Van ven tot bloedbad

Nederhorror //

De Poel

Twee werkloze bankiers die met hun gezinnen wildkamperen naast een pikzwart Nederlands ven met een bodem van aardappelpuree en glibberplanten. Er broeit iets tussen de kinderen en de volwassenen. Er beweegt iets in het ven.

Zo’n film had je vijftien jaar geleden niet serieus kunnen nemen. Nu wel: De Poel is een prima geslaagde horrorfilm. Nederhorror heeft geen erg respectabele stamboom. Sinds de eerste lange horrorfilm Bloedverwanten van Wim Lindner uit 1977 volgden er 36 speelfilms: enthousiast geknutsel met papier-maché en nepbloed doorgaans. Uitzonderingen waren De Lift en Amsterdamned en zeperd De Johnsons (1992).

Nu lijkt er toch iets aan de hand. Sinds 2000 kwamen al 25 horrorfilms uit, na 2010 ook met professioneel cachet: horrorkomedies als Sint, New Kids: Nitro en Zombibi, maar ook Frankenstein’s Army en Zwart Water. Borgman is horror: de eerste Nederlandse bijdrage aan de competitie van Cannes in 38 jaar. Zoals veel kunstfilms neigen naar het lugubere: het gaat over isolement, psychose, moord en doodslag achter de koele muren van de vinexwijk.

Waar horror in het veilige Nederland voorheen al snel iets koddigs had – Dick Maas scoorde door het griezelen aan te lengen met actie en komedie – vinden we ons eigen land inmiddels best wel eng.

De gelauwerd acteur Gijs Scholten van Aschat heeft daar kennelijk een neus voor: hij besloot aan het script van debuterend regisseur Chris W. Mitchell mee te schijven en ronselde bevriende acteurs als Carine Crutzen en Bart Klever om wekenlang muggen en teken bij het Overijsselse landgoed De Eese te trotseren – onder cast en crew waren vier gevallen van de ziekte van Lyme.

Hun hogeschoolacteren geeft De Poel niveau, waarna de film met gevoel voor timing en simpele effecten – rimpels in het water, fluisterstemmen, schimmel en maden – de noodlottige spanning opvoert richting bloedbad. Want in dit soort horror draait het niet echt om een veenheks, maar om de haarscheurtjes in het gezin die ze open peutert: jaloezie, overspel, onzekerheid.

De Poel is een experiment, geboren uit brainstormsessies met pizza van Nederlands’ ‘Mr. Horror’ Jan Doense en de rest van de horrorscene. Dat leverde een plan op om vier lowbudgethorrorfilms back-to-back te realiseren. Het Filmfonds bleek bereid er één te financieren: bij succes volgt misschien meer.

Het is afwachten. Zwart Water, een spookhuisfilm met veel atmosfeer, weinig dynamiek maar een fraaie wending in de finale en redelijk bekende namen – Barry Atsma en Hadewych Minis – redde het in 2010 niet: hij trok zo’n vijfduizend bezoekers.

Als De Poel, ook met pikzwart water en een demon die een gezin tegen elkaar uitspeelt, het niet beter doet, rest er één troost: een horrorfilm blijkt wel veel beter te exporteren dan romantische komedies met Carice van Houten.