We zouden dansen, gedanst hebben we

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven.

Deze week: een weekend in Rome.

In mijn handbagage ging de zwarte jumpsuit van dunne, soepel vallende stof. En hakken. In de tassen van mijn dochters een paar glitterjurkjes. We gingen naar Rome. We wilden voorbereid zijn op een dakterrasfeest zoals Jep Gambardella, koning van de mondainen, in La Grande Bellezza geeft voor zijn 65ste verjaardag. Te midden van dwergen en travestieten zouden we in een polonaise lopen. Met onze armen in de lucht en de Via Veneto beneden ons, zouden we op de klanken van Far l’amore dansen tot de zon opkwam.

Het was misschien niet het beste weekend om mondain Rome te zoeken. Het regende en de straten stroomden over met pelgrims. Een miljoen gelovigen was gekomen voor de heiligverklaring van twee pausen. In het Pantheon stond het vast. Bij de Trevi-fontein moesten we onze ellebogen gebruiken om muntjes over onze schouders te kunnen gooien. En op de Spaanse Trappen gingen we op onze handen zitten om te voorkomen dat rozenverkopers er een roos in zouden duwen („Stop ’m anders in mijn neus”, opperde mijn jongste tegen een volhardend type.)

Boven aan de Scala Santa stelden we ons op op de plek waar in La Grande Bellezza de camera had gestaan toen de 104-jarige Zuster Maria op haar knieën naar boven kroop. Zuster Maria had de heilige trap voor haar alleen gehad, nu waren de 26 treden afgetopt met op hun knieën klunende katholieken. Aangekomen op de bovenste tree kusten ze allemaal een glazen raampje waaronder – las ik later op Wikipedia – een druppel bloed van Jezus zou liggen. „Gadver”, zei mijn oudste. „Er hoeft er maar één een koortslip te hebben...”

„Bezie ons met affectie”, zegt Jep Gambardella tegen een vriendin als hij op een lome zomeravond met gelijkgestemden in zoete verveling bijeen zit. „We hebben allemaal een verwoest leven. We zijn allemaal wanhopig. We kunnen niet anders dan elkaar aankijken, elkaar gezelschap houden en wat grapjes maken.”

Mijn dochters met affectie bezien, was in Rome een makkelijke opgave. „Do you like music?”, vroeg een taxichauffeur. Toen mijn dochters ‘ja’ knikten, zette hij niet de radio aan, maar hief luidkeels Volare aan – en zij zongen mee. Bij de Vierstromenfontein op Piazza Navona dachten ze te weten hoe de huid van de riviergod zou voelen als hij niet van marmer was. Ze kregen pijn in hun nek in Villa Farnesina omdat ze op de plafondschildering van Eros en Psyche van Raphaël bleven hangen aan een ontblote borst. Hoe kon het dat de schilder zo’n vijf eeuwen voor de uitvinding van de siliconenborst een neptiet had geschilderd? Ze brandden een kaarsje in een basiliek (ik ben even vergeten welke). „Eén voor allemaal”, zei mijn jongste. Ze vond het geen doen meer voor elke dode apart een kaars op te steken, ooit waren ze begonnen met ook de ons ontvallen dieren te gedenken. De regen deerde hen niet. Zelfs in roze regenponcho’s met ‘Roma’ erop, deden ze de hoofden van Italiaanse mannen draaien, ook als die naast hun vrouw of vriendin liepen.

Jumpsuit en glitterjurkjes zijn de koffer niet uitgeweest. Maar gedanst hebben we op Far l’amore. In ons ondergoed. In het appartement. Met de gordijnen dicht. Had Jep Gambardella op dat moment door Trastevere gelopen en door een spleet naar binnen heben gekeken, dan weet ik zeker dat hij – op zoek naar schoonheid – zou hebben geglimlacht.