Tv-series maken nerdcultuur mainstream

De nieuwe HBO-serieSilicon Valley is de laatste en leukste in een stortvloed aan series en films over de techindustrie.

Nerdy programmeur Richard Hendricks (Thomas Middleditch, rechts) met zijn startup vrienden op een togaparty in Silicon Valley.
Nerdy programmeur Richard Hendricks (Thomas Middleditch, rechts) met zijn startup vrienden op een togaparty in Silicon Valley. Beeld HBO

Silicon Valley is uitgegroeid tot een populair thema voor Amerikaanse films en televisieseries. Voor scenarioschrijvers vormen onaangepaste nerds een dankbaar onderwerp. De groeiende bubbel in de techsector, met torenhoge waarderingen voor piepjonge, in veel gevallen verlieslijdende maar kennelijk veelbelovende bedrijven, wakkert de fascinatie met de techsector nog verder aan. De subcultuur uit Silicon Valley komt daarmee vanuit de marge in de spotlights te staan, zij het met wisselend succes. Het meest recente voorbeeld: de HBO-serie Silicon Valley, op dit moment te zien bij betaalzender HBO.

De golf aan tv-series over Silicon Valley had een slechte start met de tenenkrommende realityshow Startups: Silicon Valley, eind 2012 uitgezonden door de Amerikaanse zender Bravo. De productie lag in handen van Randy Zuckerberg, de zus van Facebookoprichter Mark. Ze zei geïnspireerd te zijn door het succes van de speelfilm The Social Network, over de begindagen van Facebook (zie kader). De tijd was rijp voor een publiekshow over de startupcultuur, meende Zuckerberg. Maar door de hijgerige aanpak liep de show uit op een grote flop. De serie volgt een aantal aanstellerige types die hun geluk komen beproeven aan de Amerikaanse Westkust. Er wordt weinig aandacht besteed aan de technologie of producten maar wel aan de nachtelijke escapades van de deelnemers en zwembadfeestjes met vrouwen in krappe bikini’s. De techgemeenschap uit Silicon Valley reageerde dan ook chagrijnig: dit had werkelijk niets te maken met het spartaanse startupleven; Hollywood moest wegblijven uit Silicon Valley. Ook het grote publiek was niet geïnteresseerd. De kijkcijfers vielen tegen en de serie werd na één seizoen gestaakt.

De tv-serie Betas, afgelopen herfst uitgebracht door streamingservice Amazon Prime, deed het al een stuk beter. Betas is een lichtvoetige komedie over een dating-app in wording. De serie zit vol herkenbare types uit de techgemeenschap: een briljante gesjeesde Stanfordstudent die de nieuwe Mark Zuckerberg wil worden, een Indiase programmeur die probeert los te komen van zijn ouders, een Steve Wozniak-achtige knuffelnerd en een 35-jarige man die in zijn puberteit is blijven hangen maar zich realiseert dat deze onderneming zijn laatste kans biedt op succes („35 is 95 in Silicon Valley-jaren”). De onnavolgbare programmeergrapjes maakten Betas vooral grappig voor insiders.

De nieuwste loot aan de tak van dit soort techseries, en meteen de beste in zijn soort, is Silicon Valley, een serie die afgelopen maand van start ging op streamingdienst HBO. De maker Mike Judge, bekend van onder meer de rochelende pubers Beavis and Butthead, deed maanden veldwerk in Silicon Valley en weet een bijzonder accuraat beeld van het gebied te schetsen. De filmische HBO-touch brengt de serie naar een hoger plan.

Centraal in de serie staat de sympathieke maar onzekere programmeur Richard Hendricks. Overdag werkt hij bij ‘Hooli’, een reusachtig, op Google lijkend techbedrijf. In zijn vrije tijd woont en werkt hij in een ‘hacker hostel’, een huis waar beginnende internetbedrijfjes werken onder leiding van de verdwaalde internetmiljonair Erlich. Hendricks werkt hier aan een programma voor het delen van muziekbestanden. Interessanter dan de toepassing blijkt echter het onderliggende algoritme, waarmee muziekbestanden worden verkleind en snel kunnen worden verstuurd. Een grote geldschieter (geïnspireerd op de investeerder Peter Thiel) wil daarom geld in het bedrijf steken, terwijl de oprichter van Hooli Gavin Belson (die veel weg heeft van Google-baas Larry Page en Apple-oprichter Steve Jobs) hem een reusachtige overnamesom biedt.

De keuze tussen snel rijk worden of de vrijheid en de daarbij behorende risico’s van een eigen bedrijf, is één van de vele thema’s die aan de orde komen in Silicon Valley. Bijzonder geestig en actueel is de wijze waarop de idealistische aanspraken van techbedrijven op de hak worden genomen. In een variant op Google’s slogan Don’t be evil verklaart Hooli-oprichter Gavin Belson: „We kunnen alleen grootsheid bereiken, als we eerst goed worden.” Later in de serie verkoopt Belson een schaamteloze kopie van Hendricks product met de woorden: „Als we uw muziekbestanden kleiner kunnen maken, kunnen we ook armoede kleiner maken. En honger. En aids.”

Judge projecteert geen glamour op de techgemeenschap, zoals de Bravoserie Startups, maar richt zich juist op haar pijnlijke eigenaardigheden. Er blijkt niet veel nodig om Silicon Valley te parodiëren. Zo opent de serie met een startupfeestje waarbij alle vrouwen op een kluitje cocktails drinken, terwijl de aanwezige mannen verderop een computerspelletje spelen.

Silicon Valley wordt zowel door de techgemeenschap geprezen als door een breed publiek. Er passeren regelmatig grappen voor insiders (zo loopt Erlich met zijn dikke buik pontificaal in een T-shirt met de tekst HTML: How To Meet Lady’s), maar deze worden niet zo op de spits gedreven dat buitenstaanders niet kunnen meekomen. Aan alle details is gedacht: toen vorige week in de serie de website van Hendricks bedrijfje live ging, ging deze ook in het echt online. De site ziet er exact zo uit als iedere andere startup in Silicon Valley.