Ontzuiling van een stille zuivelreus

De Nieuw-Zeelandse zuivelgigant Fonterra kwam vorig jaar in opspraak door vervuilde babyvoeding. „Ik had maar één keuze: de rode knop”, zegt de Nederlandse bestuurs-voorzitter Theo Spierings.

De koeien van Fonterra worden niet op stal gezet, zegt Spierings, maar bijgevoerd. Zo wil het bedrijf „duurzaam groeien”.
De koeien van Fonterra worden niet op stal gezet, zegt Spierings, maar bijgevoerd. Zo wil het bedrijf „duurzaam groeien”. Foto AFP

Koeien, koeien en nog eens koeien. Zowel de heuvels van het Nieuw-Zeelandse Noordereiland als de groene laagvlaktes op het Zuidereiland staan vol met zwart-witte koeien. In totaal zijn het er bijna vijf miljoen.

Toen Engelse kolonisten twee eeuwen geleden Nieuw-Zeeland verkenden, zagen ze in de twee groene eilanden de ideale productietuin voor het moederland. Op dat moment waren de Maori’s al zo’n vijfhonderd jaar bezig het land te ontbossen. De Britten maakten het karwei in hoog tempo af. Ooit bestond Nieuw-Zeeland voor 95 procent uit bos. Rond 1970 was 51 procent van het landoppervlak veranderd in grasvelden. Daarop lopen nu koeien.

Theo Spierings (49) is de baas van al die koeien. Sinds 2011 is de Nederlander bestuursvoorzitter van het Nieuw-Zeelandse zuivelbedrijf Fonterra. Het is veruit het grootste bedrijf van het land. Maar liefst 7 procent van de Nieuw-Zeelandse economie komt voor rekening van Fonterra.

Het bedrijf is net zo belangrijk voor Nieuw-Zeeland als de haven van Rotterdam voor Nederland. „Alleen Fonterra zorgt er dit jaar voor dat de Nieuw-Zeelandse economie met 2,5 procent groeit”, zegt Spierings op zijn kantoor in Auckland.

Voordat Spierings bij Fonterra aan de slag ging, werkte hij meer dan twee decennia bij Friesland Foods. Hij begon er op zijn eenentwintigste als trainee, na een studie levensmiddelentechnologie in Den Bosch. „Ik heb eerst een vak geleerd, dat raad ik iedereen aan.”

Friesland Foods stuurde Spierings onder meer naar Indonesië, West-Afrika en de Golfstaten. Nu spreekt hij expat-Nederlands met een vleugje managementjargon. Spierings heeft het over de eerste hurdle die je moet nemen. En hij zegt dat awareness heel belangrijk is.

U staat aan het hoofd van het grootste bedrijf van Nieuw-Zeeland.

„Ik wist dat Fonterra een groot bedrijf was. Maar wat dat dagelijks betekent, dat kun je niet inschatten. Wij zijn elke dag in het nieuws. Er gaat geen dag voorbij zonder contact met de overheid. Als wij geen geld verdienen, worden er geen huizen gebouwd, geen auto’s gekocht.”

Fonterra profiteert als geen ander van de groei in Azië. Het is uw belangrijkste markt. Wat wil de consument van u?

„China is onze belangrijkste markt. En Zuidoost-Azië is heel belangrijk. Wij verkopen er ingrediënten als melkpoeder en melkwei aan andere bedrijven. Maar wij hebben er ook zelf onze merken. De ontwikkelingen in het gebied gaan razendsnel. Wij hebben een groot gebrek aan productiecapaciteit. De vraag groeit harder dan wij fabrieken kunnen bouwen.

„In Azië wordt in twee levensfases steeds vaker relatief veel geld besteed aan zuivel. De eerste fase is als mensen kinderen hebben. Als mensen ouder worden, zijn ze weer geïnteresseerd in zuivel. In melk met extra calcium en vitamine D bijvoorbeeld, om gezond ouder te worden. Ook zijn wij toeleverancier voor de snel groeiende fastfoodsector en bakkerijen, restaurants en hotels.

„Maar wat wil de consument van ons? Azië wil gewoon veilige voeding. Het moet beschikbaar zijn, het moet betaalbaar zijn en het moet veilig zijn.”

Juist op het gebied van voedselveiligheid kreeg het imago van Fonterra vorig jaar een flinke knauw. In augustus maakte het bedrijf bekend dat een partij melkweiconcentraat mogelijk vervuild was met een zeer gevaarlijke bacterie. Clostridium botulinum kan botulisme veroorzaken, een potentieel dodelijke vergiftiging. De vervuilde melkwei was verwerkt in babyvoeding. Weken later bleek het loos alarm, maar toen was de schade al berokkend.

De Nieuw-Zeelandse premier John Key zei dat de gehele Nieuw-Zeelandse export werd getroffen door de terugroepactie van Fonterra.

„Nieuw-Zeeland heeft een goede naam op het gebied van voedselveiligheid en kwaliteit. Als er iets gebeurt bij de grootste exporteur van het land, heeft dat een impact op alles en iedereen.”

