‘Ik schrok toen ik mama zag zoenen’

De Italiaanse regisseur maakte een autobiografische film over zijn jeugd

Loopt er een jochie met een camera in een film rond, dan is dat vaak het alter ego van de regisseur. Zie Dario, oudste zoon van would-be kunstenaar Guido en ontwakende huisvrouw Serena in Anni Felici (‘Gelukkige jaren’). Dario filmt zelfs met de veertig jaar oude Canon Super-8 van regisseur Daniele Luchetti. Luchetti: „Wat een geweldige camera was dat! Niet log, maar ook niet zo gewichtloos als een mobiele telefoon waar ze nu maar wat mee rond zwiepen. Natuurlijk ben ik Dario. Zijn camera schept afstand; alleen door een lens durft hij naar de chaos om hem heen te kijken.”

Het is begin jaren zeventig. Guido, een beeldhouwer die lesgeeft aan de kunstacademie, moet zo nodig avant-garde zijn, moeder Serena streeft naar een normaal bourgeoisgezin. Anni Felici is de derde film van regisseur Daniele Luchetti (53) over familie. Mio fratello è figlio unico (2007) speelde zich ook af in Italiës ‘Loden Jaren’: als een grote broer communist wordt, zoekt zijn rebelse jonge broer het in het fascisme. In La Nostra Vita (2010) staat een modern gezin onder economische druk.

Hoe autobiografisch is uw film precies?

„Alle personages zijn echt. Alleen de gebeurtenissen zijn verzonnen. De problemen waren toen hetzelfde, de oplossingen anders. Mijn moeder zegt dat ze zich niet in haar personage herkent, maar wel in haar emoties.”

Ouders die het druk hebben met zelfontplooiing, kinderen die bedremmeld of angstig toekijken. Is dat typisch jaren zeventig?

„Kinderen raakten vaak verstrikt in volwassen drama waar ze niks mee konden. Ik schrok zelf erg als ik mijn moeder zag zoenen met andere mannen. Verzachtende omstandigheid: ze werd jong moeder. De filosofie was dat kinderen alles moesten zien, aan alles meededen. Of zelfs dat het seksuele wezens waren: ik herinner mij dat kinderen naakt poseerden voor artistieke fotoboeken van een uitgever. Softporno eigenlijk. Ouders verlegden hun seksuele grenzen, bij de kinderen hing ook iets broeierigs in de lucht.”

Hoe erg is dat, vrije seks?

„Op menselijk vlak was het vaak vrij desastreus. Op mijn zestiende was het politiek correct elkaar seksuele vrijheid te laten. Ging je vriendje of vriendinnetje vreemd, dan kon die zeggen: och, maar dat was alleen seks. En dan moest het kunnen. Ik herinner me dat ik op mijn vijftiende kampeerde in Griekenland. Tegenover ons was een Duits stel en er liep een badmeester rond. Gebronsd, atletisch, zo’n prachtige, viriele Griek. Die joeg op die Duitse vrouw waar haar man bijzat. Op een avond hoorde ik haar schreeuwen: ze had het recht met hem naar bed te gaan. Dan zat die Duitse man bij mijn ouders te huilen terwijl zij in de tent tekeerging met die Griek. Dat vonden we toen normaal.”

U voedt uw kinderen anders op?

„Mijn generatie is in reactie op die emotionele onveiligheid misschien iets te delicaat met kinderen. Zo verliep mijn echtscheiding heel soepel. Toen de sfeer thuis te snijden werd, besloten we heel snel dat we dat de kinderen niet aan konden doen, al die ruzie. Met mijn ex-vrouw overleg ik in detail hoe we reageren op het schoolrapport van mijn zoon. Niet te veel vleien, wel stimuleren, niet onder druk zetten. Dat overbewuste opvoeden maakt onze kinderen weer iets te beschermd en afhankelijk. Maar iedereen is kind van zijn tijd en maakt daardoor weer zijn eigen fouten.”

In de film blijkt zelfbevrijding moeilijk te combineren met een gezin.

„Vader Guido denkt dat hij als kunstenaar vrij moet zijn. Hij gelooft in die mythologie van de gedoemde kunstenaar. Die was toen veel sterker dan nu: de ware kunstenaar was onbegrepen, eenzaam en ontregelend. Maar Guido’s probleem is dat hij geen kunstenaar is. Het ontbreekt hem aan ideeën, passie en noodzaak. Moeder Serena zoekt geborgenheid, maar ironisch genoeg is zij juist degene die losbreekt. Als twee mensen aan elkaar vastgeketend zitten, bevrijdt degene die de boeien verbreekt ook de ander.”

Heeft u het met uw ouders nog over uw jeugd gehad?

„Jazeker, maar niet beschuldigend. Het streven naar persoonlijke vrijheid en geluk vind ik een hele positieve erfenis. Het waren gelukkige jaren, alleen wist ik dat toen niet.”