Jasmine eet nu macaroni aan de andere kant van de oceaan

In driekwart van de rechtszaken over kinderen die naar Nederland zijn meegenomen, stuurt de rechter de kinderen terug // Jasmine (10) werd op weg naar school in Beekbergen besprongen door agenten

Het is acht uur ’s morgens als Geerte Frenken met haar tienjarige dochter Jasmine haar huis in Beekbergen uitstapt om naar school te gaan. Zoals iedere morgen. Maar op deze ochtend worden ze besprongen door een team van agenten in zwarte uniformen, bijgestaan door een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Terwijl moeder wordt aangehouden, werken drie van hen Jasmine in een auto; gillend, schoppend en huilend. Als Frenken uren later haar advocaat mag bellen, zit Jasmine al op een vliegtuig naar Amerika. Met haar Amerikaanse vader, die ze toen al anderhalf jaar niet had gezien. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming die daar bij was, zei achteraf tegen de advocaat van moeder dat Jasmine uiteindelijk was gekalmeerd, zodat het vertrek gold als „vrijwillige terugkeer”.

Het was precies waar Geerte Frenken voor vreesde toen ze in 2012 na een familiebezoek in Nederland besloot niet terug te keren naar de Verenigde Staten. Dat een Nederlandse rechter zou beslissen dat Jasmine terug moest naar de VS. Omdat er in de juridische logica van het Haags Kinderontvoeringsverdrag geen plaats was voor de werkelijkheid zoals zij die ondervond: dat haar kind steeds ongelukkiger werd van de verplichte, wekenlange bezoeken aan haar drugsverslaafde vader, dat rechtszaken om die omgangsregeling te wijzigen in de VS onbetaalbaar zijn, en dat zij in het belang van haar kind geen andere uitweg zag dan in Nederland te blijven.

Frenken had sinds 1990 in de Verenigde Staten gewoond, en was daar in 2001 met David Hunter getrouwd. Ze vertelt dat haar huwelijk met Hunter eindigde toen hij ruim een jaar na de geboorte van Jasmine terugviel in zijn drugsverslaving. Bij de scheiding bepaalde de rechter in Californië, zoals tegenwoordig gebruikelijk is, dat de ouders gedeeld gezag kregen over Jasmine. Ook moest Jasmine tien weken per jaar tijdens de vakanties bij vader verblijven. En daar zit het probleem. Frenken was bang dat hij door zijn verslaving niet voor Jasmine kon zorgen. De rechter had daarom bepaald dat Hunter zich regelmatig moest laten testen. Maar toen die tests drugsgebruik uitwezen, had dat geen consequenties voor de omgangsregeling: die bleef in stand. Frenken had opnieuw moeten gaan procederen om die te wijzigen, maar dat is in de Verenigde Staten erg kostbaar. En ze had de lening voor de kosten van de fel bevochten echtscheidingsprocedure, 60.000 dollar, nog niet afbetaald.

Ze wilde liever dood dan naar haar drugsverslaafde vader in Amerika

Intussen ging Jasmine zich volgens Frenken steeds slechter gedragen als ze terugkwam van bezoeken aan Hunter. Ze kreeg problemen op school en zei volgens moeder zelfs dat ze liever dood wilde dan weer bij vader op bezoek. Tijdens het laatste familiebezoek in Nederland vertelde Jasmine wat meer over die bezoeken, zegt Frenken: dat hij overdag vaak urenlang in bed lag, dat er vaak geen eten in huis was en zij als vijfjarige zelf de straat opmoest om eten te kopen, dat hij haar meerdere keren wit poeder aanbood dat hij versneed aan de keukentafel. Toen was voor moeder de maat vol. Ze ging niet terug naar de VS, in de overtuiging dat ze alleen zo haar kind kon beschermen.

Daar dachten de Nederlandse rechters anders over. Althans: zij pasten het Haags Kinderontvoeringsverdrag toe. En dat verdrag heeft zijn eigen logica, met als hoofdregel: uitspraken van rechters in verdragsstaten moeten worden uitgevoerd. Als ouders problemen hebben met de vastgestelde omgangs- of voogdijregeling, moeten ze die voorleggen aan de rechter die de regeling heeft vastgesteld. Als een kind meegenomen wordt naar een ander land, moet dat zo snel mogelijk worden teruggedraaid: de situatie van vóór de ontvoering moet zo snel mogelijk worden hersteld.

Dat was precies de redenering die de rechters volgden in deze zaak, ondanks de bezwaren van de moeder. Omgang met vader zou slecht zijn voor het kind? Dat moet de rechter in Californië onderzoeken. De omgangsregeling is niet aan te vechten omdat procederen in de VS erg duur is? Nee, want u kunt ook zonder advocaat procederen. U heeft in uw eentje geen kans tegen de advocaten van vader? Daar is geen bewijs voor. U heeft geen huis of baan in de VS? Als u hier huurt, kunt u daar ook huren. Jasmine zegt zelf dat ze niet terug wil? Ze is te jong om daar een echte stem in te hebben.

