Juridische coup in Thailand

Een militaire coup maakte in 2006 een einde aan het premierschap van Thaksin Shinawatra in Thailand; gisteren zette het Constitutioneel Hof zijn zus Yingluk Shinawatra als premier af. Zij wordt beschuldigd van machtsmisbruik bij de benoeming van het hoofd van de politie.

Het besluit van het hof heeft de trekken van een juridische coup. Want wat haar ook verweten kan worden, zij was de democratisch gekozen premier. Net als haar broer in 2001, die zelfs een grote meerderheid van de stemmen haalde, in 2005 de eerste democratisch gekozen premier van Thailand was die zijn volledige ambtstermijn uitzat en dat jaar werd herkozen met nog meer stemmen.

Daarmee is het beste wat er over de Shinawatra’s te melden valt, wel genoteerd. Thaksin was primair een zakenman. Rijk geworden in de telecomsector misbruikte hij zijn macht om er vooral zelf nog wat beter van te worden, onder meer door zichzelf belastingontheffing te schenken. Tussen de bedrijven door kocht hij de voetbalclub Manchester City, die hij een jaar later met flinke winst doorverkocht aan Arabische oliesjeiks.

Maar ook verwierf hij grote populariteit op het Thaise platteland, waar hij kwistig strooide met overheidsubsidies. Hij werd zo de favoriet van de armen; zijn tegenstanders zijn vooral te vinden in de hoofdstad Bangkok, onder de middenklasse en onder de welgestelde Thai. Zijn zus werd in 2011 premier, zonder dat ze over enige politieke ervaring beschikte. Ze was werkzaam in de telecombedrijven die haar oudere broer leidde. Dat Thaksin, vanuit zijn zelfgekozen ballingschap in het buitenland – hij is eerder bij verstek tot twee jaar veroordeeld – zich nog altijd met het landsbestuur bemoeit, is geen boude veronderstelling.

Tussen de coup van 2006 en de afzettingsprocedure van 2014 ontwikkelde Thailand zich tot een natie van onverzoenlijke bevolkingsgroepen die hun tegenstellingen letterlijk kleuren door zich in rood of geel te hullen. Partijen werden verboden, premiers afgezet, bij onlusten vielen honderden doden en gewonden. Thailand, eerder een Aziatische ‘tijger’ in de economie en geliefd bij westerse toeristen, doet er zichzelf veel kwaad mee.

Verregaande bemoeienis van rechters met het landsbestuur, zoals gisteren in Thailand vertoond, is uiteraard ongewenst. Maar wellicht is het hoopvol dat zestien ministers wel op hun post mogen blijven en dat een van hen tot waarnemend premier is benoemd. Daarmee wordt de wil van de meerderheid van het volk, die Yinglucks partij aan een meerderheid hielp, enigszins gerespecteerd. Uiteindelijk hoort het toch zo te gaan: dat het resultaat van democratische verkiezingen door iedereen wordt gerespecteerd.