Sopje, doekje, en meehelpen graag

De NS laat kantoorpersoneel treinen schoonmaken, nu de treinen met de dag smeriger worden // Volgens de FNV doen ze daarmee aan stakingsbreking, wat verboden is // Zeven vragen over de staking

Sinds vorige week dinsdag staken treinschoonmakers. Het resultaat: vervuilde treinen en mopperende reizigers. De vuiligheid is inmiddels zo ernstig dat het gevaarlijke situaties oplevert, volgens de NS.

De NS laat daarom kantoorpersoneel zelf opruimen. „Vrijwillig”, benadrukt Edwin van Scherrenburg, de woordvoerder van de NS. „Het gaat vooral om gangpaden vrijmaken en de ergste troep weggooien, zodat er geen ongelukken gebeuren.”

Waarom wordt er gestaakt?

De staking is onderdeel van landelijke acties onder álle schoonmakers. Zo stonden er in april ook al boze schoonmakers bij Shell op de stoep. De vakbond van de schoonmakers, FNV, is ontevreden over de cao-onderhandelingen met de werkgeversorganisaties. Ze wil een loonsverhoging van vijftig cent per uur, en doorbetaling van de eerste twee ziektedagen. De werkgeversorganisatie – Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) – zegt dat „niet te kunnen doen.” Daarom liggen de onderhandelingen nu stil, en roept de FNV haar leden op tot staking.

Hoeveel schoonmakers staken mee?

Ongeveer de helft van het aantal schoonmakers, volgens de NS. Niet elke schoonmaker is lid van de vakbond en niet alle vakbondleden staken ook daadwerkelijk. Daarom is ook de ene trein viezer dan het andere: op sommige plekken zijn er wél genoeg schoonmakers aan het werk. Ook op de stations wordt er nog schoongemaakt, behalve bij station Amsterdam Centraal. Daar puilen de vuilnisbakken uit.

Wat heeft de NS met deze staking te maken?

De NS huurt een extern schoonmaakbedrijf in, en dát personeel staakt. De NS heeft hier geen invloed op. NS-woordvoerder Scherrenburg: „Schoonmaken hoort niet bij onze kerntaak, daarom huren wij een extern bureau daarvoor in. We hebben wel een bemiddelingspoging gedaan, maar die is afgewezen door de OSB. We kunnen nu verder niets meer doen.” De NS moet wachten tot de stakers weer aan het werk gaan.

Waarom huurt de NS geen nieuwe schoonmakers in?

Officieel mag dat niet, dat is ‘stakingsbreken’. Volgens de FNV maakt de NS zich daar nu al schuldig aan, doordat de NS eigen kantoorpersoneel laat opruimen en ’s avonds uitzendkrachten inhuurt. FNV is gisteren met die klacht naar de dienst Inspectie SZW gestapt (voorheen Arbeidsinspectie). Een woordvoerder van de Inspectie bevestigt een klacht te hebben gekregen van de FNV, en „sluit niet uit dat er een onderzoek komt”.

Volgens de NS is het opruimen door eigen personeel „een druppel op de gloeiende plaat”, en bovendien nodig om onveilige situaties te voorkomen. De NS-woordvoerder wil niet vertellen of ze ook gebruikmaken van uitzendkrachten. „Wij doen niets wat niet mag, dat hebben we door juristen laten onderzoeken.”

Er zijn nu ook klachten over de werkdruk van de schoonmakers. Is het daar echt zo slecht mee gesteld?

De NS stelt regels op hoe schoon de treinen moeten zijn. Het schoonmaakbedrijf mag vervolgens zelf beslissen op welke manier ze aan die eisen gaan voldoen. Hoeveel personeel ze inzetten, in welke tijdspanne dat moet gebeuren. NS-woordvoerder Scherrenburg: „We hebben daar wel standaarden en convenanten voor getekend met de schoonmaakbedrijven.”

De ruzie die er nu is, gaat niet zozeer over de werkdruk, maar over de hoogte van het salaris. Volgens de FNV verdienen de schoonmakers te weinig. Ron Meijer, vakbondsbestuurder bij FNV: „Ze krijgen een minimumloon, daar kun je niet van rondkomen met een gezin.”

Heeft staken nut?

Het is niet de eerste keer dat de schoonmakers staken, afgelopen drie jaar waren er al eerdere stakingsacties. Stakingshistoricus Sjaak van der Velden: „ Bij een staking gebeurt het bijna nooit dat één van beide partijen compleet haar zin krijgt, er wordt vaak geschikt.” Als je kijkt naar resultaten van eerdere schoonmakersstakingen blijkt wel dat schoonmakers elk jaar íets winnen:

Bij de staking in 2010 (16 februari tot en met 22 april) eisten schoonmakers een loonsverhoging van 3 procent. Dat werd 3,5 procent, plus een betere regeling voor reiskosten en cursussen Nederlands.

Bij de staking van 2011 (tien weken actievoeren, twee dagen staken) bereikten schoonmakers een baangarantie bij de Belastingdienst en DUO in Groningen. Die banen stonden onder druk door de verhuizing van de diensten. In oktober staakten schoonmakers bij het ministerie van Sociale Zaken en dat van Buitenlandse Zaken 50 dagen lang, ze wilden werkgarantie en een onafhankelijke werkdrukmeting. Die eisen werden ingewilligd.

Bij de staking van 2012 (heeft 105 dagen geduurd) eisten schoonmakers 5 procent loonsverhoging en doorbetaling van de eerste twee ziekendagen. Ze kregen een loonsverhoging van 4,85 procent (uitgesmeerd over twee jaar), betere opleidingen, regelmatige werkdrukmetingen en er kwam meer zekerheid voor uitzendkrachten.

Hoelang gaat de staking nog duren?

Een staking stopt als de eisen (deels) worden ingewilligd, of als de aandacht voor de staking verslapt. Het is voor een vakbond ook duur om te blijven staken als niemand er meer aandacht voor heeft: omdat de werkgever niet verplicht is om bij staking door te betalen, betaalt de vakbond een ‘stakingsuitkering’ aan elke staker. Dat gaat nu om 68 euro netto per dag.

Ook kan een rechter ingrijpen op verzoek van de werkgevers. Staken is voor iedereen een recht, behalve als het gevaarlijke situaties oplevert. Omdat nergens precies vaststaat wat een ‘gevaarlijke situatie’ is, kan elke rechter zelf de regels bepalen.