‘Gurlitt schenkt kunstcollectie aan instituut in buitenland’

In dit appartement van Gurlitt in München werden de meesterwerken ontdekt.
In dit appartement van Gurlitt in München werden de meesterwerken ontdekt. AFP / Christof Stache

De vandaag overleden Duitse kunstverzamelaar Cornelius Gurlitt heeft in zijn testament opgenomen dat de kunstcollectie moet worden nagelaten aan een kunstinstituut in het buitenland. Althans, dat melden Duitse media.

Om welk land het gaat, is niet bekend. De dood van de 81-jarige Gurlitt riep vragen op over zijn nalatenschap. Hij bezit zo’n 1500 kunstwerken, onder meer van Picasso, Monet en Rodin. Hij erfde de werken van zijn vader, een kunsthandelaar die veel zaken deed met de nazi’s. Veel van de schilderijen zouden zijn gestolen van joden of onder dwang gekocht.

Gurlitt kwam in november in de publieke belangstelling te staan, toen het Duitse magazine Focus onthulde dat de autoriteiten zo veel meesterwerken bij hem thuis hadden gevonden. De ontdekking was een jaar eerder gedaan tijdens een belastingonderzoek, maar niet in het nieuws gekomen.

Duitsland verdeeld over schuldvraag

Gurlitt, die eerst zei de werken “nooit” te zullen teruggeven omdat er volgens hem geen sprake van roofkunst zou zijn, bereikte vorige maand een akkoord met het Duitse OM. Een onderzoek naar de afkomst van de schilderijen moest binnen een jaar klaar zijn, dan zou hij zijn schilderijen terugkrijgen. Tot die tijd mocht hij ze wel bekijken. Iets daarvoor ging hij al overstag - hij zei geroofde werken te willen teruggeven.

De publieke opinie over Gurlitt is in Duitsland verdeeld, zei onze correspondent Frank Vermeulen.

“Er is veel discussie over. Het ene deel van de samenleving vind dat hij gelijk had, dat eventuele roofkunst is verjaard. Een andere groep vind dat hij een morele verplichting heeft de werken terug te geven. Vanuit die kant is de druk op de Duitse regering zeer groot geworden. Ze waren bang voor internationaal gezichtsverlies door de trage gang van zaken.”

    • Mirjam Remie