‘Zoeken naar Bachs ideeën als levendoel’

Foto Ilvy Njiokiktjien

Van alle muziek die ik bij de Bachvereniging speel, is driekwart Bach. En dat blijft leuk, al is de jaarlijkse reeks Matthäussen ook een mentale en emotionele uitputtingsslag. Bach kun je niet nuchter spelen. Dat is enerzijds soms heel zwaar, maar het is óók de reden dat ik hier ben gekomen.

Elk orkest of ensemble heeft zijn eigen ‘geest’. De geest van de Bachvereniging hangt sterk aan onze artistiek leider en dirigent Jos van Veldhoven. Zijn gevoel voor tekst is geweldig en dat heeft een enorme weerslag op hoe de muziek klinkt, hoe je haar betekenis waarneemt. Muziek is geen verzameling streepjes en stippen.

In ‘speelstijl’ zit iedereen die bij de Bachvereniging speelt op hetzelfde spoor. Je bouwt een muzikaal vertrouwen op en van daaruit werk je elke keer weer verder. Door het jubileumproject ‘All of Bach’ spelen we nu ook veel muziek die we voor het eerst ontdekken. Daar moet je dan ook weer echt van begin af aan nadenken over wat Bach bedoeld kan hebben.

Wat een ‘authentieke’ uitvoering is, weet je natuurlijk nooit honderd procent zeker. Maar ik speel ook in het Rotterdams Philharmonisch Orkest en als ze daar de Matthäus Passion doen, dan speel ik niet mee. De Matthäus is voor een symfonieorkest gewoon een van de vele programma’s. Hier is het zoeken van de betekenis achter Bachs noten een levenstaak. Het is als met swing – die kun je niet noteren, die moet je aanvoelen. Voor Bach geldt hetzelfde. Nog een analogie: denk eens aan een acteur die een tekst voordraagt en er zo betekenis aan geeft. Dat kan ook op vele manieren.

Met Lucia Swarts, Leo van Doeselaar en Siebe Henstra vorm ik een vaste continuogroep, zeg maar de ‘ritmesectie’ van het orkest. Van Veldhoven laat ons daarbij veel vrijheid, en zegt nooit: zo moet het. Dat tekent voor mij een goed dirigent, die werkt met en vanuit de kracht van zijn musici.”