Opinie

Pure & eerlijke energie!

Leuker kun je nieuwe energie niet maken. Shell adverteert onder meer in deze krant met een grote foto van een meisje dat een geladen bol aanraakt. Haar haren staan statisch overeind, ze lacht haar slotjesbeugel bloot en haar nagels zijn elk een verschillende kleur gelakt.

Wanneer je deze vrolijke meid met leergierig rode konen ziet, kun je je bijna niet voorstellen dat Nederland achterloopt op het gebied van duurzame energie.

Nieuwsuur berichtte dinsdagavond over het nationaal akkoord dat onze duurzaamheidsscore moet verbeteren, van een magere 4,5 procent naar de Europese norm van 14 procent in 2020. Windmolens – de wangedrochten – kregen de verbale wind van voren. Wist de duurzame Deense boer zeker dat hij zo’n ding op zijn erf niet vreselijk lelijk vond? Het item sloot af met een montere toevoeging: „Het Energieakkoord levert wél 15.000 banen op.” Alsof het akkoord verder als straf bedoeld is.

Ed Nijpels, de man met de schone taak om erop toe te zien dat alle maatregelen worden doorgevoerd, kon er nog net tussen piepen dat het belang van duurzame energie niet zomaar een Brussels verzinsel is, alleen al omdat consumptie en bevolkingsgroei de natuurlijke bronnen uitputten – iets wat ik zelfs met mijn middelbareschool-Casio kan uitrekenen.

Het vergt ook wel een heel slim eufemisme, wil je een verandering die eigenlijk een paar stappen te laat komt, als vernieuwing verkopen. Met de Nike-achtige slogan ‘Let’s go’ hangt Shell nog een beetje in het jarennegentigoptimisme. In de voedselindustrie vieren ze een vooruitstrevender vorm van ouderwets, iets waar de energiemarkt van kan leren. Wil het Energieakkoord overtuigen, dan moet het niet ‘nieuwe’, maar ‘authentieke’ energie presenteren. En het windmolenpark bij Rotterdam moet niet zomaar windmolenpark heten, maar ‘Puur & eerlijk uitwaaien’.

Als ik Nijpels in Nieuwsuur zie strijden voor 10 procent verbetering, met logge partijen en politiek aan zijn zijde, rijst er ook iets anders in mij: een hartgrondige nonchalance. Innovatie is investering. Is tijd en moeite. Is irritant.

Wat kan het mij eigenlijk schelen? Ik wil geen kinderen en de mens heeft zo zijn mooie kanten, maar vooral als behulpzame aanwezigheid zolang ik zelf leef. Waarom is duurzame energie de moeite waard, terwijl ik mijn jaren heus kan uitzingen op kolen en kernenergie? Waarschijnlijk omdat zo’n hedonistische hands off-houding me geen voldoening geeft. We denken in stijgende lijnen. Verbeteringsdrang mag dan nauwelijks rationeel zijn, het is wel wat je uit bed helpt.

Het Shellmeisje draagt een slotjesbeugel. De belofte dat ze later mooie tanden heeft, zal haar gêne, nu ze in de brugklas zit – juist de periode in haar leven dat ze het mooist lacht – niet minder maken. Toch is voor een beugel gekozen – dat noemen we een langetermijninvestering. Leuker kunnen we het niet maken. Beter wel.