Trustkantoren hard aangepakt door De Nederlandsche Bank

Trustkantoren controleren onvoldoende wie hun klanten precies zijn. Toezichthouder DNB trekt vergunningen in.

Trustkantoren doen hun werk niet goed: ze controleren onvoldoende wat het doel is van de bv’s die ze beheren en waar het geld van hun klanten eigenlijk vandaan komt. Als die controle wel plaatsvindt, verbinden ze te weinig gevolgen aan de resultaten.

Dat concludeert De Nederlandsche Bank (DNB) op basis van onderzoek naar tien trustkantoren afgelopen najaar. De toezichthouder neemt harde maatregelen. DNB trekt vier vergunningen in, legt aan twee kantoren een boete op en gaat twee kantoren verder onderzoeken vanwege twijfels over de „geschiktheid en de betrouwbaarheid van de bestuurders”. Van de tien onderzochte kantoren hadden er maar twee alles netjes op orde.

De resultaten noemt DNB „zorgwekkend”. De afwegingen om nieuwe klanten te accepteren zijn „slecht gefundeerd”, concludeert de toezichthouder. „Het bestuur kijkt te veel met een roze bril.” Enkele trustkantoren vertelden de onderzoekers zelfs dat klanten „waar een luchtje aan” zit uiteindelijk toch wel ergens een kantoor zullen vinden dat ze wil helpen.

Trustkantoren beheren vennootschappen voor hun klanten. Brievenbusfirma’s worden die vaak genoemd. Bijzondere financiële instellingen, noemt de sector ze liever zelf. Trustkantoren moeten zich houden aan de Wet toezicht trustkantoren. DNB controleert of die wordt nageleefd.

De Nederlandse trustsector is groot: er zijn ongeveer 12.000 brievenbus-bv’s, waar jaarlijks zo’n 4.000 miljard euro doorheen stroomt. De vennootschappen worden geregeld in verband gebracht met belastingontduiking en witwaspraktijken. Recent kwam de sector weer in opspraak toen bleek dat de zoon van gevluchte Oekraïense president Janoekovitsj Nederlandse brievenbus-bv’s gebruikte in een fiscale sluiproute.

Toezichthouder DNB laat het er niet bij zitten en gaat de komende tijd nog meer controles uitvoeren.