt Mouhmouh.

Leiders en meelopers

Zo’n hele groep met één maatregel aanpakken, dat zou niet werken. Daarvoor zijn ze te verschillend, zegt Mouhmouh: je hebt leiders en meelopers, jongens voor wie misdaad een bewuste keuze is en jongens die te onnozel zijn om een bewuste keuze te maken. Al die soorten groepsleden moet je uit elkaar trekken. „We zijn begonnen de onnozelen weg te werken”, zegt Mouhmouh. Hij verleidde de jongens met dingen die hen interesseerden. Vaak iets met sport. Soms werk, soms een opleiding – „iets waarbij ze meer hun handen dan hun hoofd moesten gebruiken”.

De meeste jongens van die regenachtige dag, zegt Achmed Baâdoud, wilden wel een baantje. „Wanneer kunnen we komen?”, vroegen ze. „Morgen”, zei hij. En toen moest hij er voor zorgen dat hij de volgende dag ook echt iets kon aanbieden. School. Stages. Werk. Woonruimte.

Gistermiddag kwamen weer drie voormalige veelplegers op het stadsdeelkantoor om met Mouhmouh een overeenkomst te sluiten in het kader van project Pak je Kans; hij kan hun een contract aanbieden om een tijdje in een slooppand te wonen.

Hoezo zijn het vmbo, vakkenvullen en een sloopwoning een aantrekkelijk alternatief voor een criminele carrière? Omdat misdaad veel minder loont dan de stoere verhalen op straat willen doen geloven, zegt Mouhmouh. De jongens met wie hij sprak, vertelden dat ze wel eens wat verdienden met overvallen of inbraken, maar als je de buit uit een rijtjeswoning in de armzalige Dichtersbuurt moet delen met twintig andere jongens, hou je niet veel over. „En sommige jongens kregen helemaal niks, die moesten gewoon hun mond houden.”

Eén voor één werden de jongens van het Piet Mondriaanplein door Mouhmouh benaderd en losgeweekt. De groep ging van 41 naar 35 leden, naar 30, naar 25 en zo verder. „Wat je ten slotte overhoudt, is geen groep meer’, zegt Mouhmouh. „Dat zijn zzp’ers.” Die gaan in hun eentje verder in de criminaliteit. Soms in Amsterdam, soms ook in het buitenland.

Ja zeggen, nee doen

In 2011 was de Mondriaangroep verdampt. Van de 41 jongens doen er 34 iets nuttigs. Zeven kozen voor de misdaad. Zeiden ze dat zo? Nee, zegt Mouhmouh. „Ze zeggen altijd ‘ja’ tegen je, maar ze doen ‘nee’. Elke keer als je een afspraak met ze maakt, komen ze niet opdagen. Na een paar keer weet je genoeg.” En dan? „Dan zijn ze voor politie en justitie.”

Baâdoud zegt dat het lastiger voor deze harde kern is als de groep eromheen is weggevallen. Ze hebben geen meelopers die ze hun misdaden kunnen laten plegen. En ze vallen zelf meer op.

Het resultaat, volgens de analyse van deze week, is dat van de 22 problematische jeugdgroepen die Nieuw-West in 2006 telde, er nu vijf over zijn. Eén is crimineel, de rest hinderlijk of overlastgevend.