Gek genoeg levert meer AOW meer geld op voor jongeren

Jongere werknemers dragen meer bij aan pensioenen dan oudere. De AOW kan die ongelijkheid compenseren, vindt Lans Bovenberg.

De doorsneesystematiek, waarin alle deelnemers een zelfde percentage van het pensioengevend salaris afdragen, is niet toekomstbestendig. Ermee stoppen kan echter niet zomaar. Overgang zal soepeler gaan als werkenden extra AOW-rechten mogen opbouwen.

In ruil voor de afdracht krijgen deelnemers het recht op een pensioenuitkering ter grote van een leeftijdsonafhankelijk percentage van het pensioengevende salaris. Deze systematiek, die voor veel fondsen verplicht is, resulteert in generatiesolidariteit. Pensioenrechten die jongere werknemers opbouwen zijn goedkoper dan die van ouderen. De rechten van jongeren komen namelijk later tot uitkering. Beleggingsopbrengsten financieren daardoor een groter deel van de uitkering. Omdat zij dezelfde doorsneepremie inleggen als ouderen betalen jongeren mee aan het pensioen van oudere werknemers.

Deze leeftijdsolidariteit ligt onder vuur. Iemand die op middelbare leeftijd een bedrijfstakpensioenfonds verlaat en buiten zo’n collectief aan de slag gaat heeft te veel premie betaald, maar profiteert in de rest van het arbeidzame leven niet van een door jongeren gesubsidieerde pensioenopbouw. Dit is niet eerlijk en ontmoedigt ondernemerschap.

De doorsneesystematiek compliceert ook voorstellen om pensioenpremie te benutten voor hypotheekaflossing. Ze geeft jongeren een kunstmatig grote prikkel om de pensioenpremie te bestemmen voor dat doel omdat jongeren zo de solidariteit met oudere collega’s kunnen ontgaan.

Overstappen op een actuarieel neutrale pensioenopbouw waarbij jongeren meer pensioenrechten opbouwen dan ouderen resulteert echter in overgangsproblemen. Overgangsgeneraties krijgen te maken met een pensioengat. De subsidies die zij op jonge leeftijd hebben verstrekt aan oudere generaties ontvangen ze niet meer terug in de tweede helft van hun carrière. Het CPB schat deze overgangsproblematiek op zo’n 100 miljard euro. Het snel affinancieren van deze impliciete schuld door verhoging pensioenpremies en verlaging pensioenen zou beschikbare inkomens verlagen en het overheidstekort vergroten.

Gelukkig is er een oplossing. Laat werkenden extra AOW-rechten opbouwen afhankelijk van hun arbeidsinkomen. De transitiegeneraties betalen hiervoor lage premies. De generaties die de dupe worden van het afschaffen van de doorsneesystematiek in de aanvullende pensioenen profiteren van de introductie van extra AOW-rechten. De totale premielast van AOW en aanvullend pensioen op het arbeidsinkomen van werknemers verandert niet.

De AOW neemt zo de generatiesolidariteit over van de private aanvullende pensioenen. Dit zorgt voor een heldere ontvlechting van private en publieke verantwoordelijkheden. AOW-compensatie lost ook het probleem van de zogenoemde leeftijdsstaffel in in beschikbare premieregelingen op. Deze staffel bepaalt dat jongeren minder fiscaal aftrekbare pensioenpremie mogen inleggen dan ouderen. Dit riekt naar leeftijdsdiscriminatie. Met een leeftijdsonafhankelijke premie renderen premies langer omdat ze eerder worden ingelegd. Premies kunnen daardoor omlaag. De premiesystematiek van beschikbare premieregelingen spoort zo bovendien beter met de leeftijdsonafhankelijke doorsneepremie in uitkeringsregelingen. Burgers kunnen daardoor gedurende hun werkzame leven gemakkelijker overstappen tussen verschillende pensioenregelingen.

Een inkomensafhankelijke aanvulling op de AOW-opbouw versterkt ook de pensioenvoorziening voor zzp’ers. Verder gaat het Nederlandse pensioenstelsel minder zwaar leunen op kapitaaldekking. Met een grotere publieke basis blijven kapitaalgedekte aanvullende pensioenen legitiem, ook al worden de daaruit gefinancierde pensioenen steeds afhankelijker van de nukken van de financiële markten nu de risico’s steeds meer bij de deelnemers liggen.

Het introduceren van extra AOW-opbouw voor werkenden maakt het Nederlandse pensioenstelsel toekomstbestendig door het ontvlechten van private en publieke verantwoordelijkheden. Aanvullende pensioenen worden eerlijker, boezemen jongeren meer vertrouwen in en verstoren keuzes op de arbeidsmarkt niet meer. De overgang naar zo’n toekomstbestendig pensioenstelsel hoeft niet gepaard te gaan met grootscheepse herverdeling tussen generaties en bestedingsuitval.