Technologie brengt minder pijn, minder ziekte, meer comfort

Tussen webpagina’s bestaan wereldwijd inmiddels meer verbindingen dan tussen neuronen in hersenen. Beangstigend? Nee, integendeel, vindt Pepijn Vloemans.

Toen ik begin dit jaar voor het eerst de virtualrealitybril Oculus Rift voor mijn ogen schoof en de wereld om me heen verdween, voelde ik me plotseling aanwezig in een Toscaans landhuis. Dit niet te beschrijven gevoel van aanwezigheid biedt zoveel nieuwe mogelijkheden voor communiceren, spelen en leren dat het me duizelde. Virtual reality is ‘het ultieme platform’ dat de wereld zoals we die nu kennen fundamenteel zal veranderen. Met fundamenteel bedoel ik dat er (net als internet) op termijn onmogelijk aan te ontsnappen is. Opnieuw werd het me duidelijk dat technologie de regels van wat het betekent mens te zijn in hoog tempo aan het herschrijven is. En dat zonder dat ook maar iemand naar zijn mening is gevraagd! De vraag dringt zich op: heeft technologie een eigen wil?

Het klinkt ongepast deze vraag überhaupt te stellen. De krachtigste computers op aarde komen niet in de buurt van bewustzijn. Een smartphone stelt geen eisen aan het leven. Wij, homo sapiens, zijn de baas over onze gadgets. Maar dat wil niet zeggen dat de richting van technologische ontwikkeling onvoorspelbaar is. Dat het internet net zo goed ook niet uitgevonden had kunnen worden. Dat de microchip in labaratoria was blijven steken. Dat mensen hun schouders hadden opgehaald over de Oculus Rift.

Al deze technologie heeft juist een hele sterke drang te ontstaan, betoogt Kevin Kelley in zijn meesterlijke boek De Wil van Technologie. Tech-guru Kelley beschrijft uitgebreid hoe de meeste uitvindingen – van de gloeilamp tot landbouw – onafhankelijk van elkaar werden ontdekt. Technologie ‘wil’ namelijk meer efficiëntie, diversiteit, complexiteit, schoonheid en keuzemogelijkheden. Technologie wil dat virtual reality wijdverbreid raakt – eenvoudigweg omdat de optie van een virtuele omgeving de wereld efficiënter maakt, de mensen meer keuzes geeft en een geheel nieuwe kunstgenres zal voortbrengen.

En, hier wordt het spannend: technologie wil vooral méér van zichzelf. Het internet heeft nu al de rudimentaire structuur van het meest geavanceerde systeem op aarde: het menselijk brein. Het aantal transistors op internet is inmiddels groter dan het aantal neuronen in ons brein. Het aantal verbindingen tussen webpagina’s is groter dan de synaptische verbindingen tussen neuronen.

Zonder internet geen Kickstarter

Precies deze verbondenheid stelt technologie in staat zichzelf in een hoger tempo te ontwikkelen. Misschien het beste voorbeeld hiervoor is de ontstaansgeschiedenis van de Oculus Rift zelf. Het testmodel bouwde Palmer Lucky, de oprichter van Oculus VR, met de schermen van al bestaande smartphones. Maar pas door een campagne van crowdfundingplatform Kickstarter lukte het om binnen vier uur de 250.000 dollar te verzamelen waarvoor hij in pre-Kickstartertijden misschien maanden of jaren had moeten leuren bij sceptische investeerders. Zonder internet geen Kickstarter, en zonder Kickstarter geen Oculus.

Internet versnelt de introductie van kansrijke nieuwe technologieën – zoals de Oculus Rift dat op zijn beurt ook zal gaan doen door nieuwe, totaal onverwachte manieren van virtueel samenwerken te openen. Als je wel eens het gevoel hebt dat het leven steeds sneller gaat, nou, dan klopt dat.

Volgende stap van evolutie

Wanneer ik stilsta bij deze accelererende groei van techniek die ons verbindt en meer mogelijkheden geeft, maakt me dat niet ongemakkelijk. Eerder het tegenovergestelde: soms overvalt me het mystieke gevoel getuige te zijn van een dramatisch moment in de geschiedenis. Net als de evolutie onherroepelijk van eencellig naar meercellig leven leidde, en van onbewust leven naar bewustzijn, zo lijkt de huidige technologische acceleratie de volgende stap van evolutie in te luiden. En het interessante is dat dit niet anders te beschrijven is dan als een rustgevend gevoel, zoals ik me kan voorstellen dat het kalmerend is in God te geloven. Ik verwelkom deze uitdijende horizon van keuzes, mogelijkheden en nieuwe opties, omdat ik geloof dat dit mensen aan het einde van de dag ten goede komt. De evolutie is een dom proces: het gaf helemaal niets om pijn of ziekten, enkel om overleven. Technologie lijkt juist het omgekeerde te willen: minder pijn, minder ziekte, meer comfort.

Ik begrijp dat een dergelijk vertrouwen in technologie hoogmoedig klinkt. De schaduwkanten zijn evident. Virtual reality zal nieuwe verslavingen met zich meebrengen. Mensen zullen er wellicht te veel van gebruiken. Het potentieel voor misbruik is ongekend. Internet bracht ons nota bene de massaspionage van de NSA – het grootste gevaar voor onze privacy in de geschiedenis. Bedrijven als Facebook en Google voeden ook in mij de angst voor monsterlijke monopolies. Op internet worden wereldwijd religieuze fanatici gerekruteerd voor de sektarische strijd in Syrië.

Toch geloof ik dat deze risico’s te minimaliseren zijn. Verslavingen zijn te behandelen. Privacy is te verdedigen. Soms zijn daar opmerkelijk dappere personen voor nodig, zoals Edward Snowden, die onlangs – via een internetverbinding natuurlijk – geïncarneerd als robot op het podium van de TED-conferentie verscheen om hartstochtelijk te pleiten voor het recht op privacy. Soms zijn het politieke instituten, zoals het Europees Parlement, die onze virtuele rechten verdedigen. Het blijven mensen die het onderscheid maken tussen goed en kwaad, zoals altijd. Maar altijd is een wereld met technologie die onze opties vergroot te prefereren boven een wereld zonder.

„Het doel van het oneindige spel is om te blijven spelen”, concludeert Kelly, „een goede keus vergroot de keuzemogelijkheid.” Meer dan ooit in de geschiedenis zijn we vandaag in staat goede keuze te maken, en dat stemt me optimistisch.