Opinie

    • Sjoerd de Jong

NRC en het fanatisme van de christenjeugd: een exegese

Ontmoet de nieuwe fanatieke gelovigen. Zoals de 24-jarige Else Harting uit Amsterdam, die zelf nooit abortus zou plegen, maar erbij zegt: „Dat betekent niet dat ik mensen veroordeel die daar anders over denken.” Want uiteraard staat Else „open voor discussie”.

Of Arne van der Bent, ook 24, uit Bodegraven. God is voor hem „een held, een inspirator”, die ervoor zorgt dat de natuur zich blijft ontwikkelen. Ja, daar hebben we ook de evolutieleer voor, maar die is „zo langdradig, dat geloof ik niet”.

Tot slot ontmoeten we Chris Farenhorst (29) uit Osdorp. Chris gelooft dat rampen „de komst van Jezus aankondigen” (ik zou, als gereformeerde jongen, hebben gezegd: de wederkomst, maar goed). Door het geloof heeft zijn leven „meer inhoud” gekregen, zegt hij, maar God houdt natuurlijk „van alle mensen”.

Drie mooie, warme portretjes van moderne jonge christenen in de krant van dinsdag (De hel en de duivel bestaan, 29 april). Maar ze stonden in de krant omdat, zo meldde het intro, het Sociaal en Cultureel Planbureau in een rapport had gemeld dat gelovige jongeren „steeds fanatieker” worden. Fanatieker?

Zo stond het een dag eerder ook groot op de voorpagina: Jonge christen gelooft fanatieker (28 april). In het stuk stond nog twee keer dat de christenjeugd „steeds fanatieker” wordt en dat het SCP zoekt naar een „reden” (ik zou, vanuit de predestinatie, zeggen: verklaring) voor het „toegenomen fanatisme”.

Een briefschrijver vond die herhaalde woordkeus onzorgvuldig. Want in de conclusies van het SCP-rapport, Geloven binnen en buiten verband, komt die term fanatisme helemaal niet voor. Fanatiek is volgens Van Dale „door een blinde ijver (voor een geloof of idee) bezield”. En fanatisme associeer je met onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden. Else, Arne en Chris zou je daar inderdaad niet meteen in herkennen.

Waarom koos de krant voor deze parafrase? Ironisch genoeg: om een zwaardere term te vermijden, zegt de auteur van het stuk. Het protestants-christelijke Trouw berichtte die ochtend namelijk, op basis van het rapport, dat bijna de helft van de jonge christenen ‘neofundamentalist’ is. Die term valt wél in het rapport, maar genuanceerd. Er staat dat er tekenen zijn van wat „enigszins gechargeerd” een „hang naar ‘neofundamentalisme’ kan worden genoemd”. Christelijke jongeren zijn strenger in de leer en nemen de Bijbel weer letterlijk.

De redacteur vond de conclusie van het ochtendblad te ver gaan, en koos voor „steeds fanatieker”.

Trouw relativeerde de term – die ook wordt gebruikt voor islamistische radicalen – een dag later zelf overigens met een interview waarin een antropologe uitlegt dat het „gewoon over orthodoxe gelovigen” gaat.

Is de term ‘fanatiek’ misplaatst? ‘Beatlefans’ komt ook van fanatics, en die zullen de staat toch niet omverwerpen.

De auteur van het rapport, SCP-onderzoeker Joep de Hart, die ik erover belde, vindt ‘neofundamentalisme’ onjuist, maar ‘fanatiek’ ook. De conclusies over de kerkjeugd noemt hij ook zelf opmerkelijk. Maar ‘fanatiek’ wekt, zegt hij, associaties met de Inquisitie, jihadisten of, iets onschuldiger, de F-side. Terwijl het volgens hem juist niet gaat om redeloze types die blind gaan voor het geloof, maar om jeugd die bewust, en met behoud van redelijke vermogens, recht in de leer, orthodox of ‘beginselvast’ wil zijn (zoals Trouw het in een commentaar noemde). Maar, zegt de onderzoeker genadig, het zij de krant vergeven.

Inderdaad, want hier speelt misschien nóg een generatieverschil. Voor de auteur van het stuk (24 jaar) heeft ‘fanatiek’ helemaal geen negatieve, maar juist een positieve lading: iemand die zijn best doet. Zoals je een fanatieke sporter, vegetariër of verslaggever kunt zijn. Een 21-jarige die ik op de redactie naar de gevoelswaarde van het woord vroeg, stak haar duim omhoog. Fanatiek is goed! Ja, zegt de onderzoeker (60), zijn zoons, twintigers, hadden het ook kunnen zeggen: best wel vet, fanatiek zijn.

Tot uw dienst. Alleen, het punt is, zegt ook De Hart: het staat zo niet in zijn rapport. En veel lezers denken wél meteen aan blind fanatisme of extremisme. Aan fanatici dus als Mohammed B., die de rechtsorde afwijzen en niet terugdeinzen voor geweld. Een andere omschrijving was hier dus beter geweest.

Ook al omdat sommige lezers meenden dat de term, al staat die dan niet tussen aanhalingstekens, uit het rapport komt – maar dat is dus niet zo. Reden temeer om, nou ja, op je woorden te letten.

Is de krant nu eigenlijk ‘anti-christelijk’? Nee, maar van oorsprong wel seculier en zoals het in de Beginselen staat, wars van dogma’s en collectiviteiten.

Uit de masterscriptie Geloven in de Media van VU-studente journalistiek Anneke Houtman (2011) blijkt dat van vier Nederlandse dagbladen – De Telegraaf, Algemeen Dagblad, de Volkskrant en NRC Handelsblad – de laatste van 1993 tot 2009 „de meeste negatieve berichtgeving” had over zowel islam als christendom.

Nu zegt zulk computergestuurd onderzoek – dat aan de hand van trefwoorden zoekt en ‘automatische inhoudsanalyse’ doet – nog lang niet alles: berichtgeving over de islam staat na 11 september 2001 bijvoorbeeld uiteraard in het negatieve teken van religieus terrorisme. Niettemin is het opmerkelijk dat juist de twee populaire kranten in de hele periode volgens dit onderzoek „milder” waren dan het liberale avondblad.

Rationeel secularisme betekent in elk geval nog niet dat je een blinde hoek moet hebben voor religieuze nuances.

Misschien dat zo’n blinde hoek leidde tot de geestigste correctie van het jaar 2013. In het commentaar van de krant (Paus in de aanval, 29 juli) stond dat „niets erop wijst” dat de paus, toen op reis door Latijns-Amerika, het kerkelijke standpunt over homoseksualiteit zou verzachten. Juist op dat moment, op zijn terugvlucht, deed de paus precies dat. Althans, zo zei hij in het vliegtuig tegen journalisten, wie was hij om te oordelen?

De krant corrigeerde en vulde aan.

Was de kerkvorst de krant toch weer te slim af geweest.

Reacties: ombudsman@nrc.nl