Tien kilometer regels

Ze durven niet echt te klagen, omdat ze de crisis mede hebben veroorzaakt. Maar veel financiële instellingen vinden de vele nieuwe regels verstikkend. „Echt alles moet worden vastgelegd.”

Illustratie Rhonald Blommestijn

Er komt maar geen einde aan de lijst met regels die advocaat Francine Schlingmann op haar computerscherm voorbij laat glijden. Ze toont de ‘webtool’ die het advocatenkantoor waar ze partner is, De Brauw Blackstone Westbroek, heeft ontwikkeld om banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders overzicht te bieden op de massa aan regels die de afgelopen jaren over hen is uitgestort.

De tool, Fenrir geheten (naar een mythologisch wezen dat in een oogwenk van een ongevaarlijk diertje kon uitgroeien tot een reusachtige, ontembare wolf), moet ook helpen duidelijk maken wat een financiële instelling precies met die regels moet. En wat de samenhang is tussen al die regels.

De muis lijkt oneindig te kunnen scrollen. Pagina na pagina komt voorbij met kaders vol regelgeving. Europese en Nederlandse regels. Regels voor banken, voor beleggingsfondsen. Regels over kapitaalbuffers en voor het omgaan met rentemaatstaven. Achter elke wet gaan weer talloze documenten schuil, die tot in detail uitleggen wat er precies van de instellingen geëist wordt. Bij elkaar bevatten die documenten terabytes aan data. Als je alle pagina’s zou printen en achter elkaar zou leggen, heb je tien kilometer papier.

Nationale en supranationale overheden hebben sinds het uitbreken van de financiële crisis zes jaar geleden in recordtempo het ene na het andere pakket regels uitgewerkt en ingevoerd, of bestaande wetgeving aangepast, om de financiële sector verder te reguleren en zo stabieler te maken. Vaak gaat het om enorme pakketten met exotische namen, zoals Emir (derivatenhandel) en Mifid (markten en beleggingsdienstverlening), of CRD IV/CRR (kapitaaleisen voor banken). Het doel: herhaling van de crisis van 2008 voorkomen.

ABN Amro tennistoernooi

Achteraf beschouwd werd de sector vrijgelaten. Nu lijkt alles te worden gereguleerd. Neem de Britse Antibribery Act, bedoeld om corruptie te voorkomen, en de gevolgen daarvan voor het jaarlijkse ABN Amro tennistoernooi. De bank moet volgens de wet van al haar gasten controleren of zij als public official (ambtenaar) worden aangemerkt.

Dat is volgens ingewijden al lastig genoeg, omdat de definitie ruim is. Daarna moet de bank uitrekenen voor welk bedrag die gast aan entertainment heeft gekregen – administratief en financieel nogal een karwei. Andere instellingen zouden daarom overwegen te stoppen met de sponsoring van zulke evenementen.

Voor financiële instellingen betekent de regeldruk een grote belasting. Ze moeten er niet alleen voor zorgen dat ze geen enkele nieuwe regel missen, ze moeten ook aan al die eisen voldoen. De compliance-afdelingen van banken, die er op moeten toezien dat de regels worden nageleefd, zijn de afgelopen jaren explosief gegroeid. Bij sommige financiële instellingen houdt zo’n 10 procent van de werknemers zich nu op de een of andere manier bezig met regelgeving. Goede compliance officers zijn tegenwoordig duur en bijna niet te vinden.

Volgens sommigen begint de regeldruk té groot te worden. De financiële last om al die regels na te leven, zou niet langer te dragen zijn. Enkele weken geleden werd bekend dat de kleine bank Binck de beleggingsrekeningen van haar Amerikaanse klanten eenzijdig had beëindigd, in verband met een nieuwe Amerikaanse wet.

Deze Foreign Accounts Tax Compliance Act (Fatca) vereist dat financiële instellingen buiten de Verenigde Staten informatie over hun Amerikaanse klanten overdragen aan de Amerikaanse fiscus. Binck had naar eigen zeggen honderdvijftig van die klanten. De kosten om aan de wet te voldoen zouden te hoog worden voor zo’n kleine groep klanten.

Openlijk zul je de meeste banken, verzekeraars en pensioenfondsen niet horen over de regeldruk; daarvoor zit de financiële sector nog te ver in het verdomhoekje. „We willen niet de indruk wekken dat we klagen”, zegt een hoge bankier, die om die reden anoniem wil blijven. „Er is een duidelijke aanleiding voor de regeldruk. Die moeten we dus accepteren.”