Na de terugroepactie stelde Fonterra een onderzoek in. Daaruit bleek dat de vervuiling al in mei bekend was.

„In een van onze fabrieken is in 2012 een partij melkwei opnieuw verwerkt, omdat er een stuk plastic van een zaklamp in de droogtoren terecht was gekomen. Bij dat herverwerken zijn andere leidingen gebruikt dan gewoonlijk. Die hebben de vervuiling veroorzaakt, weten we nu. Een jaar later is de opnieuw verwerkte partij in een fabriek in Australië gebruikt. Bij een test werd toen een verhoogd niveau van een clostridium-bacterie aangetroffen. Ik wist daar niets van. Ik hoorde het pas op 1 augustus, toen er al nieuwe testen waren gedaan om uit te vinden welk type clostridium het was. Bij die testen was ook een muis dood neergevallen. De second opinion was nog niet gedaan. Die duurt dertig dagen, daar kon ik niet op wachten. Ik had maar één keuze: de rode knop. Op 2 augustus begon een wereldwijde terugroepactie.”

Ook al was er een kans van 1 op 1 miljoen dat de bacterie daadwerkelijk in de voeding terecht was gekomen?

„In China worden 20 miljoen baby’s per jaar geboren. In theorie zijn er dan twintig kinderen mogelijk slachtoffer. Het terugvinden van die partij was trouwens zeer lastig. In onze fabriek was 38 ton melkwei opnieuw verwerkt. Daarvan was 21 ton voor diervoeding gebruikt, en 17 ton voor kindervoeding. Die 17 ton is in onze fabriek afgemengd tot 2.200 ton. Onze klanten hadden dat weer afgemengd tot 6.500 ton en het naar 23 landen verscheept.”

Had iemand eerder in actie kunnen komen?

„In mei waren de eerste testresultaten bekend. Toen was nog niet duidelijk om welk type bacterie het ging. Als er op dat moment actie was ondernomen, hadden de producten niet in het schap gestaan.”

Is het niet essentieel dat uw mensen op zo’n moment verantwoordelijkheid nemen?

„Ja, dat klopt. We hebben ook heel duidelijk gezegd dat het zo niet kan. Ook hebben we nu interne telefoonlijnen ingesteld. Als iemand iets ziet wat volgens hem niet in orde is, kan hij anoniem aan de bel trekken. Die meldingen komen bij onze directeur voedselveiligheid terecht.

„Verder was ik ongerust over de situatie in andere fabrieken, als er zoiets kan gebeuren. Al onze bedrijven zijn gecertificeerd, maar we hebben nog een keer een extra zware controle uitgevoerd. Onze processen en systemen zijn van wereldklasse. Het is meer de cultuur van niet te veel zeggen, om scheve gezichten te vermijden.”

Het nieuws over de vervuilde babyvoeding verspreidde zich in China razendsnel via sociale media. Niet veel later was een vals gerucht reden tot nieuwe paniek. Hoe gaat u daarmee om?

„Wij liepen ver achter, om eerlijk te zijn. We volgden de sociale media een beetje. Nu zitten we er 24 uur per dag, 7 dagen in de week bovenop.”

Spierings is aangetrokken om Fonterra te laten groeien. Hij wil onder meer dat het bedrijf zich meer richt op de eigen merken, vanwege de hogere winstmarge. Onderdeel van groeistrategie is dat ook de productiviteit van de Nieuw-Zeelandse koe „wat omhoog moet”. Spierings: „Je kunt niet land blijven ontginnen en er een paar koeien opzetten.”

De groeistrategie is omstreden. Traditioneel staan Nieuw-Zeelandse koeien het hele jaar in de wei. Maar nu wordt er voorzichtig gesproken over de bouw van stallen, zodat boeren meer koeien per hectare kunnen houden. Tegelijkertijd berichten lokale media over algenplagen in kreken en rivieren. De algengroei zou worden veroorzaakt door de stikstof in de urine van de steeds maar groeiende veestapel. Spierings zegt echter dat Fonterra „duurzaam kan groeien”.

In een rapport van het Nieuw-Zeelandse parlement staat dat de groeistrategie van Fonterra ten koste gaat van de waterkwaliteit.

„Nee, dat is niet zo. Wel als we zouden groeien zoals we de laatste twintig jaar zijn gegroeid. Maar nu groeien we duurzaam. Waterwegen worden afgezet met hekken. Er zijn oplossingen voor mest, voor afvalwater. Dan is er helemaal niets aan de hand.”

Maar de koeien moeten de stal in?

„Nee, dat hoeft niet. Je kunt bijvoorbeeld besluiten om bij te voeren. Dan haal je een hogere productie per koe. In Nederland geeft een koe 10.000 liter melk per jaar, hier 5.000 liter. Die 10.000 liter is niet altijd gezond. Je kunt niet blijven melken. Een koe die buiten gras eet, dat is het meest natuurlijke. Maar je kunt er wel voor zorgen dat de koe iets meer te eten krijgt, en meer melk produceert.”