Opinie

Naar Kiev? Liever eerst de paters van het IMF

Tussen 14 miljard dollar en 18 miljard dollar, zoveel zou het Internationale Monetaire Fonds (IMF) bijdragen aan een steunpakket voor Oekraïne van in totaal 27 miljard dollar. De rest zou worden bijgelegd door instituten als de Europese Investeringsbank, de Wereldbank, de Oost-Europabank en individuele landen.

Dat was half april. Vorige week hamerde het IMF-bestuur het bedrag af: 17 miljard namens het Fonds. Dat is aan de bovenkant van de aanvankelijke schatting. Dat impliceert dat de partners van het IMF wat kariger zijn dan eerst leek: hun bijdrage is tot 3 miljard kleiner dan gedacht.

De gang van zaken begint daarmee te lijken op de kolonisatie van woeste landen in de negentiende eeuw. Eerst de missionarissen van het IMF er in. En pas als die overleven voelt de rest zich zeker genoeg om te volgen.

Het IMF is in wezen een pot van gezamenlijke reserves van vrijwel alle landen ter wereld (ironisch genoeg dus ook Rusland). Oekraïne mag een recordbedrag lenen: acht maal haar inleg bij het Fonds, terwijl zes maal eigenlijk de absolute limiet is.

Keert de missionaris straks heelhuids terug? Dat is op dit moment hoogst twijfelachtig. Het IMF publiceerde een lijvig en uiterst gedetailleerd stafrapport over de economie van Oekraïne, de staatsfinanciën, uitstaande schulden en de houdbaarheid daarvan.

Maar het Fonds is de eerste om toe te geven dat deze calculaties er ook maar een slag naar slaan. Want de voornaamste variabele is hoogst onzeker: wat is Oekraïne op dit moment eigenlijk, valt het uit elkaar en op welke manier? De stereotypen zijn grotendeels correct: het westen van het land is relatief sterk gericht op landbouw, het oosten heeft verhoudingsgewijs veel industrie – helicoptermotoren voor het Russische leger worden er bijvoorbeeld gemaakt.

De vorm en de aard van de economie van Oekraïne kunnen de komende tijd drastisch veranderen, en afhankelijk daarvan wordt pas duidelijk wat er overblijft om financieel te gaan steunen. De Krim is er bijvoorbeeld al van af, en dat scheelt 3 tot 4 procent van het Oekraïense bruto binnenlands product.

In zijn huidige vorm mag Oekraïne dit jaar een economische krimp verwachten van 5 procent, bij een begrotingstekort van 8,5 procent van het bbp. Maar dat was half april, toen het rapport van het IMF waarin deze cijfers staan, werd opgesteld. De vooruitzichten verslechteren met de dag. „Mocht de centrale overheid de effectieve controle verliezen over het oosten”, stelt het rapport, „dan zal het hulpprogramma moeten worden herontworpen.” Inderdaad: het wegvallen van het oosten zou niet alleen een gedecimeerd Oekraïne opleveren, maar ook een ander Oekraïne: zonder het industriële hart zou de betalingsbalans (-9,2 procent) verder verslechteren. Als iedereen alle cijfers goed begrijpt, want de nationale rekeningen van het land wordt nog opgesteld onder de sterk verouderde internationale richtlijnen van 1993.

Steun aan een land waarvan de geografische vorm onzeker is, waarvan de aard van de economie sterk kan veranderen als het oosten wegvalt. Waarvan niet duidelijk is of en hoe de internationale schuldverplichtingen van straks 99,5 procent van het bbp worden verdeeld als het uit elkaar valt.

De voorzichtigheid is groot: een eerste tranche van 3,2 miljard dollar steun wordt inmiddels uitgekeerd en daarna volgen er dit jaar drie van slechts 1,4 miljard elk. De missionaris gaat er stapje voor stapje in. De rest van de financiers kijkt belangstellend toe.