Waarom zou je leraar wiskunde willen worden?

Vanaf volgend jaar is op havo en vwo wiskunde voor iedereen een verplicht eindexamenvak. Maar er zijn niet genoeg leraren.

In Nederland doen heel weinig mensen een bètastudie. En wie afstudeert na een wiskundestudie, gaat liever niet het onderwijs in.

1 Wat is het probleem met wiskundeleraren?

Er zijn er veel te weinig. In de eerste vier maanden van dit jaar stonden er bijna driehonderd vacatures voor wiskundeleraren open bij mbo-instellingen en middelbare scholen. Dat is twee keer zoveel als vier jaar geleden, blijkt uit cijfers in het Algemeen Dagblad van MeesterBaan, een vacaturesite voor onderwijsbanen.

De VO-raad, de koepelorganisatie in het voortgezet onderwijs, bevestigt het probleem. Het is deel van een breder tekort aan leraren in de exacte vakken. Het verschil met andere exacte vakken is dat wiskunde vanaf het schooljaar 2015-2016 een verplicht eindexamenvak is voor alle havo- en vwo-leerlingen. Nu zijn havo-leerlingen met een cultureel vakkenpakket daarvan nog vrijgesteld.

2 Waar komt het tekort vandaan?

Er zijn twee oorzaken, zegt brancheorganisatie Wiskunde Platform Nederland: niet genoeg mensen studeren wiskunde en zij die het wel studeren gaan niet lesgeven, maar kiezen voor een baan in het bedrijfsleven.

Daar is meer te verdienen. Een beginnende leraar met een eerstegraadsbevoegdheid – die les mag geven aan alle klassen van havo en vwo – verdient 2.460 euro bruto per maand. Het maximum dat een wiskundeleraar kan verdienen, is 4.962 euro per maand. Ter vergelijking: een wiskundige die algoritmes ontwikkelt voor een bedrijf in de financiële sector kan in het eerste jaar al ver boven de 3.000 euro per maand verdienen.

Studenten die wiskunde aan de universiteit studeren zijn gewild bij bedrijven. Hun kansen op een baan zijn gemiddeld hoger dan die van andere studenten, blijkt uit de relatief hoge percentages afgestudeerden die snel werk vinden na hun wiskundeopleiding.

3 Hoeveel mensen studeren wiskunde?

In geen ander Europees land studeren zo weinig mensen bètastudies als in Nederland. Uit een recent rapport van adviesbureau Deloitte blijkt dat in Nederland maar 14 procent van de studenten in het hoger onderwijs een bètastudie afrondt. In andere Europese landen is dat gemiddeld 25 procent.

Maar er is ook goed nieuws: meer mensen volgen wiskundestudies aan de universiteit – en daar komen de meeste eerstegraads leraren vandaan. Er zijn er elf van in Nederland: vijf opleidingen wiskunde, vijf technische wiskunde en een studie bedrijfswiskunde en informatica. Vorig jaar studeerden 336 mensen aan deze opleidingen af. In 2008 waren dat er nog 179. Het slechte nieuws is dat het aantal studenten dat een bevoegdheid haalde om voor de klas te staan, nauwelijks steeg: van 22 in 2008 naar 26 in 2013. De rest koos een andere carrière.

4 Wat is er veranderd?

„De concurrentie van het bedrijfsleven is veel groter geworden”, zegt Marian Kollenveld. Ze is de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren en zit al 38 jaar in het wiskundeonderwijs. „Vroeger was het heel normaal om het onderwijs in te gaan. Het salaris week niet af van wat je elders verdiende.” Ze vindt dat het salaris omhoog moet en dat leraren die een hogere bevoegdheid halen ook meer moeten gaan verdienen. „Nu krijgen ze dat hogere salaris niet automatisch.”

Maar het draait volgens haar niet alleen om geld. Het vak van leraar is zwaarder geworden in haar ogen. „De klassen worden steeds groter en er is administratiegedoe dat er vroeger niet was. Verantwoordingslijstjes, vergaderingen. Voor veel leraren is de werkdruk gewoon te hoog.”

5 Waarom zou je wiskundeleraar willen worden?

Dat kan een wiskundeleraar het beste vertellen. Paul van de Veen geeft acht jaar wiskunde op het Stedelijk Lyceum Kottenpark in Enschede en doet dat met „ongelooflijk veel plezier”. „Het is fascinerend dat je binnen het tellen vragen op kunt roepen die Neanderthalers zich al hadden kunnen stellen. Getalsbegrip is een van de alleroudste uitvindingen van de mens en blijft maar vragen oproepen.

„Een voorbeeld. Elk even getal lijkt de som te zijn van twee verschillende priemgetallen. Dat is een vermoeden dat in de achttiende eeuw is opgesteld [door Christian Goldbach]. Nog steeds is het niet bewezen. Je kunt er een miljoen mee winnen als je het aantoont. Er zit zoveel in getalletjes. Die fascinatie probeer ik over te brengen op de leerlingen. Zij zien mijn fascinatie en wat je allemaal met getallen kan. Dat levert heel leuke klassen op.”

6 Hoe is het tekort aan wiskundeleraren op te lossen?

De opleiding tot wiskundeleraar moet anders worden ingericht en het moet eenvoudiger zijn om eerstegraads wiskundeleraar te worden, zegt Remco van der Hofstad van het Platform Wiskunde Nederland en hoogleraar wiskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. „De opleiding zou korter kunnen.” Ook pleit hij voor een plan om de lerarenopleiding aantrekkelijker te maken en de status van leraar te verhogen. „Die is nu te laag.”

7 Wat moet je doen om leraar wiskunde te worden?

Er zijn twee manieren om wiskundeleraar te worden. Weg één loopt via de lerarenopleiding wiskunde aan het hbo, die duurt vier jaar. Wie daarmee klaar is, mag lesgeven op mbo, vmbo en aan de eerste drie klassen van havo en vwo. Leraren die ook aan de hoogste klassen van havo en vwo willen lesgeven, moeten een masterstudie doen van een jaar.

De andere weg loopt via de universiteit. Mensen die een driejarige wiskundeopleiding hebben afgerond, kunnen na een master van een jaar lesgeven aan alle klassen van het middelbaar onderwijs.