Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Entertainment

Kunnen ze in China lachen om westerse stand-upcomedy?

Een grap over slechte cijfers op school, een boze vader en een clou over wiskunde? Werkt niet in China. Subtiliteit vaak ook niet. Een paar keer fuck dan soms weer wel. The Atlantic sprak voor een interessant stuk met Chinees sprekende westerse komieken, allemaal op hun eigen manier op zoek naar het soort humor dat het goed doet bij Chinezen.

Mark Rowswell treedt op.
Mark Rowswell treedt op. Still uit video The Atlantic via YouTube

Een grap over slechte cijfers op school, een boze vader en een clou over wiskunde? Werkt niet in China. Subtiliteit vaak ook niet. Een paar keer fuck? Dat soms weer wel. The Atlantic sprak voor een interessant stuk met Chinees sprekende westerse komieken, allemaal op hun eigen manier op zoek naar het soort humor dat het goed doet bij Chinezen. Zo zijn een paar van hen al populair, maar is westerse stand-upcomedy overbrengen toch nog best een uitdaging.

Neem de Canadees Mark Rowswell, hij spreekt vloeiend Chinees. Hij werd in 1988 van de ene op de andere dag immens populair in China toen hij op televisie als Dashan (letterlijk: Grote Berg) verscheen in een xiangsheng-sketch. Xiangsheng is een traditionele Chinese vorm van komedie, een optreden het vaakst in de vorm van een dialoog tussen twee mensen. Mensen vonden het geweldig een buitenlander te zien die Chinees sprak.

Maar xiangsheng is de veilige keuze voor een komiek, willen ze het Chinese publiek aanspreken. Dus nu toert Rowswell het land door met stand-up. Geen kroegen met dronken mensen, maar voornamelijk universiteiten met zeer nuchtere studenten.

Rowswell treedt op:

Of neem Huang Xi, beter bekend als de Amerikaanse komiek Joe Wong. Die is momenteel een hit in geboorteland China met een programma dat wel wat op Mythbusters lijkt. Maar dat was niet altijd zo:

“A few years ago, Wong visited relatives in China and performed at a small venue, “maybe 40 people, a low-energy place,” which somehow led to a Wall Street Journal article suggesting that Chinese people “struggled” with humor and that Wong’s “jokes are impossible for ordinary Chinese to get.” The myth that Chinese are immune to humor is just that, Wong says. The catch, though, is that his audience usually needs to be young.”

Gaandeweg het stuk proberen de komieken uit te leggen tegen welke moeilijkheden ze aanlopen, wanneer zo proberen af te wijken van traditionele humor als xiangsheng (in het Engels crosstalk):

“Crosstalk is very direct, very in-your-face humor,” Wong explains. “The audience wants you to say something that makes them shed their anger, catharsis, that kind of thing. It’s not my type of humor.”

Crosstalk persists mostly because there’s little else.
Stand-up, by contrast, requires no rules, no script, no partner—instead, it rewards individualism. “You can talk about your real feelings and have people be OK with it,” Wong says. “In America, there’s a lot of deadpan humor, but in China there’s less because people are more reserved in their regular life.”

Het interessantst wellicht is het stuk over de rol van de strenge regering. Chinese komieken zelf proberen gevoelige zaken bijvoorbeeld vooral te vermijden. Als ze al mogen optreden.

Lees het hele artikel ‘Can Stand-Up Comedy Succeed in China?’ (ongeveer 2.000 woorden, 9 minuten leestjd) bij The Atlantic