‘Theootje, weet je wie Bach is?’

Opgroeiend in de Amsterdamse Kinkerbuurt werd ik gebiologeerd door draaiorgels en accordeonspeler, want thuis was geen muziek. Vooral in de oorlogsjaren. Op school speelde ik uren op De Toetsen.

Meester Können, die na WO I uit Oostenrijk naar Nederland was gestuurd om aan te sterken, zei naar mijn spel luisterend: „Theootje, weet je wat een componist is?” „Nee meneer.” „Die bedenkt muziek, net als jij, maar noteert dat. De grootste is Johann Sebastian Bach. Ga mee naar de Westerkerk, daar worden zijn orgelfuga’s gespeeld.”

Zo werd ik op 9-jarige leeftijd ondergedompeld in een wereld die mijn wereld zou worden: de muziek. Met als topper de muziek van Bach, dankzij deze Oostenrijker. Daarbij zonk de andere Oostenrijker uit die tijd in het niet.