Hoe weten we dat hij niet opnieuw moordt?

Vandaag komt de moordenaar van Pim Fortuyn na twaalf jaar vervroegd en voorwaardelijk vrij // De kans op recidive wordt klein geacht // Hoe vindt recidiveonderzoek plaats en wat zegt het?

Hoe groot is nou het risico dat Volkert van der G. nog een keer in de fout gaat? Dat is maatschappelijk een interessante vraag, maar zeker ook voor Van der G. zelf. Voor hem betekende het antwoord het verschil tussen 12 en 18 jaar gevangenisstraf.

Vandaag heeft Volkert van der G. tweederde van zijn straf van 18 jaar uitgezeten voor de moord op Pim Fortuyn, en komt hij voorwaardelijk vrij. Dat is zijn wettelijke recht, en de rechter had die vrijlating maar op een beperkt aantal gronden kunnen weigeren. Als Van der G. zich erg had misdragen in de gevangenis bijvoorbeeld, of bij een groot recidiverisico.

Dat recidiverisico heeft van meet af aan veel aandacht gehad in het geval van Van der G. In het publieke debat werd het gekoppeld aan het schijnbaar ontbreken van spijt – en daarmee van inzicht in zijn daad – en met een eventuele persoonlijkheidsstoornis. Voor de rechter is de kans op herhaling bovendien een belangrijke factor bij het bepalen van de hoogte van de straf.

Kleine kans op herhaling?

De onderzoekers van het Pieter Baan Centrum konden indertijd geen uitspraak doen over de kans op herhaling. Ze constateerden wel dat Van der G. een persoonlijkheidsstoornis had – een „obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis” – maar die zou niets met de moord te maken hebben. Omdat dat verband ontbrak, was hun onderzoek volgens henzelf geen goede basis voor een uitspraak over recidivekansen. Toch achtte de rechtbank de kans op herhaling in het geval van Van der G. klein.

Daar dacht het gerechtshof in 2003 in hoger beroep anders over. Het hof achtte „de kans aanwezig dat de verdachte opnieuw zijn eigen overtuiging zal volgen en daarbij tot het uiterste zal gaan”. Het hof baseerde dat oordeel op wat was gebleken over het karakter van Van der G. „Hij is star in de bereidheid de uiterste consequenties van zijn denkbeelden te trekken. Hij kan zijn particuliere normen en principes niet opzijzetten.” En het hof vond dat Van der G. onvoldoende afstand genomen had van zijn daad.

Begin dit jaar kwam het recidiverisico weer aan de orde bij de vraag of Van der G. voorwaardelijk vrij kon komen. Het OM heeft dat uitzonderlijk uitgebreid laten onderzoeken, en moest toen concluderen dat de kans dat Van der G. weer in de fout zou gaan klein is.

Hoe vindt zo’n onderzoek plaats, en wat is de voorspellende waarde er eigenlijk van?

Eerst een vragenlijst

Bij alle gevangenen die in aanmerking komen voor voorwaardelijk verlof brengen de directeur van de gevangenis en Reclassering Nederland advies uit over het recidiverisico en de voorwaarden voor de vrijlating. Dat gaat om zo’n 8 procent van alle gevangenen, de rest zit te kort (minder dan een jaar) vast voor voorwaardelijke vrijlating.

De reclassering maakt een risico-inschatting op grond van de Recidive Inschattingsschaal, de RISc, gebaseerd op een Engels model. In wezen is dit een uitgebreide vragenlijst waarin alle voor recidive belangrijke aspecten aan de orde komen, zegt hoogleraar reclassering Peter van der Laan. Zoals waar iemand gaat wonen, welk sociaal netwerk hij heeft, hoe hij aan zijn geld zal komen, de lengte van zijn strafblad. „Prima bruikbaar”, zegt Van der Laan. Soms gebruikt de reclassering aanvullende methoden, bijvoorbeeld als iemand erg gewelddadig is, of sterk verslaafd.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de voorspellende waarde van de RISc. De uitkomsten zijn acceptabel, zegt Van der Laan, met uitzondering van bepaalde categorieën daders, zoals veelplegers, zedendelinquenten en first offenders.

Deze methode is maar beperkt bruikbaar bij „specifieke misdrijven”, zegt Van der Laan: de hoogst uitzonderlijke misdrijven die anders dan ‘doorsneemisdrijven’ geen verband lijken te houden met problemen in werk, geld, verslaving of gezin. Zoals in het geval van Van der G. Dan is nader onderzoek geboden door forensisch psychologen of psychiaters.

Dan forensisch onderzoek

Van der G. is begin dit jaar onderzocht door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Dat komt zelden voor bij gevangenen zonder tbs die voorwaardelijk vrijkomen, zegt Peter van Panhuis. Hij werkt al dertig jaar als forensisch psychiater en was tot begin dit jaar voorzitter van de Vereniging van pro justitia Rapporteurs – de psychiaters en psychologen die verdachten onderzoeken ten behoeve van het strafproces.

Zulk onderzoek vindt bij ernstige delicten wel vaak plaats aan het begin van het strafproces, om vast te kunnen stellen of iemand toerekeningsvatbaar is. En als gevangenen een tbs-maatregel krijgen, wordt ieder verlof en uiteindelijk de vrijlating op deze manier beoordeeld.

En dan het risico bepalen

De wijze waarop in zulke onderzoeken het recidiverisico wordt beoordeeld, is afgelopen jaren sterk ontwikkeld, zegt Van Panhuis. „Eerst was het: die is schizofreen, dus die is gevaarlijk. Dat bleek niet te kloppen. Daarna kwam er een meer gestructureerde risicotaxatie, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, waar ook weer nadelen van zijn gebleken. Nu wordt zo veel mogelijk geprobeerd de uitkomsten van zulk gestructureerd onderzoek te combineren met het klinisch oordeel bij een evaluatie van de behandeling.”

Omdat Van der G. geen tbs-maatregel is opgelegd, is er over hem geen klinische informatie – hij is immers niet behandeld. Toch hoeft dat volgens Van Panhuis niet te betekenen dat er geen goed onderzoek kan plaatsvinden. „Er was al eerder uitgebreid onderzoek gedaan, en zeker als Van der G. heeft meegewerkt, kan er gestructureerd worden gekeken naar gedrag.” Ook Van Panhuis maakt een kanttekening bij de voorspellende waarde van onderzoek in het geval van Van der G.: „Zo’n daad als van Van der G. is zo specifiek in zijn planning en voorbereiding, dat die met standaard onderzoeksinstrumenten moeilijk te beoordelen is.”

De onderzoekers van het NIFP concludeerden in ieder geval dat de kans klein is dat Van der G. recidiveert. En daarmee maakten zij de weg vrij voor de vrijlating van Van der G., vandaag.