Hoe werken politici uit 28 landen samen?

Nederlandse partijen zitten in veelkleurige Europese fracties met Fransen, Polen en Britten. Het recept voor chaos? Dat valt mee. Er heerst tucht in de fracties. Maar bij cultureel bepaalde thema’s ‘dondert de partijdiscipline uit elkaar’.

Foto’s EPA, AFP

Wee de Europese kiezer. Want waar gaat die stem in mei eigenlijk heen? Ga je voor de euro-kritische VVD, dan krijg je de pro-Europese D66 er gratis bij: in het Europees Parlement behoren die twee tot één en dezelfde liberale fractie. Een stem op de SGP is een stem op Britse Europa-bashers (Ukip) en Slowaakse Hongarije-haters (SNS). Het CDA zit in één fractie met de partij van Viktor Orbán, de Hongaarse premier die een loopje neemt met de democratie. En als je de PvdA ziet zitten, dan moet je geen bezwaar hebben tegen Poolse oud-communisten.

Het Europees Parlement is een bijzonder parlement. In een ‘gewoon’ parlement is partijtucht de zuurstof van de regering. Zonder fractiediscipline kan een wissewasje ontaarden in een politieke crisis. Maar Europa hééft geen regering. Dat maakt Europarlementariërs in principe ongebonden: een Alleingang leidt hooguit tot ruzie, niet tot vervroegde verkiezingen. Voeg daar de ideologische en culturele verschillen binnen Europese politieke families aan toe en voilà: het recept voor chaos.

Zou je zeggen.

„Uiteindelijk zijn we veel minder onsamenhangend dan altijd wordt gedacht”, zegt Sophie in ’t Veld, Europees lijsttrekker voor D66. „Een hechte fractie legt nu eenmaal meer gewicht in de schaal.”

Europa mag dan geen regering hebben, het heeft wel ‘rapporteurs’: Europarlementariërs die over een nieuwe wet onderhandelen met collega’s en lidstaten. Cruciaal werk dat wél staat of valt met fractiediscipline. „Je wordt gewoon minder serieus genomen als die in je partij ontbreekt”, zegt Bas Eickhout, EU-lijsttrekker voor GroenLinks.

De Franse liberaal Corinne Lepage kon niet rekenen op fractiegenoten. ‘Haar’ wet over biobrandstoffen haalde het vorig jaar oktober op een haartje na niet, door enkele opstandige fractiegenoten. In de plenaire zaal in Straatsburg zat een huilende rapporteur. Het was een koekje van eigen deeg: Lepage zelf wijkt van alle liberalen het meeste af van de fractielijn, volgens Votewatch, een denktank die stemgedrag in het Europees Parlement volgt.

Maar tranen zijn uitzonderlijk. De cijfers van Votewatch laten zien dat nationale partijen bij hoofdelijke stemmingen juist zelden afwijken van de fractielijn. GroenLinks deed dit in de laatste vijf jaar nooit, de meeste andere Nederlandse partijen in hooguit 10 procent van de gevallen. De SGP deed dit het vaakst (37 procent) maar die heeft dan ook de meest radicale Europese fractiegenoten, verzameld in de EFD (Europa voor Vrijheid en Democratie), met behalve het Britse Ukip ook het Italiaanse Lega Nord en de Deense Volkspartij.

Volgens In ’t Veld doet fractiediscipline er meer toe dan twintig jaar geleden. Omdat de wetgevende bevoegdheden en dus de verantwoordelijkheid van het Europees Parlement sterk zijn gegroeid. Maar ook omdat het parlement veelkleuriger is geworden: het wordt minder gedomineerd door de machtsblokken van christen-democraten en socialisten. „Door het brede scala aan fracties zijn er niet langer automatisch meerderheden.”

Volgens Votewatch maken de christen-democraten het vaakst deel uit van de ‘winnende meerderheid’ bij stemmingen. De liberalen (ruim 80 zetels) staan op de tweede plek, vóór de sociaal-democraten (195 zetels). Macht in het Europees Parlement is dus rekkelijk. Grote partijen drukken vaak, maar niet altijd, hun stempel op het wetgevende proces. Kleinere partijen kunnen met slim manoeuvreren in Brussel vloedrijker zijn dan in eigen land.

Fracties houden precies bij hoe er gestemd wordt, zegt Esther de Lange, die het CDA in de Europese verkiezingen aanvoert. „Wie afwijkt kan commentaar krijgen. Aan de andere kant bepaalt waar je wieg staat soms hoe je stemt. Ik zal het homohuwelijk altijd verdedigen. Poolse fractiegenoten gaan daar anders mee om. Als je van plan bent afwijkend te stemmen,dan moet je dat melden. „Als je dat niet doet, ontstaat er wrevel”, zegt De Lange.

Votewatch onderscheidt twee schema’s als het Europees Parlement stemt: klassiek ‘links-rechts’, zoals bij milieu en vrijhandel. En ‘méér-minder Europa’ – een tegenstelling die vooral opduikt wanneer de EU-begroting of grote hervormingen ter sprake komen. Bij onderwerpen waar grote sociaal-economische of culturele verschillen tussen de EU-lidstaten opspelen (kernenergie, abortus) neemt de partijloyaliteit significant af.

Een voorstel om het moederschapsverlof van 14 naar minimaal 20 weken uit te breiden haalde het in 2010 met zeven stemmen verschil, omdat 82 christen-democraten uit Polen, Italië, Hongarije en Litouwen de eigen fractielijn verlieten en vóór stemden. „Bij dit soort thema’s zie je de partijdiscipline langs nationale lijnen uit elkaar donderen”, zegt Eickhout.

Bij de Groenen was het gedaan met de partijtucht toen er in 2011 gestemd moest worden over strengere begrotingsregels. Franse en Spaanse fractiegenoten van Eickhout vonden dat te veel nadruk lag op de heilige maximale ‘3 procent’ voor nationale begrotingstekorten. GroenLinks kon daar wél mee leven. Even lag Eickhout overhoop met de andere Europese Groenen. „Maar uiteindelijk begrijpen we wel waar de ander vandaan komt.”