Werkgevers willen weer in gesprek met schoonmakers

Treinreizigers die rommel achterlaten in combinatie met de staking van de schoonmakers leidt tot vieze treinen en stations.
Treinreizigers die rommel achterlaten in combinatie met de staking van de schoonmakers leidt tot vieze treinen en stations. Foto ANP / Martijn Beekman

Werkgeversorganisatie OSB wil weer aan tafel met de vakbonden om te praten over een nieuwe cao voor de stakende schoonmakers. De brancheorganisatie voor de schoonmaaksector denkt dat een akkoord over de arbeidsvoorwaarden ‘voor het grijpen ligt’, zo stelt OSB-onderhandelaar Hans Simons in een verklaring.

De onderhandelingen tussen OSB en vakbonden FNV Schoonmaak en CNV Vakmensen liepen twee maanden geleden spaak, waarna de bonden uit de onderhandelingen zijn gestapt. Sindsdien hebben FNV en CNV meerdere acties op touw gezet, zoals het niet meer schoonmaken van luchthaven Schiphol en de treinen van de NS.

Volgens Simons van OSB is de huidige situatie ‘niet goed voor de schoonmakers, schoonmaakbedrijven en opdrachtgevers en hun klanten’. Zijn organisatie doet daarom een nieuwe poging de onderhandelingen weer in gang te trekken. Of de branchevereniging met een nieuw bod komt, is niet duidelijk.

Update 14.11 uur:
FNV-onderhandelaar Ron Meyer laat weten iedere toenaderingspoging te omarmen. Een officiële uitnodiging van de schoonmakerswerkgever heeft hij nog niet gehad. Een eventuele nieuwe onderhandelingspoging maakt geen einde aan de acties. “Die stoppen pas zodra er een akkoord is bereikt.”

Werkgevers en schoonmakers liggen onder meer in de clinch over de betaling tijdens de eerste twee dagen van ziekte. Schoonmakers krijgen tijdens die periode nu niet uitbetaald. Ook willen de bonden een hoger loon, omdat bijna zeventig procent van de schoonmakers onder de armoedegrens zou leven, aldus FNV.

Simons stelt dat het mogelijk is om ‘voor iedereen een acceptabele uitweg te vinden’. “Ook op de gevoelige dossiers als bestrijding van het ziekteverzuim”, zo stelt hij.

“Ik heb dan ook het volste vertrouwen dat wij vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een gezonde, sterke en aantrekkelijke branche, in staat zijn een brug te slaan.”

(Novum)