Anderen spreken zich wel uit. Advocaat Francine Schlingmann, wier kantoor alle grote financiële instellingen bijstaat, zegt: „Het is bijna niet meer uitvoerbaar. Grote financiële ondernemingen proberen met man en macht de stroom regels en hun impact te beheersen. Maar het is ongelooflijk lastig. Zo langzamerhand vragen veel van onze cliënten: moet het niet eens stoppen? Het is tijd dat we pas op de plaats maken en evalueren wat we nu eigenlijk allemaal al hebben.”

Pensioenfondsen

Schlingmann verwacht dat 20 tot 30 procent van de kleine pensioenfondsen „echt een probleem heeft” en zal moeten ophouden te bestaan, of samengaan met een groter fonds. „Grote banken met grote compliance- en juridische afdelingen zuchten al onder de regeldruk.” Voor kleine pensioenfondsen, die zulke afdelingen niet hebben, is het nog lastiger om het te organiseren. „Je ziet ze tot het besef komen: ‘Hemel, er is hier echt iets aan de hand’.”

Ook directeur Gerard Riemen van de Pensioenfederatie, die de belangen van Nederlandse pensioenfondsen behartigt, ziet „een nadrukkelijke samenhang” tussen de toegenomen regeldruk en de – overigens al langer gaande – consolidatieslag in de pensioensector.

„Steeds meer fondsbesturen stellen zich de vraag: willen we zo nog verder? We zien dat het breed speelt, bij grote en minder grote fondsen, maar bij die laatste groep is het sneller onoverkomelijk.”

Het is bijvoorbeeld moeilijker geworden om bestuurders te vinden, sinds de eisen daarvoor zijn aangescherpt. Voorheen kreeg een nieuwe bestuurder een jaar de tijd om zich een bepaald niveau aan kennis eigen te maken, tegenwoordig moet hij dat al hebben voordat hij aan de functie begint. Riemen begrijpt dat wel, maar door de combinatie van de zwaardere eisen en de moeilijke financiële positie van veel fondsen neemt het aantal pensioenfondsen de laatste vijf jaar „heel stevig af”. In 2008 waren er nog 600, vorig jaar waren het er 400.

Wat het zo complex maakt, zegt Schlingmann, is dat de regels uit zoveel verschillende bronnen komen. „Sinds de crisis is het politiek beleid om geen onderdeel van de financiële industrie ongereguleerd te laten. Wet- en regelgeving is het enige instrumentarium dat politici hebben, dus ze zetten het volop in. Met name Europees en nationaal.”

In de praktijk leidt het nogal eens tot overlapping. Bijvoorbeeld bij de regels voor banken over het zogeheten ringfencen van risicovolle activiteiten. De Europese Commissie mag nu van banken eisen dat zij dergelijke activiteiten in een apart onderdeel onderbrengen. Maar de Europese Centrale Bank ook. Een bank moet dus goed opletten om precies aan de regelgeving van beide instellingen te voldoen. Dubbel genaaid hecht beter, heet dit in bankierskringen.

Administratieve rompslomp

Voor de kleine zakenbank NIBC zijn er op dit moment alleen al in de meest relevante Nederlandse wetten meer dan vijftig wetsartikelen, zegt hoofd compliance Barbara van der Loo. „En wij zijn in de wereld maar een heel klein bankje”, voegt ze toe. „Het is positief dat niet alles meer zomaar kan, maar een wet als de Amerikaanse Fatca, die gaat echt heel ver. Wij hebben maar heel weinig particuliere en zakelijke klanten die daaronder vallen. Maar het kost ons een hoop tijd en geld om aan de regels te voldoen.”

De druk zit hem vaak in de administratie, zegt Van der Loo. Ook bij bijvoorbeeld nieuwe wetgeving die van financiële instellingen vereist dat zij onderzoek doen naar de herkomst van het vermogen van hun klanten. „Als je vroeger een contract tekende, keek je elkaar eens goed in de ogen. Een man een man, een woord een woord. Nu moet echt alles worden vastgelegd.”

De toezichthouders nemen er geen genoegen meer mee als je zegt dat je alles hebt gecontroleerd. Ze willen ook bewijs zien. Van der Loo: „Voor je het weet krijg je een enorme bureaucratie. Dat belemmert het zakendoen.”

Een andere vraag is of de nieuwe regels voldoende zijn om financiële instellingen echt veilig te maken. „Je hebt ook een cultuurverandering binnen de instellingen nodig”, zegt Schlingmann. „Misschien bereik je daarmee wel het meest. We moeten echt niet overdrijven met regelgeving. Het komt immers zelden voor dat regelgeving na verloop van tijd soepeler wordt gemaakt. Dat zie ik niet zo snel gebeuren.”