Westwaarts voor een beter leven

Oost-Europeanen zien vrij reizen als hét voordeel van EU-lidmaatschap. Massaal trokken ze weg.

Poolse arbeiders eind 2013 aan het werk in een tomatenkas in Burgerveen in de Haarlemmermeer.
Poolse arbeiders eind 2013 aan het werk in een tomatenkas in Burgerveen in de Haarlemmermeer. Foto’s David van Dam

‘Ik ken hier geen familie waarvan niemand in het buitenland gewerkt heeft”, zegt Piotr Siniakowicz, burgemeester van Siemiatycze, een oost-Pools stadje op dertig kilometer van de grens met Wit-Rusland. „Als student werkte ik zelf tien keer op bouwplaatsen in Brussel. Je moet de mensen uit Siemiatycze die in Brussel wonen niet in honderden, maar duizenden tellen.” De omliggende regio wordt klein-België genoemd.

Als Polen in EU-enquêtes gevraagd worden naar wat lidmaatschap van de Unie hun gebracht heeft sinds ze 1 mei 2004 toetraden, is het meest gekozen antwoord: de kans om vrij te reizen, studeren en werken. In gemeenschappen als Siemiatycze is migratie een traditie. Op de rotonde in het centrum van Siemiatycze vertelt de 59-jarige Miroslaw: „Ik heb alles gedaan: schilderen, repareren, alles! In 1990 verdiende ik in Brussel in drie maanden genoeg voor een nieuwe Fiat. Als vrachtwagenchauffeur ben ik in elk Europees land geweest, behalve Groot-Brittannië en Portugal. Ik ben naar Venlo gereden. Ik heb jullie Afsluitdijk gezien!”

Voor Miroslaw kwam het dus wellicht niet als een schok, maar West-Europeanen werden de afgelopen jaren verrast door het gemak waarmee hun oostelijke tegenhangers verhuisden. Tussen 2004 en 2012 trokken bijna 1,2 miljoen Polen naar de 15 oude EU-lidstaten. Dat berekende het Central and Eastern Europe Development Institute (CEED), een denktank in Warschau, in een recent uitgebracht rapport. Uit Roemenië, toegetreden in 2007, migreerden in diezelfde periode nog meer mensen, vooral richting Italië en Spanje: 1,9 miljoen. Letland en Litouwen zagen tussen 2004 en 2012 emigratiecijfers toenemen met meer dan 400 percent. Ook de Hongaren verlieten in de afgelopen jaren het land met tienduizenden. Alleen Tsjechen en Slovenen bleven grotendeels thuis.

„Het belangrijkste argument voor migratie is waarschijnlijk dat men elders meer verdient”, zegt Maciej Dusczyk, demograaf aan de Universiteit van Warschau en auteur van het rapport. „Maar waarom gingen Tsjechen niet naar het Verenigd Koninkrijk, en Polen wel? We konden één cruciale reden bedenken: zekerheid op de arbeidsmarkt en de aanwezigheid van goede sociale voorzieningen. Levenskwaliteit.”

Vergrijzing

Laaggeschoolden uit de provincie en hooggeschoolde stedelingen. Kostwinners, later ook hun gezinnen. Als ze eenmaal waren vertrokken, bleven ze vaak langer dan gedacht. „We verwachtten dat er sinds 2009 meer mensen zouden terugkeren dan er zijn weggaan,” zegt Duszczyk. „Dat is nog niet gebeurd.”

Gevolg: bovenop de vergrijzing die veel Oost-Europese landen al ondergaan, kwam een extra demografische klap. De voorspelling is dat de bevolking van Polen, het grootste land in de regio, zal krimpen van 38,2 miljoen in 2010 tot 32,7 miljoen in 2060. Een conservatieve prognose, zeggen bevolkingsdeskundigen.

