Riskant maar lucratief: de auto als belegging

Foto Bloomberg

Investeren in een oldtimer is, als je het goed doet, lucratiever dan sparen of beleggen. En het hoeft geen dure Ferrari te zijn. Ook onder het miljoen, en zelfs onder een ton worden auto’s voor absurde prijzen verkocht.

Zo bood veilinghuis Bonhams een Porsche 911 Speedster uit 1989 aan. Een zeldzame cabrioletversie, waarvan er slechts 171 zijn geproduceerd. Er stond maar 638 kilometer op de teller. Een ‘gewone’ 911 Cabriolet uit die tijd koop je voor 40.000 euro. Maar deze Speedster werd verkocht voor ruim drie ton. Geen belachelijk bedrag, vindt Philip Kantor, autoveilingspecialist van Bonhams. “Ik was niet verrast. Het was in feite een nieuwe auto.” Hij gelooft niet dat Speedster-prijzen door dit voorbeeld zullen exploderen. Hooguit voor vergelijkbare auto’s met dezelfde extreem lage kilometerstand, maar “daarvan zijn er misschien tien op de wereld.” De nieuwe eigenaar moet er dus vooral niet mee gaan rijden, zegt Porsche-handelaar Erik Wolbert. Doet hij dat toch, “dan gaat er meteen anderhalve ton af”.

Slijtplekken zijn juist goed

Bij de meeste Porsches blijven de prijsstijgingen nog wel binnen de perken, vindt Wolbert. Een 964 RS, een in 1992 in kleine oplage gebouwde lichtgewicht 911, verkocht hij in 2005 voor een halve ton. Nu krijgt hij er meer dan het dubbele voor. “Over de hele periode is dat een geleidelijke stijging van 10 tot 15 procent per jaar.” Maar haal dat maar eens uit je aandelenportefeuille.

Ook opvallend: een auto in oorspronkelijke staat, desnoods met slijtplekken op de lak, kan meer opbrengen dan een exemplaar in topstaat. Autotaxateur Dennis Rietveld noemt als voorbeeld twee Mercedes-Benz 300 SL Gullwings die begin dit jaar in de VS op een veiling werden aangeboden – de een perfect gerestaureerd, de ander met plekken op de carrosserie en versleten stoelen. Het topexemplaar bracht 1,4 miljoen dollar op, de andere 1,9 miljoen. Want die had de verweerdheid die een oldtimer nog begerenswaardiger maakt.

Kapitaal dat niet verdampt

Rietveld verbaast zich wel over de enorme prijsstijgingen: “Een Ferrari 365 Daytona die je een paar jaar terug voor twee, tweeëneenhalve ton kocht, begint nu bij 450.000 euro. Het is niet normaal meer.” Kopers laten zich vooral door emotie leiden, zegt autohistoricus Vincent van der Vinne. Hij denkt dat er nog een ander aspect is gaan meespelen: vluchtkapitaal. “Als je een half miljoen op de bank hebt voor een minimale rente min inflatie, worden oldtimers interessant. En je kunt er nog mee rijden ook.”

Eén voorbehoud: als belegging is de auto riskant, zegt Van der Vinne. “Aandelen Shell zijn identiek aan elkaar, terwijl auto’s onderling sterk verschillen in conditie, geschiedenis, kleur en originaliteit. Dat voor een bepaalde auto een topprijs is betaald, wil niet zeggen dat dit ook voor een volgend exemplaar zal gelden.” Maar ach: “Als je zwaar verliest op een Ferrari zet je hem gewoon in de garage. Hij verdampt niet.”

Geld over? Hier de tips:

Het interessantst zijn auto’s waarvan de prijs een dieptepunt heeft bereikt of waarvan die voorzichtig weer stijgt. In de categorie van auto’s tot 25 jaar zijn de kandidaten schaars, want ze zijn niet zeldzaam genoeg. Rietveld tipt de Mercedes SL R129: “Dat zijn kwalitatief goede auto’s die met lage kilometerstanden zeker in waarde zullen stijgen. Goedkoper dan nu kunnen ze niet meer worden.” De beste groeikansen ziet Van der Vinne voor sportieve, exclusieve auto’s. “Van Audi de Quattro, de RS2 en RS4, daarna wordt ook bij Audi alles te veel massaproductie. Bij Porsche zijn de grote klappers al gemaakt.”

    • Bas van Putten