Ook de kinderpsycholoog vond contact met de vader niet slim

Dat laatste vindt Frenken misschien nog wel het ergst: het verdrag biedt in artikel 13 een uitzondering als terugsturen slecht voor het kind zou zijn, of het kind zich daar sterk tegen verzet. Dan kan de rechter besluiten het kind in Nederland te laten blijven. Maar de rechter heeft die uitzondering hier niet toegepast. „Hoeveel verzet moet een kind dán tonen om niet te hoeven worden teruggestuurd? Ze heeft tot twee keer toe bij de rechter verklaard dat ze liever dood wilde, dan haar vader weer bezoeken.” Een kinderpsychiater en -psycholoog adviseerden ook tegen contact met haar vader.

Frenken besloot zich niet bij de uitspraak van september vorig jaar neer te leggen en met Jasmine onder te duiken – ook omdat vader mogelijk aangifte had gedaan, en ze dan in de VS gearresteerd zou worden als ze met Jasmine zou terugreizen. Via de school van Jasmine is uiteindelijk de politie haar verblijfplaats te weten gekomen.

De uitspraak in deze zaak is geen uitzondering: in driekwart van de ongeveer dertig rechtszaken die jaarlijks worden gevoerd over kinderen die naar Nederland zijn meegenomen, stuurt de rechter de kinderen terug. Nederland is heel terughoudend in het toepassen van die artikel 13-uitzondering, blijkt uit juridische literatuur. „Dat is in andere landen wel anders”, zegt Ariane Hendriks, de advocate van Frenken en gespecialiseerd in dit soort zaken. „Bijvoorbeeld Israël laat kinderen in beginsel blijven, en Duitsland past artikel 13 veel ruimer toe dan Nederland.” De Raad van de Kinderbescherming heeft volgens Hendriks ook mogelijkheden. „Zij kunnen een kind bijvoorbeeld tijdelijk in een neutraal pleeggezin plaatsen om de terugkeer goed voor te bereiden. Te kijken waar het kind komt te wonen, wie voor haar zorgt, of de moeder veilig kan terugkeren. De Raad had dit nooit zo mogen doen als in dit geval.”

Toch is de tienjarige Jasmine nog steeds niet terug in Nederland

In het geval van de Verenigde Staten is terugsturen bovendien in de praktijk een ingrijpender beslissing dan terugsturen naar andere landen, zoals Duitsland of België. De juridische fictie van de rechtbank (we grijpen niet in, we herstellen alleen de oude situatie) is alleen realistisch als ‘de ontvoerende ouder’, moeder, inderdaad mee terug kan. Anders heeft terugsturen van het kind tot praktisch gevolg dat voortaan voorlopig niet moeder, maar vader de dagelijkse zorg voor het kind krijgt – vader met een serieus drugsprobleem, in dit geval. En zonder dat beoordeeld is of dat wel in het belang van het kind is.

Dat probleem speelt vaker met de VS, zegt Els Prins. Zij is directeur van het Centrum Internationale Kinderontvoering. ,,Dat komt omdat in de VS kinderontvoering vooral strafrechtelijk wordt afgehandeld, in plaats van als onderdeel van een – civiele – echtscheiding.” Frenken heeft een aanzienlijke kans gearresteerd te worden bij terugkeer naar de VS als haar ex aangifte heeft gedaan – reden voor haar advocaat om haar dat ten strengste af te raden.

Bovendien verkleint het de kansen van Frenken in procedures dat ze als criminele kinderontvoerder te boek staat. „Er wordt veel geklaagd over de opstelling van de VS, vooral door Zuid-Amerikaanse landen, die veel inwoners hebben met kinderen in Amerika.” De rechter zou daar volgens Prins rekening mee kunnen houden door in uitspraken meer aandacht te besteden aan de vraag of er wel een safe return mogelijk is van de verzorgende ouder, zegt Els Prins. Volgende week is er een internationale conferentie over kinderontvoering in Den Haag, en dan zal de safe return weer worden besproken.

Frenken weet even niet meer wat ze moet doen. Ze is op, zegt ze. Wel heeft ze contact opgenomen met de kinderbescherming in de woonplaats van Hunter, zodat tenminste iemand oplet wat er met Jasmine gebeurt. Om de paar dagen krijgt ze een mail van Jasmine, één regel, geschreven terwijl vader meekijkt. „Dan zegt ze dat ze me mist, en dat ze macaroni gegeten heeft.”