West-Europese lidstaten als het Verenigd Koninkrijk en Nederland maken de meeste ophef over de negatieve volgen van migratie in de EU, maar, zegt het CEED-rapport: „In hun geval zullen migratieprocessen binnen de EU de demografische problemen verminderen, terwijl die problemen voor de Midden- en Oost-Europese landen juist erger zullen worden.” Er dreigen tekorten op de arbeidsmarkt, een ingrijpend verlies van menselijk talent en een scheefgegroeide bevolkingspiramide die sociale zekerheid en overheidsfinanciën onder druk zet.

Op de korte termijn is de balans nog wel positief voor de Polen, benadrukt bevolkingsdeskundige Pawel Kaczmarczyk van de Universiteit van Warschau. „Hier zie je geen grote val in BBP, zoals je wel zag in de Baltische staten. Waar het effect wel groot zal zijn, is in regio’s zoals Podlaskië (waar Siemiatycze ligt), door het grote verlies van 18- tot 25-jarigen.” Toch is de teneur ook in Siemiatycze nog steeds overwegend pro-migratie en pro-EU.

Eugeniusz, een 63-jarige eigenaar van een verfwinkel, vertrok al in 1989 naar België. Hij kwam terug met nieuw gereedschap en vakkennis. Een deel van zijn winst investeerde hij in de winkel. „Ik kan kwaad worden wanneer mensen zeuren over hoe slecht we het vandaag hebben,” zegt hij. „Ze weten echt niet meer hoe slecht het vroeger was.”

Emigratie drukte hier de werkloosheidscijfers. Veel buitenlandse opbrengsten stroomden terug. In Siemiatycze zie je veel recent opgeknapte huizen, keurige tuinen, mooie auto’s. Al dat geld had overigens ook nadelen, zegt Kamarczyk. „Waar slechts één familielid werkte en de rest transfers ontving, ontbrak de stimulans om te werken.” Burgemeester Siniakowicz wijst op een ander nadeel. „Het aantal heroïneverslaafden steeg snel; jongeren hadden veel geld en weinig om handen. En hun ouders waren weg.” In Oost-Europa doen verhalen de ronde over ‘eurowezen’, die door hun migrerende ouders achtergelaten werden met onvoldoende opvang. Maar dat probleem is nu beter onder controle – nog een groot voordeel van de EU, zegt de burgemeester. „Sinds mensen legaal kunnen vertrekken, vertrekken ze met de hele familie.” Maar zo verkleint ook de kans op terugkeer.

Terugkeer

Emigratielanden kunnen zich proberen te wapenen tegen de leegloop met gezinspolitiek, het scheppen van arbeidsplaatsen en het aanmoedigen van terugkeer. Krachtdadig optreden op EU-niveau hoeven we waarschijnlijk niet te verwachten, vreest Roderick Parkes van het Poolse Instituut voor Internationale Betrekkingen PISM. Recente spierballentaal van West-Europese lidstaten is vaak ongunstig gebleken voor alle partijen, aldus Parkes. „Als het Verenigd Koninkrijk praat over migratiequota, moedigt dat mensen juist aan daar te blijven, niet om te vertrekken. Als Cameron sociale uitkeringen voor familieleden in het buitenland wil beperken, komen die nog snel over.”

Een steeds vaker geopperde manier om de leemtes te vullen, is het aanmoedigen van immigratie. Polen, het land met het kleinste aantal buitenlanders op zijn grondgebied van de hele EU, opende reeds zijn arbeidsmarkt voor oostelijke buren waaronder Oekraïne.

„Maar de verblijfsregels zijn nog steeds heel restrictief”, zegt Duszcyk. „Terwijl er nog wel opnamecapaciteit is voor zo’n 500.000 nieuwelingen.” Hij denkt aan „Chinezen en Indiërs: heel hardwerkende mensen zonder integratieproblemen”. Maar: „Vreemd genoeg lijkt de regering te denken dat wij onze grenzen moeten sluiten om de toevloed van duizenden migranten te vermijden.”