De crisis is voorbij, zei Dijsselbloem, maar hij hield wel een slag om de arm

Een onmogelijke vraag met een onmogelijk antwoord, dat makkelijk uit zijn verband te rukken is. Zo kun je de opmerking van minister Dijsselbloem (PvdA, Financiën) dat de crisis voorbij is, misschien het beste typeren.

In het wekelijkse gesprek met de minister van Financiën op RTL Z stelde kijker Lotte van Sleen de vraag: ‘Wanneer is de crisis voorbij?’ Zie daar maar eens antwoord op te geven, want iedere Nederlander ervaart de crisis weer anders. Dus Dijsselbloem dekte zich in en zei: „Dat ligt er natuurlijk een beetje aan hoe je die zou definiëren, maar op zichzelf is die voorbij.”

Op zichzelf? Daarmee bedoelt hij: de economie groeit weer, en overtuigend. Hij groeit overigens al een jaar, maar sinds enkele maanden durven macro-economen het ook echt te geloven.

Ja, je kunt zeggen dat het goed gaat

Maandag maakte de Europese Commissie bekend dat zij voor dit jaar een groei van 1,2 procent verwacht en voor volgend jaar 1,4 procent. Vorig jaar was er een krimp van 0,8 procent. Met die 1,2 procent ligt Nederland precies op het gemiddelde van de eurozone, nadat we vorig jaar wat slechter scoorden dan het gemiddelde.

Er zijn meer positieve tekenen: bedrijven verwachten dat de investeringen dit jaar met 9 procent zullen toenemen, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat is fors, na jaren van krimp. Ook voorziet het CBS dit jaar een behoorlijke groei van de export. Het consumentenvertrouwen stijgt snel, al sinds september, en is nog maar nauwelijks negatief.

Al geldt dat nog niet voor alles

Maar het leidt allemaal nog niet tot meer werkgelegenheid, en daar komt Dijsselbloems moeilijk geformuleerde antwoord vandaan. De werkloosheid stijgt dit jaar volgens de prognoses van de Commissie nog sterk: van 6,7 procent naar 7,4 procent (internationale definitie). Het is normaal dat het herstel van de werkgelegenheid achterloopt op het economisch herstel. Het duurt immers even voordat bedrijven weer durven te geloven dat ze mensen kunnen aannemen.

Op dit moment, zei Dijsselbloem, zitten veel bedrijven bovendien te ruim in hun jas. Ze hebben te veel mensen voor de hoeveelheid werk die ze hebben. Het duurt dus nog wel even voordat hun orderportefeuille voldoende is gegroeid om weer nieuwe arbeidskrachten aan te nemen. Een andere vertragingsfactor is dat veel bedrijven, net als particulieren en de overheid, nog bezig zijn met het herstellen van hun balans, en dus zuinig aan doen.

De minister zei te hopen dat er nog dit jaar een kentering in de werkloosheid komt, maar dat die anders „zeker volgend jaar” komt. Daar gebruikte hij wel een groot woord. De Europese Commissie gaat er nu vanuit dat de werkloosheid in 2015 zal dalen van 7,4 naar 7,3 procent. Waarschijnlijk zijn er maar weinig werklozen die in die 0,1 procentpunt een kentering zien.