Op wetenschap is een lachspiegelmodel van de vrije markt losgelaten

Een tijdje geleden stuurde de Leidse natuurkundepromovendus Jelmer Renema met zijn begeleider een artikel naar Physical Review Letters (PRL). Ze hadden een heel stel metingen aan een materiaalmonster uitgevoerd en met grote nauwkeurigheid een effect gevonden. Na alle mitsen en maren te hebben afgewogen, waren ze ervan overtuigd dat het resultaat klopte en gepubliceerd kon worden.

Maar de referee van het degelijke, prestigieuze PRL was streng. Hij wilde pas publiceren als Renema en zijn begeleider de meting nog eens hadden overgedaan met een ander monster.

„Zo merkte ik plotseling hoe wetenschappelijke belangen en carrièrewensen door elkaar kunnen gaan lopen. Wat zou het voor mijn promotie betekenen als ik toch ineens een afwijkend resultaat vond?”

„Gelukkig klopte de tweede meting precies, maar het zette me aan het denken. Vond ik de twee metingen ook nog overeenstemmen bij een afwijking van 3 procent? Of 5 procent? 10 procent? Hoe had ik in zo’n geval gehandeld?”

Kortom, Renema is blij dat de wetenschappers van Science in Transition een discussie aanzwengelden over die machtige en dolgedraaide carrousel van publiceren, citeren, carrière maken, publiceren, citeren enzovoorts.

Alleen: Science in Transition gaat niet ver genoeg, schreef hij vorige week in een blogpost.

De echte vraag is: waaróm draait het systeem dol? vindt Renema, die behalve fysicus ook actief PvdA-lid is en mede daarom geïnteresseerd in wetenschapsbeleid. „Mijn antwoord daarop is dat op de wetenschap, net als op veel andere publieke diensten, een soort lachspiegelmodel van de vrije markt is losgelaten. Het idee is dat het beste resultaat vanzelf komt bovendrijven als je mensen in harde competitie de strijd om beschikbare middelen laat aangaan.” Met prijzen en privileges – geen onderwijsverplichting meer, bijvoorbeeld – wordt die competitie daarna verder aangewakkerd.

Maar Renema gelooft niet dat je zo het beste in mensen naar boven haalt. Hij ziet de frauderende bankier Bernie Madoff die op geld joeg, en de frauderende Diederik Stapel die aanzien nastreefde, als producten van op vergelijkbare manieren dolgedraaide systemen.

Het zijn systemen waarin het middel, vrije competitie, wel helder is gedefinieerd, maar het doel niet. „Dat is het probleem. Niemand – ook Science in Transition niet – vraagt: wat moet dat dan zijn, dat beste resultaat dat boven komt drijven? Waaraan moet het voldoen? Welke rol speelt wetenschap in de samenleving?”

Zolang Science in Transition die vragen niet stelt, en het de aannames van het systeem niet benoemt, maak het zichzelf kwetsbaar, vindt Renema. „Bestuurders zullen de kritiek aangrijpen om het dolgedraaide systeem in bedwang te houden met nog meer regeltjes en controlemechanismen.”

En de bureaucratie is al enorm. „Universiteitsbestuurders leggen al jaren alsmaar meer regels op. Stel bijvoorbeeld dat mijn begeleider, met een uitstekende naam, iets voor zijn lab wil aanschaffen. Dat kan alleen als hij eerst iemand anders vindt, verderop in de gang bijvoorbeeld, die wil bevestigen en tekenen dat hij zus-of-zo inderdaad nodig heeft en gaat kopen – zelfs al zijn het wat schroeven. Anders is het niet transparant, vinden de bestuurders.”

Die eindeloze controle werkt contraproductief, constateert Renema. „Het leidt tot cynisme. Tot een houding: als wij doen alsof we luisteren, dan kunnen zij doen alsof ze de baas zijn. Terwijl je eigenlijk samen zou willen nadenken over de vraag waarom wetenschap belangrijk is en hoe de wetenschap de maatschappij kan dienen.”